Plasklachten bij de man zijn meestal het gevolg van een goedaardige prostaatvergroting ofwel benigne prostaathypertrofie (BPH)

Plasproblemen kunnen verschillende oorzaken hebben. Veel mannen met plasproblemen zijn bang prostaatkanker te hebben. In de meeste gevallen is daar echter geen sprake van. Meestal zijn de klachten ook gemakkelijk te verhelpen. 

LUTS (lower urinary tract symptoms) vertegenwoordigt een groot aantal plasproblemen. De plasklachten die het meeste voorkomen bij een vergrote prostaat zijn:

  • een minder krachtige urinestraal
  • moeilijk kunnen beginnen met plassen
  • nadruppelen
  • urineverlies
  • aandrangklachten
  • zeer vaak moeten plassen
  • ’s nachts regelmatig moeten plassen
  • onderbroken straal

Wanneer het plassen lastiger wordt, heeft dit vaak te maken met de leeftijd. Blaas, prostaat en de zenuwen, die alles aansturen, veranderen in de loop van tijd. 

Hoe ouder de blaas wordt, hoe meer het voorkomt dat het legen moeilijker gaat. Ook de prostaat kan groeien en de uitgang van de blaas vernauwen of blokkeren. Daarnaast kan de bekkenbodem nog van invloed zijn. Ook zijn er een aantal medicijnen, die het plaspatroon veranderen of het plassen bemoeilijken. 

Plasklachten kunnen ook komen door vernauwingen in de plasbuis. Een vernauwing in de plasbuis kan voorkomen na een infectie, na een beschadiging van de plasbuis (val op fietsstang bijvoorbeeld) of als men een katheter in de plasbuis heeft gehad. Ook na operaties via de plasbuis kan een vernauwing ontstaan. 

Kortom, er zijn heel wat redenen voor plasproblemen.

Pas je cookie-instellingen aan om deze video te bekijken.

De arts zal de plasklachten nauwkeurig uitvragen. Ook kunt U een prostaat symptoom score lijst invullen.

Bij het lichamelijke onderzoek wordt naar de blaasstreek gekeken en kan met de vinger uw prostaat worden onderzocht. Dit is een wat onaangenaam, maar belangrijk onderzoek. De prostaat blijft uw hele leven groeien. De plasbuis loopt van de blaas door de prostaat. Op oudere leeftijd kan het soms voorkomen dat de plasbuis, door het groeien van de prostaat, gedeeltelijk wordt dichtgedrukt. Wanneer dat het geval is, gaat het meestal om een goedaardige prostaatvergroting.

Wanneer u een pijnlijk/branderig gevoel heeft tijdens het plassen, duidt dit meestal op een urineweginfectie of urethritis. Een urethritis is een SOA (seksueel overdraagbare aandoening) en meestal goed te verhelpen. Wilt u meer weten over urineweginfecties, klik dan hier.

Verliest u (zonder dat u dat wilt) urine, dan kan dit duiden op incontinentie. Het is belangrijk om dat na te laten kijken. Andere aandoeningen kunnen samengaan met plasklachten. Bekend is dat bij suikerziekte of de ziekte van Parkinson. 

De uroloog kan middels een TRUS de prostaat onderzoeken. TRUS staat voor Trans Rectal UltraSound. Dit is een inwendig onderzoek van de prostaat met behulp van geluidsgolven (echografie).

Een vergrote prostaat kan tot plasproblemen leiden. Meestal gaat het om een goedaardige vergroting, maar soms ontstaat in de prostaat een kwaadaardige aandoening. Met de TRUS krijgt uw arts aanvullende informatie over uw prostaat, naast de onderzoeken die u al eerder heeft gehad, zoals rectaal onderzoek, uroflowmetrie en bloedonderzoek.

Het onderzoek

Als u uitgekleed bent, gaat u op de onderzoektafel liggen. Soms moet u op uw rug liggen met uw benen in beensteunen en soms kan u op u zij liggen op een onderzoeksbank. De uroloog onderzoekt vervolgens uw prostaat via uw anus. De medische term voor dit onderzoek is rectaal toucher. Tijdens dit onderzoek brengt de uroloog wat glijmiddel aan in uw anus.

Hierna begint het echografisch onderzoek, waarbij de arts een echosonde enkele centimeters in uw anus (endeldarm) schuift. Een echosonde heeft de vorm van een buisje en zendt geluidsgolven uit. Naast de onderzoektafel staat een beeldscherm waarop de arts vervolgens uw prostaat bekijkt.

