Patiënten met schade aan het zenuwstelsel hebben vaak last van een neurogene blaas.

Dit betekent dat er een probleem is in de aansturing en/of werking van de blaas door zenuwschade. Er zijn ongeveer een half miljoen mensen met een neurogene blaas in Nederland. De bekendste oorzaken van neurogene blaas zijn dwarslaesie, multiple sclerose (MS) en beroerte (CVA) . Echter, ook minder voor de hand liggende aandoeningen die zenuwweefsel aantasten kunnen leiden tot een neurogene blaas, zoals suikerziekte (diabetes).

Neurogeen blaaslijden komt ook vaak voor in verpleeghuizen bijvoorbeeld bij patiënten na een herseninfarct of bij Parkinson of bij dementie.

Neurogeen blaaslijden kan leiden tot verschillende soorten complicaties. Urine-incontinentie treedt op door overactieve blaas, of door een verlamde blaas met overloop incontinentie of bij een kapotte sluitspier.

Problemen met de blaaslediging kunnen leiden tot het achterblijven van urine na het plassen met als gevolg urineweginfecties met soms ook steenvorming. Een ernstige complicatie is nierschade door een hoge druk in de blaas in combinatie met of door opstijgende infecties.

Verder kunnen verlies van kwaliteit van leven, hogere gezondheidszorgkosten ten gevolge van frequente ziekenhuisopnamen, minder arbeidsparticipatie en sociale isolatie optreden als gevolg van neurogene blaasfunctiestoornissen. Het merendeel van de patiënten met neurogeen blaaslijden vereist levenslange zorg om de kwaliteit van leven te behouden en de levensverwachting te maximaliseren. 

Afhankelijk van de onderliggende ziekte en de klachten zal er nader onderzoek gedaan worden.

In ieder geval wordt er een uitgebreide anamnese (vraaggesprek) gedaan waarbij stil wordt gestaan bij de plasklachten en ook het ontlastingspatroon en de seksuele functie verder worden uitgevraagd.

Lichamelijk onderzoek zal ook gedaan worden waarbij oa naar de geslachtsorganen gekeken zal worden en naar de prostaat zal worden gevoeld.

Daarnaast zal er vrijwel altijd onderzoek van bloed en urine plaatsvinden. Ook wordt er  (indien mogelijk) gevraagd om een plasdagboek bij te houden gedurende enkele dagen.

Verder onderzoek op de polikliniek houdt onder meer het volgende in;

Blaaskijkonderzoek (cystoscopie); hierbij kijkt de arts na plaatselijke verdoving middels een gel met een dunne camera via de plasbuis in de blaas, de blaas wordt hierbij gevuld met zoutoplossing.

Plastest; er wordt op een speciaal toilet geplast waarbij de kracht van de straal gemeten kan worden, hierna wordt met de echo gekeken of er nog urine in de blaas zit na het plassen.

Echo nieren; met een echo apparaat wordt gekeken of de nieren normaal van vorm en grootte zijn.

Urodynamisch onderzoek; zo nodig wordt er een urodynamisch onderzoek gedaan waarbij met dunne katheters de druk in de blaas en de plasbuis wordt gemeten tijdens het vullen van de blaas en tijdens het plassen. (nadere uitleg over dit onderzoek ontvangt u altijd in uw eigen ziekenhuis)

Een cystoscopie is een kijkonderzoek van de plasbuis en de blaas. Dit wordt gedaan met een cystoscoop door een uroloog.

Een cystoscopie kan verricht worden indien u bloed plast, bij verdenking van een afwijking van de blaas of plasbuis en bij plasklachten.

Voorbereiding

Voor een cystoscopie hoeft u geen speciale voorbereidingen te treffen. Ondanks het verdovende glijmiddel kan het inbrengen van de cystoscoop als vervelend worden ervaren. Omdat uw blaas wordt gevuld met een zoutoplossing krijgt u aandrang om te plassen.

Als u iemand mee wilt nemen voor steun, overleg dit dan met de arts.

Het onderzoek

Tijdens dit onderzoek ligt u met ontbloot onderlijf op een behandeltafel met uw benen gespreid in beensteunen. We maken uw penis of schede schoon met water en we spuiten verdovend glijmiddel in uw plasbuis.

Als dat is ingewerkt, brengt de uroloog de cystoscoop via de plasbuis in de blaas. Om de wand van de blaas goed te kunnen zien, laten we een steriele zoutoplossing in uw blaas lopen.

