Alles Over Urologie
  • Prostaatkanker 

    Inleiding

    Klik voor een vergrotingDe prostaat is een klier onder de blaas van de man. Door de prostaat loopt de plasbuis. De plasbuis vervoert urine vanuit de blaas en zaadcellen vanuit de balzakken. In de prostaat wordt zaadvloeistof gemaakt. Wanneer een man klaarkomt, wordt in de prostaat zaadvloeistof bij de zaadcellen gevoegd.

    De prostaat is een orgaan dat ook na de puberteit blijft groeien. Hierbij kunnen afwijkingen ontstaan. De twee meest voorkomende aandoeningen aan de prostaat zijn:

    • goedaardige prostaatvergroting (dit wordt ook wel oudemannenkwaal genoemd)
    • prostaatkanker

    Prostaatkanker is de meest voorkomende kanker bij mannen in Nederland. Het is vaak een langzaam groeiende vorm van kanker.

    De kans dat een man prostaatkanker krijgt, is 1 op 10. Kankergezwellen (tumoren) van de prostaat worden in drie groepen ingedeeld:

    • kleine en onschuldige tumoren
    • een kleine tumor die nog kan groeien, maar niet groter is dan de prostaat
    • een tumor die de prostaat uitgroeit

    klik voor een vergroting 

    Diagnostiek van prostaatkanker

    Jaarlijks krijgen ongeveer 12.000 mannen in Nederland te horen dat zij prostaatkanker hebben. Aan deze uitspraak is het nodige onderzoek vooraf gedaan. 

    Het verhaal begint voor de meeste mannen met ongerustheid. Bijvoorbeeld doordat bij een familielid, vriend of collega van dezelfde leeftijd prostaatkanker is vastgesteld. ‘Zou ik misschien ook…?’ 

    De eerste stap om daar achter te komen voert doorgaans richting huisarts. Een minderheid van de mannen belandt met dezelfde vraag bij de huisarts doordat zij moeite hebben met plassen. De huisarts beschikt over twee methoden die iets kunnen zeggen over de mogelijke aanwezigheid van prostaatkanker: de PSA-test en het rectaal toucher. 

    Bij het rectaal toucher voelt de huisarts via de anus met een vinger hoe groot de prostaat is. Hoe groter de prostaat, des te groter is de kans dat er sprake is van prostaatkanker. Bij alle mannen neemt de omvang van de prostaat echter toe met het stijgen van de leeftijd. In de meeste gevallen is er sprake van een goedaardige vergroting van de prostaat. 

    De PSA-test meet de hoeveelheid PSA in het bloed. PSA staat voor prostaat specifiek antigeen. Dit is een eiwit dat wordt aangemaakt en uitgescheiden door de cellen van de prostaat. Neemt de hoeveelheid PSA in het bloed toe, dan kan dat duiden op prostaatkanker. Kàn, want er zijn ook andere redenen waardoor de hoeveelheid PSA in het bloed toeneemt. Bijvoorbeeld een goedaardige vergroting van de prostaat of een ontsteking van de prostaat.  Hoe ouder een man is, des te groter is de kans dat diens PSA-waarde verhoogd is. 

    Er is sprake van een verhoogde PSA-waarde als de uitslag van de test hoger is dan 4. Een PSA hoger dan 4, al dan niet in combinatie met een vergrote omvang van de prostaat, is doorgaans voor de huisarts reden voor een doorverwijzing naar de uroloog. Die kan dan nader onderzoek doen. 

    Dat laatste is nodig omdat de PSA-waarde alleen nog weinig zekerheid geeft over de aanwezigheid van prostaatkanker. De volgende getallen illustreren dit. Van iedere 100 mannen (ouder dan 50 jaar, zonder klachten) die PSA laten meten, hebben er gemiddeld 80 een PSA lager dan 4. Van die 80 heeft er desondanks 1 prostaatkanker. En van de 20 met een PSA hoger dan 4 hebben er maar 4 prostaatkanker. 

    Is de PSA verhoogd dan kan de uroloog aanvullend onderzoek uitvoeren. Bijvoorbeeld een zogeheten PCA3-test of urinetest. Deze test meet hoeveel van het  molecuul PCA-3 in de urine aanwezig is na een rectaal toucher. PCA-3 is een molecuul dat uitsluitend voorkomt in prostaatkankercellen. Bij een rectaal toucher komen enkele prostaatkankercellen – evenals enkele gezonde prostaatcellen – in de urine terecht. Bevat de urine PCA-3, dan is dit een sterke aanwijzing voor de aanwezigheid van een tumor in de prostaat. 