Tijdens het onderzoek wordt steeds verteld wat er gaat gebeuren. U kunt dan ook uw vragen stellen.

Echografisch onderzoek is niet pijnlijk. Het inbrengen van de echosonde in de anus kan wel een wat vervelend en vreemd gevoel geven. 

 

Pas je cookie-instellingen aan om deze video te bekijken.

Nazorg

Voor zover mogelijk krijgt u de uitslag van de echobeelden direct te horen. De uroloog kan veelal wat zeggen over de grootte van de prostaat en hoe de prostaat aanvoelt.

Een flowmetrie is een onderzoek waarbij we de functie van de blaas testen. Het gaat hierbij om de kracht van de urinestraal tijdens het plassen.

Voorbereiding

Voor dit onderzoek is het belangrijk dat u een volle blaas heeft. Met een halfvolle blaas lukt de meting niet. Dit betekent dat u minstens 2 uur voor uw bezoek aan de polikliniek moet uitplassen en daarna de urine moet ophouden. Daarbij gaat u extra drinken, zodat u aandrang heeft als u op de polikliniek komt. Het onderzoek lukt het beste als u normale tot sterke aandrang om te plassen voelt.

Flowmetrie

Tijdens het onderzoek plast u in een speciaal daarvoor bestemd toilet. Er is een meter ingebouwd in het toilet die de kracht van de straal meet. Deze meting wordt geregistreerd op grafiekpapier.

Echo van de blaas

Na een flowmetrie maakt de verpleegkundige meestal ook een echo van de blaas. Dit is om te zien of u uw blaas helemaal leeg plast. Als er te veel urine achterblijft kan dit klachten veroorzaken. Met een uitwendige echografie wordt de hoeveelheid urine gemeten die na het plassen in de blaas is achtergebleven. Dit noemt men een echo-residu bepaling. Het onderzoek is ongevaarlijk en geeft geen bijwerkingen.

Bij dit onderzoek maakt men gebruik van geluidsgolven (trillingen). Deze zijn niet hoorbaar. De geluidsgolven kunnen worden opgewekt door een transducer. Dit is een zender/ontvanger. Door de transducer over uw buik te bewegen worden de geluidsgolven in uw buik gezonden. De organen in uw buik, dus ook de blaas, weerkaatsen deze geluidsgolven. Dit noemt men echo's. Deze echo's worden op een beeldscherm weergegeven. Zo kan men nauwkeurig meten hoeveel urine er na het plassen in de blaas is achtergebleven. De verpleegkundige brengt voor het onderzoek een beetje gelei op de huid van de buik aan ter hoogte van de blaas. Het onderzoek duurt enkele seconden.

Nazorg

Na het onderzoek komt u op het afgesproken tijdstip bij de uroloog voor de uitslag van het onderzoek en kan een behandelplan opgesteld worden.

IPSS staat voor 'International Prostate Symptom Score' (ook wel bekend onder WHOPSS). Deze symptoom-scorelijst helpt de arts en de patiënt om meer inzicht te krijgen in de klachten van de patiënt bij (vermoedelijke) prostaatklachten.

Voor het kwantificeren van de ernst van de plasklachten en de door u ervaren hinder zijn verschillende vragenlijsten met bijbehorende scores ontwikkeld. Het meest gebruikt en bestudeerd is de Internationale Prostaat Symptoom Score. De IPSS vragenlijst is goed bruikbaar is voor een inschatting van de ernst van de symptomen en het monitoren van het beloop ervan met of zonder behandeling.

De gevalideerde vragenlijst bestaat uit acht vragen over plasklachten en over de kwaliteit van leven met deze plasklachten. De vragen gaan bijvoorbeeld over hoe vaak de patiënt plast, of de plas wordt onderbroken, of de plas uitgesteld kan worden en of er sprake is van een zwakke straal, persen of nachtelijk plassen. Voor elk van de klachten wordt gevraagd naar de frequentie ervan. Deze symptomen passen bij een prostaatvergroting.

De antwoorden worden gescoord op een zespuntenschaal (0-5 punten) en (ongewogen) opgeteld tot een totaal score. In de literatuur wordt doorgaans de volgende indeling naar ernst gehanteerd:

0 tot 7 punten – geen of geringe klachten
8 tot 19 punten – matige klachten
20 tot 35 punten – ernstige klachten

Om de ernst van de klachten nog beter in te kunnen schatten, is er ook een vraag opgenomen in de IPSS vragenlijst over hoe u uw kwaliteit van leven ervaart. 

