De meeste mensen hebben twee nieren. De nieren zijn ongeveer 12 cm groot. Ze liggen in een beschermend vetkussentje aan de binnenkant van de rug, ter hoogte van de middel. Onze nieren hebben als functie het bloed te zuiveren. Zij halen afvalstoffen uit ons lichaam en lossen die op in water. Het resultaat is urine. De urine gaat via twee urineleiders naar de blaas, waarna de urine kan worden uitgeplast.

De nieren hebben drie belangrijke functies:

  • het verwijderen van afvalstoffen
  • het regelen van de vochtbalans
  • het aanmaken van hormonen
Hoe ontstaan nierstenen?
Nierstenen kunnen ontstaan wanneer:

  • men te weinig drinkt
  • men overmatig zweet
  • er bepaalde zouten in het lichaam aanwezig zijn
  • bepaalde medicijnen worden gebruikt
  • men vaak urineweginfecties heeft
  • men veel eiwitten eet (m.n. veel vlees)


In deze situaties kan de urine extra veel afvalstoffen bevatten. Uit deze afvalstoffen kunnen kleine kristallen ontstaan. Deze kristallen worden bij de meeste mensen gewoon uitgeplast en vormen geen probleem. Wanneer deze kristallen achterblijven in de nieren, kunnen nierstenen ontstaan.

Wat is een niersteenaanval?
Een niersteenaanval ontstaat wanneer een niersteen vanuit de nier de urineleider in schiet en daar blijft steken. Doordat de steen vastzit in de urineleider, kan de urine niet goed worden afgevoerd. De nieren raken hierdoor steeds verder gevuld met urine. Dit noemt men stuwing. Dit kan veel pijn geven.

Hoe kunt u het herkennen?
Nierstenen geven niet altijd klachten. Pas als een niersteen vast komt te zitten, ontstaat pijn. Vaak begint het met een vage, weinig opvallende pijn in de onderrug of zij (flanken). Geleidelijk wordt de pijn feller en komt in steeds hevigere aanvallen, meestal aan de zijkant van de buik. De pijn trekt vaak door naar de lies, het bovenbeen of de geslachtsorganen.

Tijdens een aanval is er vaak extreme bewegingsdrang. De patiënt is rusteloos en loopt vaak rond. Sommige patiënten kruipen letterlijk over de grond van de pijn.

Verdere klachten kunnen zijn:
  • misselijkheid
  • braken
  • zweten
  • bloed in de urine
  • vaker moeten plassen
Wanneer u een niersteenaanval heeft, is het belangrijkste dat de pijn wordt verlicht met medicijnen. Ook medicijnen die de spieren van de urinewegen helpen ontspannen, kunnen helpen. De urinewegen worden hierdoor ruimer, waardoor de steen makkelijker kan worden uitgeplast.

Bij grotere stenen lukt dit meestal niet. Dan kan de steen op verschillende manieren verwijderd worden door een uroloog: met een niersteenvergruizer de steen kapot trillen, met een operatie de steen verwijderen of kapot schieten met de laser.

Wanneer een behandeling nodig is, zal de uroloog u daar uitgebreid over voorlichten.

U kunt zelf veel doen om nierstenen te voorkomen. Het belangrijkste advies is veel drinken. Drink 1,5 tot 2 liter water per dag, zonder koolzuur. Andere dranken bevatten vaak te veel suikers of kunnen juist nierstenen veroorzaken (bijvoorbeeld cola of appelsap).

Spreid het drinken over de hele dag, wacht vooral niet totdat u dorst krijgt. Wanneer u wilt weten of u genoeg drinkt, kunt u dat zien aan de kleur van uw urine en aan hoe vaak u plast. 

Wanneer uw urine donker van kleur is of u plast maar 3 of 4 keer per dag, dan drinkt u te weinig.

Ook kan een aanpassing van het dieet nodig zijn.