Alles Over Urologie
  • Blaaskanker

    Inleiding

    Onze nieren hebben als functie het bloed te zuiveren. Zij halen afvalstoffen uit ons lichaam en lossen die op in water. Het resultaat is urine. Deze urine wordt via de urineleiders naar de blaas getransporteerd en daar tijdelijk opgeslagen. Via de plasbuis verlaat de urine uiteindelijk ons lichaam.
    In de blaas kan kanker ontstaan. Bij ongeveer 90% van de mensen met blaaskanker, gaat het om een tumor die ontstaan is vanuit het slijmvlies van de blaas. Over deze vorm van blaaskanker gaat deze tekst.

    Mogelijke oorzaken?

    Over de oorzaken is nog weinig bekend. Wel is bekend dat rokers een sterk verhoogde kans hebben om blaaskanker te krijgen.
    Er bestaat ook een erfelijke vorm van blaaskanker. Wanneer bij meerdere directe familieleden blaaskanker is geconstateerd, kan men meer risico hebben op deze vorm van blaaskanker. Dan is het belangrijk dit met de arts te bespreken.

    Hoe kunt u het herkennen?

    Meestal zorgt een tumor in de blaas in het begin niet voor duidelijke klachten. De klacht die het meest wordt gemeld is bloed in de urine, meestal zonder pijn. Dikwijls gaat dat bloedverlies weer spontaan voorbij. Het blijft verstandig hier aandacht aan te besteden, ook als de urine weer helder is. Andere klachten die kunnen voorkomen (maar niet persé duiden op blaaskanker) zijn:

    • pijn bij het plassen
    • vaak moeten plassen


    Wanneer men klachten heeft, is het belangrijk deze te bespreken met de (huis)arts. Hij zal lichamelijk onderzoek doen en gezamenlijk de klachten bespreken. Waarschijnlijk zal hij ook bloed- en urineonderzoek laten doen. Meestal is verder onderzoek door de uroloog nodig.
    De uroloog zal foto’s laten maken van de nieren en de blaas. Met een kijkonderzoek wordt onderzocht of er een tumor in de blaas zit. Is dat het geval dan moet de tumor worden verwijderd. Men weet dan beter om wat voor tumor het gaat en hoe diep hij in de wand vastzit. Dit gebeurt onder verdoving met een kijkinstrument via de plasbuis. In het laboratorium wordt al het verwijderde weefel onderzocht. Meestal zal de blaas na de ingreep met een medicijn gespoeld worden.Wanneer echter de tumor diep in de wand zit is er 'aanvullend’ onderzoek nodig zoals echografie, CT scan of MRI-scan om de beste aanvullende behandeling te kunnen bepalen.

    Wat is er aan te doen?

    De behandeling is afhankelijk van:

    • het soort tumor
    • ingroei in de wand: oppervlakkig of diep
    • het aantal tumoren
    • of er uitzaaiingen zijn
    • de algemene conditie

    De behandeling is afhankelijk van het stadium waarin de ziekte zich bevindt. Bij de meeste patiënten met blaaskanker is de tumor oppervlakkig en kan bij de ingreep alles verwijderd worden. Daarna begint men weer met een schone lei.
    Deze patiënten zijn goed te genezen. Hun leven wordt niet door de ziekte bedreigd. Maar de ziekte kan wel gemakkelijk terugkomen. Een lange controle is daarom verstandig. Is de tumor dieper ingegroeid dan moet er vaak meer gebeuren om tot genezing te komen. De meest gebruikte behandelmethoden worden hieronder kort toegelicht. Soms is een combinatie van verschillende behandelingen nodig.

    Inwendig opereren
    De tumor kan via de plasbuis worden verwijderd. Soms zijn twee behandelingen nodig om alles weg te halen Bij de operatie is het al enigszins duidelijk of de tumor oppervlakkig is of diep. Onderzoek in het laboratorium geeft uiteindelijk de zekerheid.