U kunt de vragenlijst vinden op thuisarts.nl. Nadat u de IPSS-symptoomscorelijst heeft ingevuld, kunt u deze meenemen naar uw huisarts of uroloog. Er is ook een applicatie beschikbaar voor smartphones (android en apple) waarmee de vragenlijst eenvoudig is in te vullen. Met de IPSS-app kunnen zowel artsen als patiënten snel een beeld krijgen van de ernst van de klachten. 

Een ander woord voor plassen/urinelozing is mictie. Door een mictielijst (plasdagboek) bij te houden kan inzicht worden verkregen in hoeveel iemand drinkt (vochtopname) en de hoeveelheid urine die wordt uit geplast of ongewild wordt verloren. Met deze gegevens kan een diagnose en een behandelplan worden (op)gesteld.

In een plas- of mictiedagboek gaat u gedurende 3 x 24 uur een dagboekje bij houden. Het is de bedoeling om dit dagboek op gewone dagen in te vullen, dus niet op een dag dat u een uitstapje heeft gepland of dingen die u anders niet zo vaak doet.

Het is niet noodzakelijk dat het drie opeenvolgende dagen zijn. 

Uw arts heeft u gevraagd per dag een lijst bij te houden met:
− op welke tijden u plast en/of drinkt;
− hoeveel u plast;
− hoeveel u drinkt;
− heeft u aandrang om te plassen of niet;
− is het plassen pijnlijk of niet;
− is er wel of geen sprake van urineverlies.

Zo kan de arts meer inzicht krijgen in uw klachten en in uw gewoonten. Een dergelijk lijst heet een mictiedagboek en bestaat uit drie dag lijsten. Voor de mannelijke patiënten bevat het mictiedagboek een extra vragenlijst: IPSS = internationale prostaat symptomen score. 

De dagelijkse vochtbehoefte voor een volwassene ligt tussen de 1½ en 2 liter per dag. Hierbij hoeft u niet alleen aan water te denken maar aan alles wat vocht is, zoals bijvoorbeeld een kop soep of een kom vla of
yoghurt. Als u veel transpireert of als u last hebt van diarree is het goed om meer te drinken om het extra vochtverlies weer aan te vullen. Het is normaal dat u wat minder plast dan u gedronken heeft op een
dag. Het kan zijn dat u van uw specialist (anders dan de uroloog) een vochtbeperking heeft gekregen. In dat geval moet u zich aan die vochtbeperking houden.

Het onderzoek

Het is de bedoeling dat u 3 x 24 uur een dag lijst invult. Dit hoeven geen drie aaneengesloten dagen te zijn. U kunt zelf bepalen wanneer het voor u uitkomt om het dagboek bij te houden.

Noteer telkens bij een bepaald tijdstip hoeveel u op dat moment drinkt en/of plast en/of hoeveel ongewild urine u verliest.

Hoeveelheid urine

De hoeveelheid urine, die u uitplast, meet u met een maatbeker. U zit daarbij op het toilet en houdt de maatbeker onder u vast (in het toilet dus). Plast u zelf altijd staande, dan plast u ook staande in de maatbeker. 

Hoeveelheden drinken

Het is belangrijk dat u zorgvuldig bijhoudt welke hoeveelheden u drinkt en plast. De kopjes, glazen, bekers en dergelijke die u thuis gebruikt kunt u een keer met een maatbeker vullen zodat u weet hoeveel erin gaat.

De hoeveelheid drinken kunt u ook schatten aan de hand van de volgende lijst:
Glas = 150 ml
Kopje = 125 ml
Mok of soepkom = 200 ml
Fruit = 75 ml

Aandrang en/of pijn

De vraag of u wel of geen aandrang heeft is belangrijk bij urineverlies en op de momenten dat u naar het toilet gaat. Het kan namelijk voorkomen dat u erge aandrang voelt en toch maar een kleine plas doet. Of juist dat u geen aandrang voelt terwijl u een grote plas doet en/of urine verliest.

Om de mate van aandrang en de mate van pijn aan te geven kunt u de
volgende tekens gebruiken:
− Geen = -
− Gering = +
− Matig = ++
− Sterk = +++


Urineverlies

Daarnaast kunt u noteren of er sprake is van urineverlies. Een richtlijn hiervoor is:


1. Druppels
2. Scheutjes
3. Kleding nat of verband verwisseld

Hierbij kunt u ook aangeven of u urine verliest bij bukken/hoesten/lachen

Een voorbeeld van een mictielijst ziet er zo uit

Een deel van de aandoeningen zijn te behandelen door uw huisarts. Voor andere problemen moet u echter naar de uroloog. 