    Dat vermoeden kan verder worden onderbouwd door het prostaatweefsel zelf te onderzoeken. Hiervoor prikt de uroloog met een holle naald op enkele plaatsen in de prostaat,. Dat levert r stukjes prostaatweefsel op. Microscopische onderzoek daarvan maakt vervolgens duidelijk of er tumorcellen in dit weefsel aanwezig zijn. 

    Het wegnemen van stukjes weefsel heet ‘biopteren’ of een ‘biopsie uitvoeren’. Bij het biopteren maakt de uroloog gebruik van echobeelden van de prostaat om de naald naar de juiste plaats te manoeuvreren. Nauwkeuriger, maar veel duurder en nog slechts beperkt toegepast, is het gebruik MRI, een andere beeldvormende techniek, bij het nemen van biopten. 

    Met behulp van de huidige diagnostische middelen is wel aan te tonen of iemand prostaatkanker heeft, maar is niet te voorspellen of er sprake is van een levensbedreigende tumor of van een tumor die langzaam groeit en weinig tot geen klachten zal veroorzaken.
     

    De behandeling van prostaatkanker

    Het klinkt misschien wat raar, maar een belangrijke vorm van behandeling bij prostaatkanker is ‘geen behandeling’. Dat zit zo. Prostaatkanker komt grofweg in twee vormen voor. Prostaatkanker die levensbedreigend is en prostaatkanker die naar alle waarschijnlijkheid nooit (ernstige) klachten zal veroorzaken.

    Dat de eerste vorm van prostaatkanker snel behandeld moet worden, behoeft geen betoog. In het tweede geval staan patiënt en behandelaar voor een keuze: behandelen of afwachten en in de gaten houden.  Active surveillance, heet dit laatste ook wel in dokterstaal.

    Wordt gekozen voor behandelen, dan is de kans groot dat dit leidt tot genezing (zie hieronder). Dat wil echter niet meteen zeggen dat deze genezende behandeling de patiënt ook  extra levensjaren oplevert. Was er namelijk sprake van een tumor die niet levensbedreigend is, dan zou de patiënt na verloop van jaren overleden zijn mèt prostaatkanker, niet aan prostaatkanker.

    Het grote probleem is dat het momenteel niet te voorspellen valt of de prostaatkanker die bij een man is vastgesteld levensbedreigend is of relatief onschuldig. Of de man in kwestie dus mèt of aan prostaatkanker zal overlijden.

    Dit maakt dat de uroloog samen met de patiënt alle voors en tegens van behandelen en van active surveillance op een rijtje moeten zetten en dat de patiënt vervolgens een keuze moet maken. In Nederland kiezen mannen de laatste tijd steeds vaker voor de optie van active surveillance. Zij komen dan geregeld op controle waarbij de actuele situatie in kaart gebracht wordt.  De patiënt kan vervolgens kiezen verder te gaan met active surveillance of alsnog een behandeling laten uitvoeren.

    Kiest een patiënt voor behandeling dan zijn er verschillende mogelijkheden. Als de prostaatkanker nog niet is uitgezaaid, is een genezende behandeling mogelijk. Dat kan met behulp van bestraling (radiotherapie) en/of een operatie waarbij de prostaat wordt weggenomen (prostatectomie). De controle op uitzaaiingen gebeurt door de lymfeklieren in de onderbuik te verwijderen en deze te onderzoeken op de aanwezigheid van (uitgezaaide) tumorcellen.

    De meest gangbare soort operatie is momenteel de kijkoperatie met gebruik van de operatierobot. In dat geval maakt de uroloog een  kleine snede in de buik waardoorheen de ‘armen’ van de operatierobot in de buik gebracht worden. Deze armen zijn voorzien van een camera en diverse operatie-instrumenten. De uroloog bedient de robot van buitenaf en kan,  kijkend naar een scherm dat de beelden uit het inwendige van de buikholte sterk vergroot weergeeft, hiermee zeer nauwkeurig werken.

    Steeds minder vaak vindt het wegnemen van de prostaat plaats op de ‘klassieke’ manier. Hierbij maakt de uroloog een (grote) snee in de onderbuik om bij de prostaat te komen.
    Veel voorkomende bijwerkingen van het wegnemen van de prostaat zijn erectiestoornissen, urine-incontinentie en een ‘droog’ orgasme (bij het klaarkomen komt dan geen sperma meer vrij. Het spermavocht is immers afkomstig uit de prostaat)

    Bestraling kan inwendig of uitwendig gebeuren. Uitwendige bestraling gebeurt meestal poliklinisch. Dat betekent dat de patiënt gedurende een bepaalde periode geregeld naar het ziekenhuis komt om de bestraling te ondergaan. Hierbij wordt een stralenbundel enige tijd op de tumor gericht. Hierdoor sterven de tumorcellen (en ook een deel van de gezonde cellen) af.
    Bijwerkingen van uitwendige bestraling kunnen zijn: een rode huid op de bestraalde plaats, darmklachten, plasklachten en erectiestoornissen.

