Hypospadie is een aangeboren afwijking bij jongens waarbij de plasbuis te kort is en niet uitmondt aan de top van de penis.  

De plasbuis kan uitmonden aan de onderkant van de eikel, de onderkant van de penis, in de huid van de balzak of zelfs achter de balzak. De ernst van een hypospadie kan dus sterk variëren per geval. Daar komt bij dat de voorhuid aan de onderkant meestal niet gesloten is en dat er soms een huidtekort aan de onderkant van de penis bestaat. Ook is er soms een lichte tot ernstige kromstand van de penis in erectie.

Hypospadie is geen zeldzame aandoening: het komt voor bij één op de 200 à 300 jongens. In totaal komt dat neer op ongeveer 400 jongens per jaar in Nederland.

De oorzaak voor het ontstaan van een hypospadie is meestal niet bekend. De kans op hypospadie kan verhoogd worden door onder andere erfelijke factoren, een te laag geboortegewicht van het kind en/of sommige milieufactoren (chemische stoffen met een zwak effect van het vrouwelijke hormoon oestrogeen).
Heel zelden kan een hypospadie zò ernstig zijn, dat na de geboorte niet duidelijk is of het kind een jongetje of een meisje is.

Dit moet dan in een gespecialiseerd centrum met spoed worden uitgezocht.
 
De enige behandeling voor hypospadie is een operatie. Alleen bij heel lichte vormen van hypospadie, waarbij staand plassen gewoon mogelijk is en waarbij er geen kromstand in erectie is, kan men er ook voor kiezen om niets te doen. Het doel van de operatie is:

  • De plasbuis te verlengen tot aan de eikel
  • De eventuele kromstand te verhelpen
  • Ervoor te zorgen dat de penis aan boven- en onderzijde goed met huid bedekt is.

Kortom, het doel is dat de penis zowel functioneel goed is (staand kunnen plassen en een rechte erectie) als cosmetisch goed is (er netjes uitziet).

De operatie wordt bij voorkeur gedaan op een leeftijd tussen 9 en 18 maanden. De belangrijkste reden hiervoor is dat het op deze leeftijd voor het kind zelf het minst belastend is. Als een kind ouder is, heeft hij immers veel beter door dat er iets “mis is” met zijn piemel. Operatietechnisch maakt de leeftijd overigens heel weinig uit.

Meestal duurt de operatie meestal tussen de 1,5 en 3,5 uur. Dit is afhankelijk van de ernst van de hypospadie. Bij ernstige vormen kan er soms voor gekozen worden om de correctie over 2 operaties te verdelen, met tenminste een half jaar er tussen.
Meestal wordt de operatie in dagbehandeling of door middel van een kortdurende opname in het ziekenhuis uitgevoerd.

Een hypospadiecorrectie is zeker geen eenvoudige operatie. Daarom wordt deze operatie bij voorkeur door een hierin zeer ervaren (kinder-)uroloog verricht. Deze zijn werkzaam in de meeste academische ziekenhuizen en enkele grote niet academische ziekenhuizen.

Late gevolgen
Helaas geneest zelfs bij de meest ervaren artsen het operatiegebied niet altijd perfect en kunnen er complicaties optreden die een extra operatie nodig maken. Soms gebeurt dit kort na de operatie, soms pas na maanden of zelfs jaren.

De behandelend arts kan en zal u daar meer over kunnen vertellen vóórdat tot de operatie besloten wordt.

Sommige jongens hebben ook last van psychologische gevolgen, vooral na de puberteit, wanneer ze seksueel actief (willen) worden. Zoals eerder gezegd, is dit risico wat groter bij operatie op oudere leeftijd, wat tegenwoordig nog maar zelden gebeurt.