Uw arts zal meestal met u bespreken wat de beste behandelingsmethode is. In veel gevallen zijn algemene adviezen zonder medicijnen een goede optie. Veel van de problemen verminderen na enige tijd weer. Extra drinken helpt vaak. Koffie en alcohol kunnen de blaas prikkelen. Probeer dat eens te minderen.
Maar ook medicijnen kunnen helpen de klachten te minderen. Dit gebeurt vaak wanneer er sprake is van een prostaatvergroting. Als de klachten lijken te komen van een overactieve blaas zijn daar ook medicijnen voor. 

Lukt het niet om een verbetering te krijgen met medicijnen door de huisarts dan kan onderzoek en behandeling door de uroloog u verder helpen. Deze kan een operatieve behandeling met u bespreken (TURP)

 

Pas je cookie-instellingen aan om deze video te bekijken.

 

Een TURP-behandeling is een kijkoperatie die wordt toegepast bij een vergrote prostaat. Bij de behandeling verwijdert de uroloog prostaatweefsel dat de plasbuis dichtdrukt.

TURP is een afkorting van de woorden Trans-Urethrale Resectie Prostaat. Transurethraal betekent via de plasbuis en resectie betekent weghalen. De ‘P’ staat voor ‘prostaat’. Meestal is een prostaatvergroting goedaardig.

Voorbereiding

Op de dag van uw opname wordt u op de afgesproken tijd en plaats in het ziekenhuis verwacht. Daar heeft u een opnamegesprek met een afdelingsverpleegkundige. Zij vertelt u over de operatie en uw verblijf op de afdeling. Zodra u aan de beurt bent, brengt een medewerker u in uw bed naar de operatieafdeling. Daar plaatst de anesthesist een infuus (een dun slangetje in een bloedvat) waardoorheen u de narcose en eventuele medicatie krijgt toegediend. Dit infuus wordt meestal na een dag verwijderd.

De operatie

De ingreep vindt plaats in de operatiekamer. Tijdens de operatie brengt de uroloog in uw plasbuis een kijkbuisje in. Via dit buisje wordt een instrument ingebracht. Hiermee verwijdert de uroloog het prostaatweefsel dat de plasbuis dichtdrukt. Soms wordt de prostaat niet weggeschraapt, maar weg gelaserd. 

 

Pas je cookie-instellingen aan om deze video te bekijken.

Na de operatie laat de uroloog een katheter in uw blaas achter. Dat is een slangetje waardoorheen de urine uit de blaas loopt. Via deze katheter wordt uw blaas, afhankelijk van de kleur van uw urine, regelmatig met een vloeistof doorgespoeld om bloed en eventuele bloedstolsels te verwijderen.

Nazorg

Omdat u via uw penis wordt geopereerd, heeft u geen uitwendige wond. Wel is er inwendig een wond ontstaan, op de plek van de prostaat. De eerste dagen kunt u hierdoor soms wat pijn hebben. De blaaskatheter, die tijdens de operatie in uw blaas is geplaatst, kan soms pijnlijke krampen veroorzaken. Wanneer dat bij u het geval is, kunt u daar medicijnen tegen krijgen. De katheter zal na 1 of 2 dagen door de verpleegkundige worden verwijderd. Na de verwijdering van de blaaskatheter moet het spontane plassen weer op gang komen. Vaak gaat dit vlot en voorspoedig. Soms kunnen er in het begin wat problemen zijn. Meestal moet men in het begin vaak plassen, is het plassen wat gevoelig en branderig en heeft men er niet direct volledige controle over. In het algemeen zijn de ergste problemen binnen enkele dagen verdwenen.

Ongeveer 1 tot 2 dagen na de ingreep kunt u weer naar huis toe. Uitzonderingen hierop komen echter voor. De genezing van de inwendige wond duurt 2 tot 3 maanden. In deze periode kunt u in het begin nog wat plasproblemen hebben. Het is mogelijk dat u nog vaak moet plassen en dat u de plas minder goed kunt ophouden. Dit probleem verdwijnt vanzelf wanneer de wond genezen is. 

In de eerste 6 weken na de operatie kan er een enkele keer nog wat bloed bij de plas zitten. Doet zich dat bij u voor, neem dan rust en drink veel (zo’n 2 liter per dag) tot het bloed verdwenen is. Blijft de urine desondanks meerdere dagen achtereen bloederig, neem dan contact op met uw behandelaar.