    Inwendige bestraling (brachytherapie) gebeurt door radioactieve bolletjes (‘zaadjes’) enige tijd in de prostaat aan te brengen. De straling die vrijkomt uit de ‘zaadjes’ vernietigt de tumorcellen (en omliggende gezonde cellen). Inwendige bestraling kan leiden tot plasklachten en erectiestoornissen.

    Is de prostaatkanker uitgezaaid dan is genezing in principe niet meer mogelijk. De behandeling is dan gericht op het zolang mogelijk voorkómen van klachten (palliatieve behandeling).

    De eerste vorm van behandeling bij uitgezaaide prostaatkanker bestaat uit het onderdrukken van de aanmaak van testosteron. Het mannelijke geslachtshormoon testosteron is namelijk uitstekende ‘mest’ voor de prostaatkankercellen. Door met medicijnen de aanmaak van testosteron te onderdrukken (chemische castratie) groeit de tumor minder snel. Dat stelt het ontstaan van klachten enigszins uit.

    Bijwerkingen van de chemische castratie zijn onder andere: minder zin in vrijen, moeite een erectie te krijgen, veranderingen in de lichaamsbeharing, vermoeidheid en een verandering in de vetverdeling binnen het lichaam. 

    Veel patiënten reageren na een jaar of vier niet meer op de testosterononderdrukkende behandeling. Zodra er dan klachten ontstaan, komen zij in aanmerking voor chemotherapie. Dit is een behandeling met medicijnen die de tumorcellen (en ook sommige gezonde cellen) doden en/of remmen in hun deling. Chemotherapie gaat doorgaans gepaard met flinke bijwerkingen (misselijkheid, haaruitval, darmproblemen, gevoelig voor infecties, vermoeidheid).

    Van alle mannen met prostaatkanker die kiezen voor een behandeling, komt ongeveer 70%  in aanmerking voor een behandeling die in principe tot genezing leidt. Van hen ondergaat ca 40%  bestraling en ca 60% een operatie. De behandeling leidt bij ca 60% van de patiënten tot blijvende genezing. Bij de overige 40% ontstaat na verloop van tijd opnieuw een tumor (recidief). In dat laatste geval kan opnieuw bestraling worden toegepast, gevolgd door een testosterononderdrukkende behandeling.

    Bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker is (nog) niet zinvol

    Met zo’n 12.000 nieuwe gevallen per jaar is prostaatkanker in Nederland de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. Jaarlijks overlijden een kleine 3000 mannen in Nederland aan prostaatkanker. Vroegtijdig opsporen en behandelen van prostaatkanker kan dus in theorie vele levens sparen. En sinds een jaar of dertig bestaat er ook een test, de zogeheten PSA-test, waarmee prostaatkanker in een vroeg stadium is op te sporen.  Een landelijk bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker is dus in principe goed mogelijk.

    Maar is het ook zinvol? Over die vraag wordt al een jaar of twintig gediscussieerd. Om een aantal redenen. Om te beginnen is de PSA-test verre van waterdicht. PSA staat voor prostaat specifiek antigeen, een eiwit dat in het bloed wordt uitgescheiden door cellen van de prostaat. Neemt de hoeveelheid PSA in het bloed toe, dan kan dat duiden op prostaatkanker. Kàn, want er zijn ook andere redenen waardoor de hoeveelheid PSA in het bloed verhoogd kan zijn. Bijvoorbeeld een goedaardige vergroting van de prostaat of een ontsteking van de prostaat.

    Anderzijds leidt niet iedere tumor in de prostaat tot een meetbare verhoging van de hoeveelheid PSA in het bloed. Een laag PSA betekent dus niet met zekerheid dat er geen prostaatkanker aanwezig is.

    Daarnaast mag prostaatkanker dan wel de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland zijn bij mannen, de meeste mannen gaan dood mét prostaatkanker en niet dood aan prostaatkanker. Met andere woorden, een groot deel van de tumoren in de prostaat groeit zeer langzaam en veroorzaakt zo weinig klachten dat behandeling niet nodig is.

