Een urineweginfectie wordt in de volksmond meestal blaasontsteking genoemd. De ontsteking kan behalve in de blaas ook in de urinebuis, de urineleiders of (bij jongens) in de prostaat zitten. Wanneer een blaasontsteking niet op tijd wordt behandeld, kan er een ontsteking van de nieren ontstaan (nierbekkenontsteking). 
 
Urineweginfecties komen regelmatig bij kinderen voor en vormen een belangrijk probleem. 

Infecties van de hogere urinewegen (bijv. nierbekkenontsteking) kunnen leiden tot blijvende nierschade, vooral als het kind jong is.  Het is  daarom erg belangrijk, dat wanneer een kind een urineweginfectie heeft deze goed behandeld wordt.  

Bij kinderen zijn urineweginfecties vaak het gevolg van een afwijking in de urinewegen of een verkeerd plasgedrag. Vaak kan hier iets aan gedaan worden.

Mogelijke oorzaken
Een urineweginfectie ontstaat meestal door bacteriën uit de darmen. Deze komen vanuit de anus in de urinebuis terecht.

Bij meisjes zit de uitgang van de urinebuis dichter bij de anus dan bij jongens. Meisjes hebben ook een kortere urinebuis dan jongens. Daardoor kunnen bacteriën gemakkelijker de blaas bereiken. 

Meisjes hebben om deze redenen sneller last van een urineweginfectie dan jongens. Dit is goed te zien in de afbeeldingen.

 
Blaasonsteking bij meisjes
Blaasontsteking bij meisjes           

Blaasontsteking bij jongens
blaasontsteking bij jongens

 


 
 
Hoe jonger het kind is, des te minder duidelijk zijn de symptomen van een urineweginfectie. Bij kleine kinderen zijn huilen of koorts vaak de enige verschijnselen. De urine stinkt vaak. Ook prikkelbaarheid, buikpijn, niet willen eten, braken, diarree of afwijkend plasgedrag kunnen wijzen op een urineweginfectie. Bij een langdurende urineweginfectie groeit een kind niet goed.

Oudere kinderen met een urineweginfectie moeten meestal vaak plassen en het plassen kan pijn doen. Ook kan de urine er troebel of bloederig uitzien en stinken. Soms plassen kinderen met een onderbroken, slappe of dunne straal. Urineverlies ‘s nachts komt ook voor, zelfs wanneer het kind al zindelijk is. Ook ‘ongelukjes’ overdag kunnen vaker voorkomen. Het kind kan ook  buikpijn hebben. Bij koorts is er meer aan de hand dan een gewone blaasontsteking en is er extra reden voor verder onderzoek.

Wanneer u denkt, dat uw kind mogelijk een blaasontsteking heeft, kunt u de urine laten testen bij de huisarts. U vangt wat (ochtend)urine op in een schoon potje en sluit dit goed af. Bij de apotheek kunt u goed afsluitbare potjes kopen.

Bij baby’s of peuters, die nog niet zindelijk zijn, is opvangen van urine lastiger. Er zijn echter speciale opvangzakjes voor urine verkrijgbaar bij de apotheek. Controleer regelmatig of er al urine in het zakje zit.

Wanneer u voldoende urine heeft opgevangen, kunt u het voorzichtig overgieten in een schoon potje.
De urine kan het beste binnen twee uur worden onderzocht. Lukt dat niet, bewaar het dan in de koelkast.
 
De arts zal bij een urineweginfectie een antibioticakuur voorschrijven. 
Het is erg belangrijk deze kuur helemaal af te maken, ook wanneer de klachten al verminderd zijn of zelfs verdwenen.

Omdat urineweginfecties bij kinderen kunnen leiden tot nierschade, zal de arts onderzoeken waardoor de ontsteking is ontstaan met name bij de heel jonge kinderen (onder twee jaar).  U mag daarvoor een verwijzing naar een kinderarts of uroloog verwachten. Meestal wordt dan een echografie van de urinewegen (nier en blaas) verricht.

Een plasdagboek waarin gedurende 24 uur wordt bijgehouden wanneer en hoeveel het kind plast, geeft de arts een goede indruk over het plasgedrag.

Meer informatie

Blaasontsteking bij kinderen
Plasdagboek