Onze nieren hebben als functie het bloed te zuiveren. Zij halen afvalstoffen uit ons lichaam en lossen die op in water. Het resultaat is urine. Deze urine wordt via de urineleiders naar de blaas getransporteerd en daar tijdelijk opgeslagen. Via de plasbuis verlaat de urine uiteindelijk ons lichaam. 

In de blaas kan kanker ontstaan. Bij ongeveer 90% van de mensen met blaaskanker, gaat het om een tumor die ontstaan is vanuit het slijmvlies van de blaas. Over deze vorm van blaaskanker gaat deze pagina.
 

Meestal zorgt een tumor in de blaas in het begin niet voor duidelijke klachten. De klacht die het meest wordt gemeld is bloed in de urine, meestal zonder pijn. Dikwijls gaat dat bloedverlies weer spontaan voorbij. Het blijft verstandig hier aandacht aan te besteden, ook als de urine weer helder is. Andere klachten die kunnen voorkomen (maar niet persé duiden op blaaskanker) zijn:

  • Pijn bij het plassen
  • Vaak moeten plassen

Wanneer men klachten heeft, is het belangrijk deze te bespreken met de (huis)arts. Hij zal lichamelijk onderzoek doen en gezamenlijk de klachten bespreken. Waarschijnlijk zal hij ook bloed- en urineonderzoek laten doen. Meestal is verder onderzoek door de uroloog nodig. 

De uroloog zal een echo en soms een CT scan van de nieren en de blaas maken. Met een kijkonderzoek wordt onderzocht of er een tumor in de blaas zit. Is dat het geval dan moet de tumor worden verwijderd met een operatie. Men weet dan beter om wat voor tumor het gaat en hoe diep hij in de wand vastzit. Dit gebeurt onder verdoving met een kijkinstrument via de plasbuis. In het laboratorium wordt al het verwijderde weefsel onderzocht. Soms zal de blaas na de ingreep met een medicijn gespoeld worden.

Wanneer echter de tumor diep in de wand zit is er 'aanvullend’ onderzoek nodig zoals echografie, CT scan of MRI-scan om de beste aanvullende behandeling te kunnen bepalen.

 

De behandeling is afhankelijk van:

  • Het soort tumor
  • Ingroei in de wand: oppervlakkig of diep
  • Het aantal tumoren
  • Of er uitzaaiingen zijn
  • De algemene conditie

De behandeling is bovendien afhankelijk van het stadium waarin de ziekte zich bevindt. 

Bij de meeste patiënten met blaaskanker is de tumor oppervlakkig en kan met één  ingreep alles verwijderd worden Wel is er vaak aanvullende behandeling nodig in de vorm van blaasspoelingen met een medicijn. Patiënten met oppervlakkig blaaskanker zijn goed te genezen. Hun leven wordt niet door de ziekte bedreigd. Maar de ziekte kan wel gemakkelijk terugkomen. Lang en vaak controleren is daarom verstandig. 
Is de tumor dieper ingegroeid dan moet er vaak meer gebeuren om tot genezing te komen. 

Bij 8  van de 10 mensen met blaaskanker zal de ziekte hun leven niet bedreigen, maar wel sterk beïnvloeden. Een lange, intensieve controle is gewenst. Bij 2 van de 10 mensen met blaaskanker is de ziekte in een ernstiger fase en zijn voor genezing ingrijpende behandelingen nodig. Bij een enkeling kan er sprake zijn van uitzaaiingen. De kans op genezing is dan klein.

De meest gebruikte behandelmethoden worden hieronder kort toegelicht. Soms is een combinatie van verschillende behandelingen nodig.

Inwendig opereren
De tumor kan via de plasbuis worden verwijderd. Deze operatie heet een TUR-T. Soms zijn twee behandelingen nodig om alles weg te halen Bij de operatie is het al enigszins duidelijk of de tumor oppervlakkig is of diep. Onderzoek in het laboratorium geeft uiteindelijk de zekerheid.