Er zijn flexibele en starre cystoscopen. Bij mannen wordt de flexibele cystoscoop gebruikt omdat zij een langere plasbuis hebben. Bij vrouwen wordt de starre cystoscoop gebruikt.

We onderzoeken uw blaaswand, de wand van de plasbuis en (bij mannen) de doorgang in de prostaat. Zien we afwijkingen, dan nemen we een stukje weefsel uit en laten dat onderzoeken door het laboratorium.

Nazorg

Als er geen bijzonderheden zijn, hoort u dat meteen. Zijn er stukjes weefsel afgenomen, dan duurt het onderzoek daarvan ongeveer 10 werkdagen. Uw arts maakt een afspraak met u om de uitslag te bespreken.  Na het onderzoek moet u de zoutoplossing uitplassen. Uw plasbuis is nog een paar dagen gevoelig. Door veel te drinken, wordt het plassen minder branderig. Uw urine kan een paar dagen rood van kleur zijn.

Als u koorts krijgt, veel pijn en de klachten bij het plassen blijven aanhouden, neem dan contact op met uw behandelend arts.

Bij kinderen

Als uw kind plasklachten of vaak urineweginfecties heeft, kan worden besloten dat er een kijkoperatie van blaas en plasbuis zal plaats vinden. Deze kijkoperatie vindt plaats op de operatiekamer onder anesthesie. Soms wordt besloten in de blaas én de plasbuis te kijken omdat er bij een ander onderzoek een afwijking is gezien.

Afhankelijk van wat er tijdens de kijkoperatie is gezien, wordt er voor uw kind een controle afspraak gemaakt bij de kinderuroloog.

Afwijkingen in blaas of plasbuis

Tijdens de kijkoperatie wordt in de blaas gekeken of het slijmvlies niet ontstoken is, hoe gespierd de blaaswand is en of de openingen van de urineleiders er normaal uitzien. In de plasbuis wordt gekeken of er geen vernauwingen zijn. Met name de uitgang van de plasbuis (het plasgaatje) kan soms te nauw zijn. In de plasbuis van jongens wordt gekeken of er plasbuiskleppen of andere vernauwingen aanwezig zijn. Plasbuiskleppen (of urethrakleppen) zijn vliesjes die diep in de plasbuis aanwezig kunnen zijn en deze kunnen de plasstraal belemmeren. 
Als er tijdens de kijkoperatie een afwijking in de blaas of plasbuis wordt gezien, kan deze afwijking meestal direct tijdens de kijkoperatie worden verholpen. Zo nodig brengt de arts een blaaskatheter in, deze blijft soms één nacht zitten.

Opname

Uw kind wordt opgenomen op een van de verpleegafdelingen van het ziekenhuis. Afhankelijk van de leeftijd van uw kind en het tijdstip van de operatie vindt opname plaats op de dag van het onderzoek: uw kind moet dan nuchter komen of op de dag vóór het onderzoek: uw kind hoeft dan niet nuchter te komen

De opname duurt meestal een dag, afhankelijk van het herstel van het kind. Als uw kind tijdens de kijkoperatie een blaaskatheter (deze wordt in de blaas ingebracht via de plasbuis) krijgt, dan moet uw kind soms een nacht in het ziekenhuis blijven. Het kan ook voorkomen dat de katheter al een paar uur na de operatie wordt verwijderd. Uw kind kan dan, nadat het een plas heeft gedaan, dezelfde dag mee naar huis.

Medicatie

Indien uw kind thuis dagelijks antibiotica gebruikt dient u hiermee door te gaan tot aan de operatiedag. 
Tijdens de operatie wordt een infuus ingebracht. Via dit infuus krijgt uw kind antibiotica toegediend. Na de operatie hoort u van de kinderuroloog of uw kind thuis moet doorgaan met de antibiotica.

Als uw kind een blaaskatheter krijgt, dan wordt soms driemaal daags een medicijn (meestal Oxybutynine in de vorm van een drankje of een pilletje) voorgeschreven. Dit ter voorkoming van blaaskrampen. Het medicijn wordt gestopt voordat de blaaskatheter wordt verwijderd.

Pijnbestrijding

Om ervoor te zorgen dat uw kind na de operatie zo weinig mogelijk pijn heeft, wordt een plaatselijk verdovingsmiddel ingespoten bij het stuitje. Andere mogelijkheid is dat uw kind pijnmedicatie krijgt toegediend in het infuus of via de mond. Als uw kind, ondanks de pijnmedicatie, aangeeft nog steeds pijn te hebben, dan kan in overleg met de anesthesist extra medicatie worden gegeven. 
Met name plassen kan gevoelig zijn, dit kan een tot meerdere dagen duren. Daarom wordt geadviseerd om uw kind tot 48 uur na de operatie op regelmatige tijden paracetamol te geven, indien nodig kunt u hiermee nog twee dagen langer doorgaan met pijnmedicatie.