U wordt veelal geadviseerd om de eerste 6 weken na de operatie

  • minstens 2 liter per dag te drinken en als het warm is meer, tot het plassen volledig normaal gaat
  • geen alcohol te drinken
  • geen zware lichamelijke arbeid te verrichten
  • niet te fietsen
  • zo min mogelijk te persen bij de ontlasting (voorkom een trage stoelgang door veel te drinken en vezelrijke voeding te eten)
  • geen gemeenschap te hebben.

Risico's en bijwerkingen

Aan iedere behandeling zijn enige risico’s verbonden, hoewel wij natuurlijk ons best doen om deze te voorkomen. Het is van belang dat u weet welke risico’s dit zijn en wat u moet doen als er een complicatie optreedt. Hierdoor kunnen problemen zoveel mogelijk worden voorkomen. De meest voorkomende complicaties zijn:

  • pijn aan het einde van de plas
  • urineweginfectie, waardoor u antibiotica nodig heeft
  • nabloeding, waardoor u een bloedtransfusie en soms een heroperatie nodig heeft om het bloeden te stoppen
  • tijdelijk verlies van urine (incontinentie), waardoor u inleggers en soms fysiotherapie of medicatie nodig heeft
  • tijdelijke verergering van de aandrang, waardoor u extra medicatie nodig heeft
  • verslechtering van de hardheid van de penis bij erecties, waardoor u erectiepillen moet gaan gebruiken  of een verminderd gevoel bij orgasme
    • In het begin kan het vrijen nog wat pijnlijk zijn, maar wanneer de operatiewond is genezen zal de seksuele behoefte snel weer terugkeren. Uw seksuele gevoelens en de beleving van seks zullen door de operatie dus niet veranderen. U kunt na de operatie evengoed een stijve penis krijgen als tevoren en u kunt net zo goed klaarkomen en genieten van seks. Wel kan de hardheid van de penis bij erecties verslechteren, waardoor u erectiepillen moet gaan gebruiken. Een aantal mannen ervaart zelfs een verbetering van het seksleven, doordat zij geen last meer hebben van hun prostaat.
  • droog orgasme (geen zaadlozing bij orgasme)
    • Na een prostaatoperatie is het vrijwel altijd zo dat het sperma bij een zaadlozing niet meer naar buiten stroomt. Het sperma neemt dan ‘de weg van de minste weerstand’ en dat is na een prostaatoperatie in de richting van de blaas in plaats van naar buiten. Het sperma lost dan op in de urine en wordt later ongemerkt uitgeplast. Het gevoel tijdens het klaarkomen verandert hierdoor niet, u komt alleen ‘droog’ klaar. Dit betekent dat u bij de seksuele omgang geen kinderen meer kunt verwekken. Mocht u nog wel een kinderwens hebben, bespreek dit dan voor de ingreep met uw uroloog.
  • littekenweefsel in de plasbuis, waardoor de de plasstraal weer slechter wordt en het plassen moeilijker gaat.

Een prostatectomie volgens Millin of volgens Hryntschak vind plaats via een snede in de onderbuik en bestaat uit de verwijdering van een goedaardige zwelling van de prostaat.

Doel van deze operatie is om uw plasklachten te verhelpen. Het kapsel van de prostaat blijft zitten.
Voorbereiding

Het is van groot belang dat u, indien u bloedverdunners gebruikt, dit vooraf met uw behandelaar bespreekt. U moet er op rekenen dat de verblijfsduur ongeveer 3 tot 5 dagen is, afhankelijk van verloop en herstel.

De ingreep

De operatie gebeurt via een dwarssnede (incisie) boven het schaambeen in de onderbuik. Daarna wordt het prostaatkapsel geopend en verwijderd de arts de goedaardige zwelling van de prostaat (prostaatadenoom). Bij een Millin operatie wordt snede in het prostaatkapsel geopend om de prostaatzwelling (adenoom) te verwijderen. Bij een Hryntschak ingreep blijft het prostaatkapsel intact, maar wordt de blaas geopend. Op deze manier kan naast de prostaatzwelling, tegelijkertijd ook een blaassteen verwijderd worden. De operatieduur is ongeveer 90 minuten en vindt plaats onder algehele narcose. Ter bevestiging van een goedaardige vergroting, wordt het weggenomen prostaatweefsel altijd microscopisch onderzocht. De uitslag krijgt u te horen als deze bekend is, dat kan tijdens de opname of tijdens een poli afspraak.