    Blaasspoelingen
    Het doel is het versterken van de afweer van het lichaam (immunotherapie) of het afbreken van tumorcellen. Wanneer de oppervlakkige tumoren terugkomen of wanneer er sprake is van meerdere of snel groeiende (agressieve) tumoren, kunnen na het schoonmaken van de blaas, blaasspoelingen worden aangeraden. Door die spoelingen wordt de kans dat de tumor terugkomt kleiner. Ook zijn er aanwijzingen dat hiermee de agressiviteit van de tumor kan worden geremd. De vloeistof van die spoelingen bestaat uit een stof die de afweer van de blaas versterkt (zoals BCG-spoelingen). Bij andere spoelingen wordt gebruik gemaakt van een celdodende stof, zoals mitomycine.

    Uitwendig opereren
    Als de tumor diep in de blaaswand vastzit en niet verwijderd kan worden via een inwendige operatie is een grotere operatie nodig. Daarbij wordt de blaas verwijderd. Om de urine op te slaan en uiteindelijk te lozen is een oplossing nodig waarvoor een stuk van de eigen darm wordt gebruikt. De techniek daarbij is verschillend afhankelijk van de mogelijkheden. Sommigen krijgen een stoma. De urine loopt dan steeds af in een opvangzakje. Ook worden er stoma’s gemaakt met een reservoir waar urine in blijft zitten, ook wel continente stoma’s genoemd. Men kan het reservoir regelmatig legen met een slangetje (katheter). Bij sommigen is een stoma niet nodig. De nieuwe blaas wordt aangesloten op de eigen plasbuis. Zodoende kan men meestal weer op een natuurlijke wijze plassen.

    Uitwendige bestraling
    Met bestraling wordt geprobeerd de kankercellen te vernietigen Een uitwendige bestraling wordt wel gedaan als de tumor diep in de wand zit en een verwijdering van de blaas niet mogelijk is.

    Inwendige bestraling
    Als de tumor diep in de wand zit en niet te groot is, kan ook gedacht worden aan een inwendige bestraling. Eerst wordt het stukje blaas waar de tumor zit verwijderd met behoud van de rest van de blaas. Daarna worden naaldjes geplaatst rondom het gebied waar de tumor zat. In de naaldjes zit een stof die een bestraling van de omgeving geeft. Zij worden na enkele dagen weer verwijderd.

    Bij 8 – 9 van de 10 mensen met blaaskanker zal de ziekte hun leven niet bedreigen, maar wel sterk beïnvloeden. Een lange, intensieve controle is gewenst. Bij 1-2 van de 10 mensen met blaaskanker is de ziekte in een ernstiger fase en zijn voor genezing ingrijpende behandelingen nodig. Bij een enkeling kan er sprake zijn van uitzaaiingen. De kans op genezing is dan klein. De behandeling bestaat dan uit chemotherapie. Ongeveer een op de vijf mensen reageert daar goed op. Als een goede reactie uitblijft, is genezing niet meer mogelijk. De behandeling bestaat dan uit een goede begeleiding en uit het zo goed mogelijk verhelpen van de klachten.

    Meer informatie:

    KWF Kankerbestrijding

    Patiënteninformatie
  • Feiten of fabels
  • "Een beetje urineverlies is normaal."

    Fabel:

    Urineverlies is niet normaal. Vooral vrouwen denken dat het erbij hoort, maar urineverlies, ook al is het maar een klein beetje, is niet gewoon. Dus neem het niet voor lief en ga ermee langs de huisarts, ongeacht of u een man of vrouw bent.

    Creëer uw eigen zorg!
    Volgend jaar zal er een nieuwe netwerkrichtlijn ‘subfertiliteit’ gepubliceerd worden. Deze richtlijn komt tot stand door een samenwerking tussen huisartsen, gynaecologen, urologen, embryologen, klinisch chemici en psychologen, en moet ervoor zorgen dat de fertiliteitszorg in Nederland verbetert. We willen hierin ook graag de mening van de patiënten meenemen, want deze kunnen ons als geen ander vertellen hoe de zorg het best geregeld zou kunnen worden. Via een wikipedia-achtige methode zal om uw wensen en behoeften gevraagd worden op de website van de patiëntenvereniging Freya, zgn. ‘Wikifreya’. Als u interesse heeft, bezoek dan deze website om de door ons voorgestelde aanbevelingen naar believen te veranderen dan wel aan te vullen. Als u vragen of opmerkingen heeft, kunt u die sturen naar kkcz@umcn.nl
  • Uw mening
  • Heeft u wel eens moeite of pijn bij het plassen?
    Ja
    Nee

 
Print deze pagina