We spreken van een hydrocèle (hydros = water, cele = holte) als er een zichtbare zwelling is in een of beide liezen of balzak, die gevuld is met vocht. Een hydrocèle komt vaak voor bij pasgeboren jongens, maar verdwijnt meestal spontaan binnen het eerste levensjaar. Als de hydrocèle op de leeftijd tussen 12-18 maanden niet is verdwenen, zal een operatie overwogen worden. Uiteindelijk wordt ongeveer 10 % van de jongens die geboren worden met een waterbreuk geopereerd.

Liesbreuken hebben niet de neiging om spontaan te verdwijnen.

We spreken van een liesbreuk als de opening groot genoeg is om buikinhoud (darm of vet) toe te laten. Bij een liesbreuk kan er in plaats van vocht ook ‘buikinhoud'(bijvoorbeeld een stuk darm) in de balzak komen. Een liesbreuk komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Een waterbreuk komt alleen voor bij jongens. 

Bij meisjes kan naast de darmen ook de eierstok in de breukzak terechtkomen. Een liesbreuk verdwijnt niet spontaan en wordt altijd geopereerd.

Oorzaak
Vroeg in de zwangerschap ontstaat in het liesgebied van het ongeboren kind een uitstulping van het buikvlies via de buikwand (het lieskanaal).

Bij jongens dalen hierlangs in een latere fase de zaadbal en zaadstreng in vanuit de buik naar de balzak.

Bij meisjes ontstaat hierin een ophangband van de baarmoeder naar de grote schaamlip.Na de geboorte verkleeft meestal deze uitstulping van het buikvlies. Als dit niet gebeurt, is er sprake van een ‘breuk'. 
 
 
Bij een hydrocèle zijn er meestal weinig klachten. Er is een zichtbare zwelling in een of beide liezen of balzak, die al of niet wegdrukbaar is. Ook opvallend is het feit dat de mate van zwelling kan wisselen, de zwelling is meestal pijnloos.

Bij een liesbreuk kunnen er pijnklachten zijn: misselijkheid, braken, aandrang tot ontlasten.
In uitzonderlijke gevallen kan de buikinhoud beklemd raken in de breuk. Als de buikinhoud dan niet meer terug te duwen is, is het belangrijk dat u contact opneemt met de huisarts of de kinderchirurg.

Indien u door de huisarts verwezen wordt naar de Uroloog zal er door middel van lichamelijk onderzoek gekeken worden wat er aan de hand is. Soms wordt er ook nog een echografie gemaakt.
Een waterbreuk/liesbreuk verdwijnt op latere leeftijd niet vanzelf en zal meestal geopereerd moeten worden.
Het gaat meestal om een dagbehandeling, dit betekent dat uw kind dezelfde dag weer naar huis kan. 

De algehele narcose wordt toegediend via een kapje of een infuus, de anesthesist informeert u over de methode. 
Tijdens de operatie maakt de uroloog een sneetje in de lies, van daaruit wordt de open verbinding opgezocht en gesloten. De wond wordt onderhuids gehecht, dit betekent dat de hechtingen niet verwijderd hoeven te worden.

Na de operatie gaat uw kind naar de uitslaapkamer. Als uw kind goed wakker is mag het terug naar de afdeling en aan het einde van de dag weer naar huis. Bij ontslag wordt een afspraak gemaakt voor nacontrole op de polikliniek.

Na de operatie
Uw kind kan twee tot drie dagen last hebben van de ingreep. Het is normaal dat er een beetje bloedverlies uit de wond komt en dat er een kleine bloeduitstorting in het balzakje is. 
Als uw kind last heeft van veel bloedverlies, koorts (meer dan 38.5C), een flinke zwelling of ontsteking krijgt, is het raadzaam om contact op te nemen met het ziekenhuis. 
De kans dat de liesbreuk terugkomt is niet groot, wel is het mogelijk dat later blijkt dat er aan de andere kant eveneens een aangeboren liesbreuk is.