Voor het onderzoek
Om de oorzaak van jouw plasklachten te achterhalen, wordt een uroflowmetrie gedaan, dit heet ook wel een plasstraalmeting. Dat is een onderzoek waarbij we meten hoe jij plast. En of alle plas er uit is (residumeting).

Het is belangrijk voor het onderzoek dat jouw blaas goed vol is. Je moet daarom op weg naar het ziekenhuis veel drinken (en vanaf dat moment mag je niet meer naar de wc). Soms moet je twee keer plassen. Neem daarom wat extra te drinken mee naar het ziekenhuis.

Het onderzoek:
Je gaat naar een kamer waar een speciale wc staat. Eén van je ouders mag mee als je dat fijn vindt. In deze wc zit een apparaat dat de kracht van je plas meet. Eerst stelt de verpleegkundige de apparatuur in. Dan ga jij op de speciale wc zitten. Als je goed rechtop en ontspannen op de wc-stoel zit, mag je een plas doen. Soms is een brilverkleiner of voetbankje nodig om goed te kunnen zitten. Het is belangrijk dat je je zo goed mogelijk ontspant tijdens het plassen.

Als je klaar bent met plassen, ga je op de behandeltafel liggen. Je krijgt wat speciale gel op de buik. Deze gel voelt een beetje koud. Dan meten we of alle plas uit je blaas is, of niet, met een apparaat dat een bladderscan heet. Ook dit doet geen pijn.

Het onderzoek duurt ongeveer 15 minuten.

Na het onderzoek:
Na het onderzoek bespreek de dokter de uitslag met je en krijg je advies over de behandeling.