De prostaat is een klier onder de blaas van de man. Door de prostaat loopt de plasbuis. De plasbuis vervoert urine vanuit de blaas en zaadcellen vanuit de balzakken. In de prostaat wordt zaadvloeistof gemaakt. Wanneer een man klaarkomt, wordt in de prostaat zaadvloeistof bij de zaadcellen gevoegd. 

De prostaat is een orgaan, dat ook na de puberteit blijft groeien. Hierbij kunnen afwijkingen ontstaan. De twee meest voorkomende aandoeningen aan de prostaat zijn:
  • goedaardige prostaatvergroting (dit wordt ook wel ‘oudemannenkwaal’ genoemd)
  • prostaatkanker

Prostaatkanker is de meest voorkomende kanker bij mannen in Nederland. 
Het is vaak een langzaam groeiende vorm van kanker. 

De kans, dat een man prostaatkanker krijgt, is 1 op 10. 
Kankergezwellen (tumoren) van de prostaat worden in drie groepen ingedeeld:
  • kleine en onschuldige tumoren
  • een kleine tumor die nog kan groeien, maar niet groter is dan de prostaat
  • een tumor die de prostaat uitgroeit

 
Het klinkt misschien wat raar, maar een belangrijke vorm van behandeling bij prostaatkanker is ‘geen behandeling’. Dat zit zo. Prostaatkanker komt grofweg in twee vormen voor. Prostaatkanker, die levensbedreigend is en prostaatkanke,r die naar alle waarschijnlijkheid nooit (ernstige) klachten zal veroorzaken. 

Dat de eerste vorm van prostaatkanker snel behandeld moet worden, behoeft geen betoog. In het tweede geval staan patiënt en behandelaar voor een keuze: behandelen of afwachten en in de gaten houden.  Active surveillance, heet dit laatste ook wel in dokterstaal. 

Wordt gekozen voor behandelen, dan is de kans groot dat dit leidt tot genezing (zie hieronder).  

Het grote probleem is, dat het momenteel niet te voorspellen valt of de prostaatkanker die bij een man is vastgesteld levensbedreigend is of relatief onschuldig. Of de man in kwestie dus mèt of aan prostaatkanker zal overlijden. 

Dit maakt, dat de uroloog samen met de patiënt alle voor en tegens van behandelen en van active surveillance op een rijtje moeten zetten en dat de patiënt vervolgens een keuze  moet maken (shared decision). 

In Nederland kiezen mannen de laatste tijd steeds vaker voor de optie van active surveillance. Zij komen dan geregeld op controle, waarbij de actuele situatie in kaart gebracht wordt.  De patiënt kan vervolgens kiezen verder te gaan met active surveillance of alsnog een behandeling laten uitvoeren. 

Kiest een patiënt voor behandeling dan zijn er verschillende mogelijkheden. Als de prostaatkanker nog niet is uitgezaaid, is een genezende behandeling mogelijk. Dat kan met behulp van bestraling (radiotherapie) en/of een operatie waarbij de prostaat wordt weggenomen (radicale prostatectomie). De controle op uitzaaiingen gebeurt, in sommige gevallen, door de lymfeklieren in de onderbuik te verwijderen en deze te onderzoeken op de aanwezigheid van (uitgezaaide) tumorcellen. 

De meest gangbare soort operatie is momenteel de kijkoperatie met gebruik van de operatierobot. In dat geval maakt de uroloog een  kleine snede in de buik waardoorheen de ‘armen’ van de operatierobot in de buik gebracht worden. Deze armen zijn voorzien van een camera en diverse operatie-instrumenten. De uroloog bedient de robot van buitenaf en kan,  kijkend naar een scherm dat de beelden uit het inwendige van de buikholte sterk vergroot weergeeft, hiermee zeer nauwkeurig werken. 

Veel voorkomende bijwerkingen van het wegnemen van de prostaat zijn erectiestoornissen, urine-incontinentie en een ‘droog’ orgasme (bij het klaarkomen komt dan geen sperma meer vrij. Het spermavocht is immers afkomstig uit de prostaat).

Bestraling kan inwendig of uitwendig gebeuren. 

Uitwendige bestraling gebeurt meestal poliklinisch. Dat betekent dat de patiënt gedurende een bepaalde periode geregeld naar het ziekenhuis komt om de bestraling te ondergaan. Hierbij wordt een stralenbundel enige tijd op de tumor gericht. Hierdoor sterven de tumorcellen (en ook een deel van de gezonde cellen) af. 
Bijwerkingen van uitwendige bestraling kunnen zijn: een rode huid op de bestraalde plaats, darmklachten, plasklachten en erectiestoornissen. 

Inwendige bestraling (brachytherapie) gebeurt door radioactieve zaadjes in de prostaat aan te brengen. De straling die vrijkomt uit de ‘zaadjes’ vernietigt de tumorcellen (en omliggende gezonde cellen). Inwendige bestraling kan leiden tot plasklachten en erectiestoornissen. 


Is de prostaatkanker uitgezaaid dan is genezing in principe niet meer mogelijk. De behandeling is dan gericht op het zolang mogelijk voorkómen van klachten (palliatieve behandeling).

De eerste vorm van behandeling bij uitgezaaide prostaatkanker bestaat uit het onderdrukken van de aanmaak van testosteron. Door met medicijnen ( of een castratie) de aanmaak van testosteron te onderdrukken (chemische castratie) groeit de tumor minder snel. Dat stelt het ontstaan van klachten voor vaak langere tijd( jaren) uit. 

Bijwerkingen van de chemische castratie zijn onder andere: minder zin in vrijen, moeite een erectie te krijgen, veranderingen in de lichaamsbeharing, vermoeidheid en een verandering in de vetverdeling binnen het lichaam.  

Veel patiënten reageren na een jaar of vier niet meer op de testosteron onderdrukkende behandeling. Zodra er dan klachten ontstaan, komen zij in aanmerking voor chemotherapie of derde lijns hormonale therapie.
Deze aanvullende behandeling zal na een overleg (MDO) van meerdere artsen, worden aangeboden.
Hiervoor wordt u ook vaak naar oncoloog verwezen.

Van alle mannen met prostaatkanker die kiezen voor een behandeling, komt ongeveer 70%  in aanmerking voor een behandeling die in principe tot genezing leidt. Van hen ondergaat ca 40%  bestraling en ca 60% een operatie. De behandeling leidt bij ca 60% van de patiënten tot blijvende genezing. Bij de overige 40% ontstaat na verloop van tijd opnieuw een tumor (recidief).

Met zo’n 12.000 nieuwe gevallen per jaar is prostaatkanker in Nederland de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. Jaarlijks overlijden een kleine 3000 mannen in Nederland aan prostaatkanker. Vroegtijdig opsporen en behandelen van prostaatkanker kan dus in theorie vele levens sparen. En sinds een jaar of dertig bestaat er ook een test, de zogeheten PSA-test, waarmee prostaatkanker in een vroeg stadium is op te sporen.  Een landelijk bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker is dus in principe goed mogelijk, maar tot op heden nog niet zinvol gebleken.