Moeder: Judith (26)
Zoon: Finn (11 maanden)Het verhaal van Finn
“Bij de geboorte van mijn zoontje in januari is een hypospadie vastgesteld. Hij had een ernstige vorm van deze aangeboren afwijking, zijn plasgaatje zat aan de onderkant van de penis, vlak bij de balletjes. Als moeder zag ik meteen dat het er niet normaal uitzag. Ik schrok en voelde me verdrietig, wetende hoe belangrijk een penis is voor jongens en ik was bang voor wat de gevolgen zouden zijn voor mijn ventje. Gelukkig kon de zuster ons meteen informeren over de aandoening. Zij stelde ons tevens gerust met het nieuws dat hij normaal kon plassen en dat de aandoening goed behandelbaar was. Via het ziekenhuis zijn we dan ook doorverwezen naar een kinderuroloog, die we 2 maanden na de geboorte bezocht hebben.
In de periode voor het bezoek aan de kinderuroloog heb ik veel tijd doorgebracht op het internet, op zoek naar alle informatie die ik kon vinden over deze aandoening. En ik vond ook talloze feiten en verhalen over hypospadie: sommige stelden me gerust, andere maakten me ongerust.
Het is een woelige periode, waarin je op zoek gaat naar houvast en verklaringen. Toch heeft met name het bezoek aan de kinderuroloog mij en mijn man gerustgesteld. Hij vertelde ons dat deze aandoening vaker voorkomt en dat een operatie het probleem zou kunnen verhelpen. Ook gaf hij aan dat een operatie bij voorkeur in het eerste levensjaar wordt uitgevoerd. Wij hebben dan ook geen moment getwijfeld over het laten uitvoeren van de operatie, ook al waren hier enkele risico’s aan verbonden.Ondanks deze geruststellingen en begeleiding, was het toch heel moeilijk om Finn, toen bijna 10 maanden oud, de operatiekamer in te zien gaan. Tijdens de operatie is zijn plasbuis verlengd en is hij besneden. Daarbij is de voorhuid gebruikt om de plasbuis te verlengen. Ook is de kromstand van de penis verholpen.
De operatie heeft langer geduurd dat de geplande 2 ½ uur omdat tijdens de operatie bleek dat de aandoening toch uitgebreider was dan werd gedacht. We maakte ons toen wel zorgen - je vraagt je af wat er aan de hand is, of alles wel goed gaat met je kind. Dit was echt ontzettend heftig. Gelukkig kwamen de artsen ons direct na afloop van de operatie vertellen dat alles goed was verlopen. Wij waren opgelucht en blij. En ook met Finn ging het na de operatie heel goed. Hij moest eerst even bijkomen van de narcose, maar heeft daarna heel goed gegeten en gedronken zonder misselijk te worden. De volgende dag mocht ook het infuus eruit. Wij waren erg opgelucht en trots op ons kleine sterke ventje.
Tijdens de operatie was er een katheter geplaatst (om de plasbuis beter te laten herstellen) die een week moest blijven zitten. Toen we weer thuis waren met hem, was het met name belangrijk om hem veel rust te laten hebben. Aangezien het een energiek ventje is, was dit wel eens een uitdaging. Maar door hem in zijn wieg te laten liggen en hem buiten de wieg vast te houden, had Finn al meer rust. De artsen en zusters hadden ons op het hart gedrukt dat rust ontzettend belangrijk was voor een goed herstel, dus we deden er alles aan om hiervoor te zorgen. En Finn leek ook goed en snel te herstellen, hij voelde zich goed en was zeer beweeglijk. Na een week werd de catheter verwijderd, waarna Finn heel snel weer prima zelf plaste. Alleen de eerste keer leek het wat pijnlijk.
Wel merkte je dat hij terughoudend en huilerig werd wanneer je in de buurt van zijn broekje kwam, dit was lastig bij het verschonen. Vaak deden we dat met zijn tweeën, aangezien Finn nogal tegenstribbelde.
Gelukkig was Finn 3 weken na de operatie weer helemaal de oude. Het plassen gaat helemaal goed en de operatiewond is mooi geheeld. Na de reguliere controle, drie maanden na de operatie, zal Finn pas over een jaar weer op controle hoeven komen. Terugkijkend was het een emotionele en heftige periode, maar door zo’n ervaring ga je nog meer van je kind houden en zijn gezondheid waarderen. Vandaag voelt Finn zich weer helemaal goed, en wij ons dus ook!”