Om een ongewenste zwangerschap te voorkomen kan naast de veelgebruikte voorbehoedsmiddelen (condoom, de pil, spiraaltje) ook gekozen worden sterilisatie. 

Sterilisatie moet beschouwd worden als een definitieve vorm van anticonceptie. U moet dus alleen kiezen voor een sterilisatie als u er zeker van bent dat u geen kinderen meer wilt.

Het sperma van de man bestaat uit zaadvloeistof en spermacellen. Zaadvloeistof wordt gemaakt in de prostaat. Wanneer een man klaar komt worden er vanuit de zaadballen via de zaadleiders spermacellen aan deze vloeistof toegevoegd. Bij een sterilisatie worden de zaadleiders onderbroken, zodat de spermacellen niet meer in de prostaat kunnen komen.

De zaadlozing is na de ingreep onveranderd, er zitten alleen geen zaadcellen meer in het sperma.
 
Wellicht moet u voorafgaand aan de behandeling tijdelijk stoppen met bepaalde medicijnen te gebruiken. Dit is meestal het geval bij gebruik van bloed verdunnende middelen.

De ingreep vindt plaats onder lokale verdoving van de balzak. Na de verdoving worden er twee kleine sneetjes gemaakt in de huid boven de zaadleiders. De zaadleiders worden onderbroken en afgebonden of dicht gebrand. Vaak wordt een klein stukje van de zaadleider verwijderd om te controleren of ook echt de zaadleider is onderbroken. 

Na de behandeling bent u niet direct steriel. U moet nog voorbehoedsmiddelen blijven gebruiken. Er zijn namelijk nog zaadcellen in het traject van onderbreking tot plasbuis. Bij iedere zaadlozing gaat een deel mee in het zaad en blijven er minder over. Omdat er niets meer bijkomt zal het zaad uiteindelijk geen zaadcellen meer bevatten. Na 2-3 maanden moet u een zaadmonster inleveren. Als uit dit onderzoek blijkt dat er geen zaadcellen of uitsluitend dode zaadcellen aanwezig zijn, is de behandeling geslaagd. U hoeft dan geen aanvullende voorbehoedsmiddelen meer te gebruiken om een ongewenste zwangerschap te voorkomen. 

Mogelijke complicaties
  • De wondjes kunnen gevoelig zijn. Dit kan door een ontsteking komen. Een antibioticumkuur kan dan nodig zijn.
  • Er kan tijdens de behandeling een bloedvaatje worden geraakt waardoor er soms een bloeduitstorting kan ontstaan, dit verdwijnt meestal vanzelf.
  • Bij minder dan 1 op de 20 mannen komen pijnklachten voor in de weken na de behandeling.
  • Er is een zeer kleine kans dat de zaadleiders weer aan elkaar groeien.
Hersteloperatie

Sommige mannen krijgen na de behandeling spijt van hun keuze en wensen een hersteloperatie. De kans van slagen hangt af van verschillende factoren:
  • de vruchtbaarheid vóór de sterilisatie 
  • de aanwezigheid van antistoffen: soms maken mannen na de sterilisatie bepaalde stoffen aan die de kwaliteit van de zaadcellen kunnen aantasten
  • het aantal jaren sinds de sterilisatie: hoe langer geleden, hoe kleiner de kans op succes 
Na de operatie is er een korte herstelperiode, waarbij het mijden van sportactiviteiten verstandig is .

Enkele weken tot maanden na de hersteloperatie zal gecontroleerd worden (soms vaker) of er zaadcellen in het sperma aanwezig zijn.