Sterilisatie en hersteloperatie
Inleiding
Om een ongewenste zwangerschap te voorkomen kan naast de veelgebruikte voorbehoedsmiddelen (condoom, de pil, spiraaltje) ook gekozen worden sterilisatie.
Sterilisatie moet beschouwd worden als een definitieve vorm van anticonceptie. U moet dus alleen kiezen voor een sterilisatie als u er zeker van bent dat u geen kinderen meer wilt.
Het sperma van de man bestaat uit zaadvloeistof en spermacellen. Zaadvloeistof wordt gemaakt in de prostaat. Wanneer een man klaar komt worden er vanuit de zaadballen via de zaadleiders spermacellen aan deze vloeistof toegevoegd. Bij een sterilisatie worden de zaadleiders onderbroken, zodat de spermacellen niet meer in de prostaat kunnen komen.
De zaadlozing lijkt na de ingreep dus volkomen normaal, er zitten alleen geen zaadcellen meer in het sperma.
Behandeling
Wellicht moet u tijdelijk (een paar dagen voor de behandeling) stoppen met bepaalde medicijnen te gebruiken. Dit is meestal het geval als u bloedverdunnende middelen gebruikt.
De ingreep vindt plaats onder lokale verdoving van de balzak. Na de verdoving worden er twee kleine sneetjes gemaakt in de huid boven de zaadleiders. De zaadleiders worden onderbroken en geklipt (met een soort van klip), afgebonden (met een soort touwtje) of dichtgebrand. Vaak wordt een klein stukje van de zaadleider verwijderd om te controleren of ook echt de zaadleider is onderbroken en niet een ander stukje weefsel. Aan het einde van de behandeling worden de wondjes gehecht.
Na de behandeling bent u niet direct steriel. U moet nog voorbehoedsmiddelen blijven gebruiken. Er zijn namelijk nog zaadcellen in het traject van onderbreking tot plasbuis. Bij iedere zaadlozing gaat een deel mee in het zaad en blijven er minder over. Omdat er niets meer bijkomt zal het zaad uiteindelijk geen zaadcellen meer bevatten. Na twee maanden moet u een zaadmonster inleveren op de polikliniek. Als uit dit onderzoek blijkt dat er geen zaadcellen meer aanwezig zijn, is de behandeling geslaagd. U hoeft dan geen aanvullende voorbehoedsmiddelen meer te gebruiken om een ongewenste zwangerschap te voorkomen. Ter bescherming tegen een soa (seksueel overdraagbare aandoening) dient u nog wel gebruik te maken van condooms.
Nadelen en complicaties
Nadelen en complicaties die kunnen optreden:
- De wondjes kunnen gevoelig zijn. Dit kan door een ontsteking komen. Een antibioticumkuur kan dan nodig zijn.
- Er kan tijdens de behandeling een bloedvaatje worden geraakt waardoor er soms een bloeduitstorting kan ontstaan, dit is in principe altijd te behandelen.
- Bij minder dan 1 op de 20 mannen komen pijnklachten voor in de weken na de behandeling.
- Er is een zeer kleine kans dat de zaadleiders weer aan elkaar groeien.
- Sommige mannen krijgen na de behandeling spijt van hun keuze.
Hersteloperatie
In sommige gevallen wil men een hersteloperatie. De kans van slagen hangt af van verschillende factoren:
- de vruchtbaarheid vóór de sterilisatie
- de lengte van het verwijderde stuk
- het aantal jaren sinds de sterilisatie: hoe langer geleden, hoe kleiner de kans op succes
- antistoffen: soms maken mannen na de sterilisatie bepaalde stoffen aan die de kwaliteit van de zaadcellen kunnen aantasten
Na de operatie geldt dat het weefsel ongeveer drie weken moet herstellen.
Enkele weken tot maanden na de hersteloperatie zal gecontroleerd worden (soms vaker) of er zaadcellen in het sperma aanwezig zijn. Is dit na een jaar nog steeds het geval wordt de ingreep als mislukt beschouwd.
Na een hersteloperatie zijn 3 op de 10 mannen in staat een kind te verwekken.