Nazorg

Als uw kind geen blaaskatheter heeft en de conditie van uw kind goed is, dan kan uw kind dezelfde dag naar huis. Als uw kind een blaaskatheter voor de nacht heeft, dan wordt deze in principe de volgende ochtend verwijderd. Als uw kind daarna goed heeft geplast en een goede conditie heeft, dan mag uw kind naar huis.
Thuis mag uw kind weer alles doen. Als uw kind zich goed voelt, dan mag het de volgende dag weer naar school.
Heeft uw kind een wondje bij het plasgaatje, of zitten er hechtingen, dan is gymnastiek, sportbeoefening, stoeien en zwemmen de eerste week niet verstandig.
Uw kind mag gewoon douchen of in bad gaan.

Bijwerkingen

Om pijnklachten zoveel mogelijk te voorkomen is het verstandig dat uw kind voldoende drinkt. Het kan voorkomen dat na de kijkoperatie een ‘branderig ‘ gevoel ontstaat tijdens het plassen. Het is belangrijk dat uw kind de urine niet ophoudt. Als uw kind vaker plast verminderen de klachten. Ook kan er soms wat bloed in de urine zitten, dit verdwijnt meestal na enkele uren. 
Bij een wond in de plasbuis kunnen tot een aantal dagen na de operatie enkele zwarte korrels meekomen in de plas, dit zijn korstjes die mee geplast worden.

Het is raadzaam om contact met het ziekenhuis op te nemen als:

  • Uw kind koorts krijgt (temperatuur hoger dan 38,5 C)
  • Uw kind langer dan een paar dagen pijn houdt of opnieuw pijn krijgt bij het plassen
  • De pijn niet verdwijnt na het gebruik van pijnmedicatie
  • De urine erg gaat ruiken
  • Uw kind veel bloed verliest bij het plassen
Bij een van deze klachten kunt u in overleg met de arts of verpleegkundige van de polikliniek of van de verpleegafdeling bekijken hoe u uw kind het beste kunt verzorgen. Zo nodig wordt de geplande afspraak voor controle op de polikliniek vervroegd. 

Een flowmetrie is een onderzoek waarbij we de functie van de blaas testen. Het gaat hierbij om de kracht van de urinestraal tijdens het plassen.

Voorbereiding

Voor dit onderzoek is het belangrijk dat u een volle blaas heeft. Met een halfvolle blaas lukt de meting niet. Dit betekent dat u minstens 2 uur voor uw bezoek aan de polikliniek moet uitplassen en daarna de urine moet ophouden. Daarbij gaat u extra drinken, zodat u aandrang heeft als u op de polikliniek komt. Het onderzoek lukt het beste als u normale tot sterke aandrang om te plassen voelt.

Flowmetrie

Tijdens het onderzoek plast u in een speciaal daarvoor bestemd toilet. Er is een meter ingebouwd in het toilet die de kracht van de straal meet. Deze meting wordt geregistreerd op grafiekpapier.

Echo van de blaas

Na een flowmetrie maakt de verpleegkundige meestal ook een echo van de blaas. Dit is om te zien of u uw blaas helemaal leeg plast. Als er te veel urine achterblijft kan dit klachten veroorzaken. Met een uitwendige echografie wordt de hoeveelheid urine gemeten die na het plassen in de blaas is achtergebleven. Dit noemt men een echo-residu bepaling. Het onderzoek is ongevaarlijk en geeft geen bijwerkingen.

Bij dit onderzoek maakt men gebruik van geluidsgolven (trillingen). Deze zijn niet hoorbaar. De geluidsgolven kunnen worden opgewekt door een transducer. Dit is een zender/ontvanger. Door de transducer over uw buik te bewegen worden de geluidsgolven in uw buik gezonden. De organen in uw buik, dus ook de blaas, weerkaatsen deze geluidsgolven. Dit noemt men echo's. Deze echo's worden op een beeldscherm weergegeven. Zo kan men nauwkeurig meten hoeveel urine er na het plassen in de blaas is achtergebleven. De verpleegkundige brengt voor het onderzoek een beetje gelei op de huid van de buik aan ter hoogte van de blaas. Het onderzoek duurt enkele seconden.

