Verhaal van Jan Bos (1939)
Operatiedatum: 22 maart 2006
‘Toen ik nog werkte liet ik me elk jaar preventief medisch controleren. Na onderzoek bleek steeds weer hoe gezond ik was. Dat verbaasde me niets want ik moet eerlijk zeggen dat ik er ook een gezonde levensstijl op na houd. Ik drink af en toe echt wel eens een goed glas wijn en houd van lekker eten maar ben daarnaast ook veel in beweging. Vroeger tenniste en hockeyde ik graag, tegenwoordig loop ik regelmatig 18 holes op de golfbaan. Ongeveer tien jaar geleden kon ik tot groot genoegen met de VUT en raakten de jaarlijkse controles op de achtergrond.
Na acht jaar (in 2005) pakte ik in een opwelling die gewoonte weer op. Ik mankeerde niets en had ook geen klachten, maar het leek me gewoon verstandig. De huisarts die de medische keuring deed, vond het ook verstandig om mij te toucheren op prostaatkanker. Aangezien mijn PSA waarde daar absoluut geen aanleiding toe gaf, twijfelde ik even of ik dat wel wilde. Hij wist me toch te overtuigen en tot mijn verbijstering kwam daar de diagnose prostaatkanker uit. Dit had ik nooit verwacht. Een nader specialistisch onderzoek werd door een bevriende uroloog gedaan en hij ontdekte dat ik op de schaal van 1 op 10 van kwaadaardige prostaatkanker op een 8 uitkwam! Ik kwam echt in een spagaat terecht. Zonder klachten naar de huisarts en met prostaatkanker de deur uitlopen. Wat is dan vervolgens het beste: een nucleaire aanpak, een operatie of niets doen? De definitieve uitslag kwam een week voor kerst. Mijn vrouw en ik besloten om de kinderen het slechte nieuws pas na de kerst te vertellen.
Eind januari 2006 kreeg ik een intakegesprek met de specialist die de operatie zou gaan doen. Deze specialist beloofde zo spoedig mogelijk een operatiedatum voor mij te regelen. Toch duurde het nog bijna twee maanden voordat ik aan de beurt was voor een kijkoperatie, die volgens nieuwe operatietechnieken zou worden uitgevoerd. De operatie duurde maar liefst 5,5 uur en ik heb daarna zeven dagen in het ziekenhuis gelegen. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik zeer tevreden ben over de kwaliteit van de zorg die mij geboden is in die periode.
Ik heb, nadat ik uit het ziekenhuis kwam, twee weken met een verblijfskatheter rondgelopen of liever gezegd ‘op de plaats rust’ gehouden. Na twee weken kon de katheter gelukkig verwijderd worden. Tijdens de dagopname werd een aantal incontinentietesten uitgevoerd en die waren goed. Dus aan het einde van de dag kon ik kathetervrij naar huis. De eerste dagen heb ik hulpmiddelen (een soort luiers) gebruikt om onverwacht urineverlies op te vangen. Maar al na een week gebruikte ik deze ’s nachts niet meer en na vier weken stopte ik er ook overdag mee. Alleen tijdens het golfen gebruikte ik ze de eerste tijd nog wel. Na ongeveer zes maanden had ik totaal geen last meer van incontinentie. Ik hoef nog slechts eenmaal per jaar op controle.
Wat ben ik mijn huisarts dankbaar dat hij mij heeft overtuigd van de noodzaak van toucheren.