Urineverlies
Inleiding
Sommige vrouwen hebben moeite om hun plas (urine) op te houden bij inspanning (hoesten, niezen, lachen, tillen, springen, traplopen of plotseling opstaan). Dit wordt inspanningsincontinentie of stressincontinentie genoemd. Anderen moeten plotseling erg nodig plassen en zijn niet op tijd bij het toilet. Dit wordt aandrangincontinentie
of urge-incontinentie genoemd.
Het urineverlies kan een paar druppels of een hele plas zijn, alleen af en toe of een paar keer per dag. Niet iedereen gebruikt daarvoor opvangmateriaal.
Mogelijke oorzakenHet lichaam maakt voortdurend urine aan. Dit wordt opgeslagen in de blaas. Hoe voller de blaas wordt, hoe sterker men het gevoel heeft te moeten plassen (aandrang). De blaas is afgesloten met een sluitspier. De blaas wordt op zijn plaats gehouden door de bekkenbodemspieren. Dit is een soort hangmat van spieren onderaan het bekken.
Bij inspanningsincontinentie werken de sluitspier van de blaas, de bekkenbodemspieren en/of de blaas niet goed samen. Bij vrouwen wordt dit vaak veroorzaakt door zwangerschap en/of bevalling of door een verzakking.
Bij een verzakking zijn één of meer organen van de onderbuik naar beneden gezakt omdat de spieren en banden waaraan ze hangen, zijn uitgerekt. Dit kan ontstaan door zwangerschap, bevalling, lichamelijk zwaar werk, overgewicht en/of veelvuldig hoesten. Bij het ouder worden, worden de spieren en banden ook slapper. Organen die kunnen verzakken zijn de blaas, de baarmoeder en/of de endeldarm.
Bij aandrangincontinentie kan de blaasspier juist actief zijn door een urineweginfectie of andere redenen. Soms is verder onderzoek noodzakelijk.
Bij oudere vrouwen komt ook vaak een combinatie van inspannings- en aandrangincontinentie voor.
Hoe kunt u het herkennen?Urineverlies kan erg hinderlijk zijn. Sommige vrouwen vinden het zo hinderlijk dat zij hun bezigheden gaan aanpassen. Zij blijven vaker thuis en vermijden bepaalde activiteiten, zoals sporten en uitstapjes. Schaamte en angst voor ontdekking spelen vaak een grote rol. Ook gaan zij vaak minder drinken waardoor de urine meer geconcentreerd wordt . Dit lokt soms weer een blaasontsteking uit.
Omdat veel vrouwen zich schamen voor hun urineverlies, gaan zij niet naar de huisarts. Dat is jammer want aan urineverlies is vaak iets te doen. Dat begint met goede voorlichting over opvangmateriaal. Het is ook goed te weten dat veel incontinentiematerialen (deels) door uw ziektekostenverzekeraar worden vergoed.Wat is er aan te doen?
Meestal wordt eerst enkele dagen lang een dagboek bijgehouden van het urineverlies. Hierin wordt genoteerd wanneer, in welke situaties en hoeveel urineverlies er is. Samen met de arts wordt dit dagboek bekeken. De arts kan dan vertellen om welke vorm van incontinentie het gaat en welke oefeningen kunnen helpen. Voor inspanningsincontinentie zijn dit oefeningen om de bekkenbodemspieren krachtiger te maken. Het dagboek wordt in de periode van oefenen ook bijgehouden. Daaraan is te zien of de klachten verminderen. Er zijn fysiotherapeuten die gespecialiseerd zijn in het begeleiden van deze oefeningen. Zij bereiken het beste resultaat. Na 6 tot 8 weken dagelijks oefenen, worden de klachten meestal minder. Wanneer er geen verbetering optreedt of men moeite heeft met oefenen, is het goed om opnieuw contact op te nemen met de arts. In sommige gevallen kan een operatie helpen. De uroloog zal u graag over de voor- en nadelen van een operatie informeren.
Wanneer er sprake is van overgewicht kan afvallen helpen om de klachten te verminderen.
Wanneer tijdens het sporten urineverlies optreedt, kan het beste een grote tampon worden gebruikt. Deze absorbeert geen urine, maar ondersteunt de blaas. Hierdoor wordt de kans op urineverlies kleiner. Draag de tampon alleen op momenten dat er kans is op urineverlies en vooral niet de hele tijd.
Bij aandrangincontinentie kunnen medicijnen helpen.
Er zijn veel verschillende soorten incontinentiemateriaal beschikbaar. Deze nemen geur op en houden de huid redelijk droog. Ook kan een beschermende zalf (bijvoorbeeld zinkzalf) worden gebruikt op plekken waar de urine de huid raakt. In de apotheek helpt men u graag verder.
Andere plasproblemenBij vrouwen kunnen ook de volgende problemen voorkomen:
- heel vaak naar het toilet moeten
- ’s nachts vaak moeten opstaan om te plassen
- nadruppelen na het plassen
- vaker kleine beetjes plassen
- moeizaam plassen
Ook voor deze problemen geldt: ga er mee naar de huisarts. Er is meestal wat aan te doen.
Meer informatie