Nazorg

Na het onderzoek komt u op het afgesproken tijdstip bij de uroloog voor de uitslag van het onderzoek en kan een behandelplan opgesteld worden.

Bij dit onderzoek worden de nieren in beeld gebracht. Afwijkingen in de vorm en grootte van de nieren zijn zo goed te zien.

Afwijkingen kunnen duiden op verminderd nierweefsel of een toename door bijvoorbeeld een niertumor. Als er in de nier stenen zitten, zijn deze goed zichtbaar op de echografie. Ook een vergrootte nier wordt gemakkelijk herkend door de urine die in de nier opgesloten zit.

Voorbereiding

Het onderzoek vindt poliklinisch plaats en duurt ongeveer 10 tot 15 minuten. U moet met een volle blaas komen. Het hangt af van het ziekenhuis of uw uroloog of de radioloog dit onderzoek verricht.

Het onderzoek

Tijdens het onderzoek ligt u op de onderzoekstafel, of zit u op een kruk. De uroloog of radioloog smeert een niet vette gel op u rug of buik.

Letterlijk betekent echoscopie ‘kijken met geluid’. Bij echoscopie wordt gebruik gemaakt van geluid dat zo hoog is, dat het voor mensen niet te horen is. Het geluid veroorzaakt trillingen, die worden teruggekaatst door de organen in het lichaam. De teruggekaatste trillingen worden opgevangen en zichtbaar gemaakt op een beeldscherm. Bij een echografie van de nieren drukt de uroloog met de echo-probe op de buik of de rug om de nieren in beeld te krijgen.

De echografie wordt ook gebruikt om een endoscopische operatie (sleutelgatoperatie) te kunnen doen. Met behulp van de echografie weet de arts waar hij door de buikwand moet gaan om bij de nier uit te komen. Op deze manier worden ook nierstenen verwijderd.

Nazorg

Als u na het onderzoek weer aangekleed bent, bespreekt de uroloog gelijk de uitslag met u. Na afloop kunt u meteen naar huis. Indien de radioloog uw echo heeft verricht, krijgt u een afspraak mee voor de uitslag bij de uroloog.

De behandeling van een neurogene blaas hangt erg af van de bevindingen bij onderzoek en de wens van de patiënt

Mogelijke behandelopties zijn:

  • Bekkenfysiotherapie; dit kan zijn ter versteviging van de bekkenspieren of juist ter ontspanning
  • Zelfkatheteriseren; soms is het nodig om mensen te leren zelf de blaas leeg te maken met een katheter. U krijgt hiervoor altijd uitgebreide instructie in uw ziekenhuis
  • Zelfkatheteriseren; soms is het nodig om mensen te leren zelf de blaas leeg te maken met een katheter. U krijgt hiervoor altijd uitgebreide instructie in uw ziekenhuis
  • Verblijfskatheter; als zelfkatheteriseren niet mogelijk is en er geen andere oplossingen zijn dan kan het nodig zijn om een permanente katheter via de plasbuis of via de buik in te brengen. Dit heeft echter nooit de voorkeur wegens het risico op infecties en andere blaasproblemen.
  • Medicatie; om de blaas rustiger te maken en om de plasbuis te ontspannen zijn er verschillende medicijnen op de markt. Helaas bestaan er (nog) geen medicijnen om de blaas te activeren
  • Botox; Botox kan zowel in de blaas als in de sluitspier ingespoten worden om de spier rustiger te maken
  • Elektrostimulatie:
    • PTNS;  via een naaldje in de enkel wordt de blaas gedurende 30 minuten gestimuleerd, dit is een poliklinische behandeling die in eerste instantie gedurende 12 weken gedaan wordt.
    • Sacrale neuromodulatie; dit is een operatie waarbij een soort pacemaker kastje ingebracht wordt om de blaas rustig te maken danwel te activeren.
  • Operaties; zo nodig kunnen er verschillende blaas en/of sluitspieroperaties gedaan worden, dit is altijd de laatste stap als andere behandelingen niet (voldoende) effect hebben.

Vaak is het zo dat patiënten met neurogeen blaaslijden altijd onder controle van een uroloog zijn en blijven en jaarlijks of tweejaarlijkse controles hebben

App 'Hoge nood'

Heb je een blaasprobleem en ben je rolstoel afhankelijk? Kijk dan is naar de app "Hoge Hood" https://www.hogenood.nl/app. Daarop is te  zien waar de dichtstbijzijnde invalidentoilet is. Zo kun je er makkelijker op uit.