    Bovendien zijn de behandeling en de daaraan voorafgaande diagnostiek behoorlijk ingrijpend. Om bij een verhoogd PSA-gehalte na te gaan of er echt sprake is van prostaatkanker moeten er stukjes weefsel uit de prostaat worden weggenomen. Het afnemen van dergelijke biopten kan een pijnlijke aangelegenheid zijn, terwijl niet zeker is dat een aanwezige tumor ook daadwerkelijk wordt aangeprikt. Is aangetoond dat er tumorweefsel aanwezig is, dan bestaat de behandeling uit bestraling en/of een operatie die niet zelden leidt tot erectieverlies, urine-incontinentie en/of andere complicaties.

    De vraag is dus of de voordelen van screening (minder sterfte) opwegen tegen de nadelen van screening (behandelen van tumoren die geen klachten zullen veroorzaken). Een bijna 20 jaar durende studie onder ruim 180.000 mannen uit diverse Europese landen heeft in 2009 aangetoond dat de sterfte aan prostaatkanker met ruim 20 procent daalt als bij mannen ouder dan 55 jaar eens in de vier jaar een PSA-test wordt uitgevoerd. Is het PSA verhoogd, dan  volgt nader onderzoek en zo nodig een behandeling. In Nederland zou dit betekenen dat er jaarlijks ongeveer 600 mannen minder zullen sterven aan prostaatkanker.

    Er is echter één grote ‘maar’ bij deze winst. Zoals hierboven reeds is opgemerkt: de meeste mannen sterven mèt prostaatkanker, niet aan prostaatkanker. Bij een groot deel van de prostaattumoren is een behandeling niet van invloed op het aantal jaren dat de man in kwestie nog te leven heeft. Het probleem is dat momenteel niet met zekerheid te voorspellen bij wie de tumor levensbedreigend is en bij wie niet. Om er zeker van te zijn dat je alle levensbedreigende prostaattumoren verwijdert, moet je daarom alle prostaattumoren behandelen. Ook de niet-levensbedreigende tumoren. 


    Uit de gegevens van de genoemde grote Europese studie is berekend dat ongeveer 40 mannen met een verhoogd PSA een behandeling aan hun prostaat moeten ondergaan om één sterfgeval aan prostaatkanker te voorkómen. Omgerekend naar de situatie in Nederland betekent dit dat er  jaarlijks 24.000 mannen een behandeling moeten ondergaan wegens prostaatkanker om de prostaatkankersterfte in Nederland met de genoemde 600 gevallen per jaar te kunnen verminderen. Tegenover de 600 mannen die dankzij de screening en behandeling langer leven, staan dus 23.400 -  ofwel 97% van het totaal aantal behandelde mannen – die ook zonder behandeling in leven zouden zijn gebleven. Zij ondervinden wel de nadelen van de behandeling.

    Vanwege het grote verschil tussen het aantal mannen dat voordeel heeft van de screening en behandeling  (levenswinst door verwijderen van levensbedreigende tumor) en het aantal dat alleen de nadelen ervan ondervindt (verwijderen van een niet-levensbedreigende tumor), wordt een landelijk bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker (op basis van PSA) vooralsnog niet zinvol geacht.


    Meer informatie:

    Prostaatwijzer.nl

    Kankerbestrijding

  • Feiten of fabels
  • "Roken vergroot de kans op een erectiestoornis."

    Feit:

    Roken, alcoholgebruik, overgewicht, weinig lichamelijke beweging, hart- en vaatziekten, suikerziekte, depressie, stress, angst, rouw, medicijngebruik, maar ook een minder groot vermogen om problemen op te lossen en weinig begrip van de omgeving, kunnen bijdragen tot erectieproblemen. Stress gaat gepaard met de productie van adrenaline en dat kan erectiestoornissen geven.

    Creëer uw eigen zorg!
    Volgend jaar zal er een nieuwe netwerkrichtlijn ‘subfertiliteit’ gepubliceerd worden. Deze richtlijn komt tot stand door een samenwerking tussen huisartsen, gynaecologen, urologen, embryologen, klinisch chemici en psychologen, en moet ervoor zorgen dat de fertiliteitszorg in Nederland verbetert. We willen hierin ook graag de mening van de patiënten meenemen, want deze kunnen ons als geen ander vertellen hoe de zorg het best geregeld zou kunnen worden. Via een wikipedia-achtige methode zal om uw wensen en behoeften gevraagd worden op de website van de patiëntenvereniging Freya, zgn. ‘Wikifreya’. Als u interesse heeft, bezoek dan deze website om de door ons voorgestelde aanbevelingen naar believen te veranderen dan wel aan te vullen. Als u vragen of opmerkingen heeft, kunt u die sturen naar kkcz@umcn.nl
  • Uw mening
  • Heeft u wel eens moeite of pijn bij het plassen?
    Ja
    Nee

 
Print deze pagina