Blaasspoelingen
Wanneer de oppervlakkige tumoren terugkomen of wanneer er sprake is van meerdere of snel groeiende (agressieve) tumoren, kunnen na het verwijderen van de blaastumor, blaasspoelingen met een medicijn worden aangeraden. Het doel is het versterken van de afweer van het lichaam (immunotherapie) of het afbreken van tumorcellen. Door die spoelingen wordt de kans dat de tumor terugkomt kleiner. Ook zijn er aanwijzingen dat hiermee de agressiviteit van de tumor kan worden geremd. De vloeistof van die spoelingen bestaat uit een medicijn die de afweer van de blaas versterkt (zoals BCG-spoelingen). Bij andere spoelingen wordt gebruik gemaakt van een celdodende stof, zoals mitomycine.

Daarnaast zijn er diverse nieuwe behandelingen beschikbaar bijvoorbeeld met warmte. Niet alle ziekenhuizen hebben deze behandeling, omdat deze behandelingen soms nog in de onderzoeksfase zijn. Bespreek dit eventueel met uw uroloog. 

Uitwendig opereren
Als de tumor diep in de blaaswand vastzit en niet verwijderd kan worden via een inwendige operatie is een grotere operatie nodig. Daarbij wordt de blaas verwijderd. Dit heet een cystectomie. Om de urine op te slaan en uiteindelijk te lozen is een oplossing nodig waarvoor een stuk van de eigen darm wordt gebruikt. De techniek daarbij is verschillend afhankelijk van de mogelijkheden. Sommigen krijgen een stoma. De urine loopt dan steeds af in een opvangzakje. Ook worden er stoma’s gemaakt met een reservoir waar urine in blijft zitten, ook wel continente stoma’s genoemd. Men kan het reservoir regelmatig legen met een slangetje (katheter). Bij sommigen is een stoma niet nodig. De nieuwe blaas wordt aangesloten op de eigen plasbuis. Zodoende kan men meestal weer op een natuurlijke wijze plassen.

Uitwendige bestraling
Met bestraling wordt geprobeerd de kankercellen te vernietigen. Een uitwendige bestraling wordt wel gedaan als de tumor diep in de wand zit en een verwijdering van de blaas niet mogelijk is. 

Inwendige bestraling
Als de tumor diep in de wand zit en niet te groot is, kan ook gedacht worden aan een inwendige bestraling. Eerst wordt het stukje blaas waar de tumor zit verwijderd met behoud van de rest van de blaas. Daarna worden naaldjes geplaatst rondom het gebied waar de tumor zat. In de naaldjes zit een stof, die een bestraling van de omgeving geeft. Zij worden na enkele dagen weer verwijderd.

Chemotherapie en immunotherapie
Als de blaastumor door de blaaswand is gegroeid of als er uitzaaiingen zijn, is een operatie meestal niet meer mogelijk. De oncoloog neemt dan de behandeling over van de uroloog. Behandelopties die er dan zijn, is afhankelijk van het stadium, waarin de ziekte zich bevindt. Opties zijn chemotherapie (afbreken van tumorcellen) of immunotherapie (afweer versterken). Er zijn momenteel veel nieuwe ontwikkelingen voor patiënten met doorgegroeide of uitgezaaide blaaskanker. Uw oncoloog kan hier meer over vertellen.

Als een goede reactie uitblijft, is genezing niet meer mogelijk. De behandeling bestaat dan uit een goede begeleiding en uit het zo goed mogelijk verhelpen van de klachten.
 


Over de oorzaken is nog weinig bekend. Wel is bekend dat rokers een sterk verhoogde kans hebben om blaaskanker te krijgen. En omgang met bepaalde chemische stoffen geeft een verhoogde kans. 

Er bestaat ook een erfelijke vorm van blaaskanker. Wanneer bij meerdere directe familieleden blaaskanker is geconstateerd, kan men meer risico hebben op deze vorm van blaaskanker. Dan is het belangrijk dit met de arts te bespreken. 

Meer informatie:

www.kwf.nl/kanker/kwf-en-blaaskanker