Nazorg

Na de operatie heeft u meestal een slangetje in de buurt van de wond voor het afvoeren van wondvocht (wonddrain). Deze wordt verwijderd op afspraak van de arts. Het verwijderen hiervan ervaart men meestal pijnloos.

Ook heeft u een blaaskatheter in de plasbuis. Deze zorgt voor het afvloeien van urine. U moet er rekening mee houden dat er een spoelsysteem wordt aangelegd om eventuele bloedstolsels weg te spoelen. Als u na de operatie een sterke aandrang tot plassen krijgt, waarschuw dan de verpleegkundige. Het kan zijn dat de blaas reageert op de katheter of dat de katheter verstopt is. Bij verstopping kan er urinelekkage langs de katheter zijn. De urine kan er bloederig uitzien. Zonodig spoelt de verpleegkundige de katheter extra door of geeft u een medicijn tegen blaaskrampen. De blaaskatheter wordt na 3-5 dagen verwijderd, in overleg met de uroloog. Het zou ook kunnen dat u met een katheter naar huis gaat. Het spoelsysteem via de katheter stoppen we in overleg met de uroloog, dit is meestal de tweede dag na de operatie, afhankelijk van de kleur van de spoeling.

Om complicaties te voorkomen, is het belangrijk dat u zo snel mogelijk weer in beweging komt. U krijgt ter voorkoming van trombose iedere avond een injectie.

Ongeveer vanaf de vijfde dag gaat u met ontslag. De hechtingen worden verwijderd uit de wond voor dat u met ontslag gaat, of poliklinisch. Als u bloedverdunners gebruikte spreekt de uroloog af wanneer u weer mag starten.

U wordt na de operatie geadviseerd om per dag ongeveer 2 liter vocht te drinken. Als u minder drinkt heeft u meer kans op urineweginfecties, nierstenen en obstipatie ( harde ontlasting). Ook dient u 6 weken niet te tillen, geen zware inspanning te leveren en niet te fietsen. U wordt geadviseerd niet te persen bij ontlasting. Eventueel kan de ontlasting minder hard gemaakt worden door medicijnen.
Als laatste kan u gedurende 6 weken geen gemeenschap hebben.

Complicaties

  • Incontinentie: meteen na het verwijderen van de blaaskatheter kan het voor u nog moeilijk zijn de urine volledig op te houden. Dit is meestal van tijdelijke aard. Dit wordt veroorzaakt door de wond die de blaas prikkelt en het feit dat de krachtige blaas makkelijk urine perst door de nu goed doorgankelijke prostaat.
  • Seksualiteit: veel mannen zijn bang dat ze door de operatie impotent zullen worden. Meestal zijn seksuele verlangens zoals potentie en het genot enkele maanden na de operatie hetzelfde als voor de ingreep. Er is een verschil in de seksualiteit. Hoewel het beleven en het orgasme hetzelfde is, blijft het droog. Bij de zaadlozing komt het sperma in de blaas terecht en wordt vervolgens uitgeplast.
  • Wondcomplicatie: zoals bij iedere operatie kan een wondinfectie optreden. Deze kan over het algemeen goed behandeld worden.
  • Bloedverlies: door deze ingreep zal u regelmatig wat bloed in de urine zien, dit is normaal. Bij extreem veel bloedverlies(donkerrood) waarschuwen we de arts.
  • Blaashals of plasbuisvernauwing: zoals bij iedere ingreep aan de lagere urinewegen kan door littekenweefsel een vernauwing ontstaan. Deze complicatie is in het algemeen gemakkelijk te behandelen door oprekken. Dit kan op de polikliniek gebeuren. In sommige gevallen moet de vernauwing met een mesje worden geopend. Wanneer dit probleem optreedt zal de uroloog u regelmatig poliklinisch controleren.
  • Zaadlozing in ejaculatie: na een prostatectomie vindt de zaadlozing altijd plaats in de blaas. U heeft dus na deze ingreep een droge ejaculatie en kunt geen kinderen meer verwekken. Er treedt verder geen verandering op in uw seksuele functie.

Er zijn bij u prostaatproblemen geconstateerd.

In het Prostaatboek geven wij achtergrondinformatie over prostaatklachten bij mannen.

  • Wat is de ligging en functie van de prostaat?
  • Hoe ontstaat prostaatvergroting?
  • Welke onderzoeken worden zoal gedaan?
  • Wat zijn mogelijke behandelingen van een prostaatvergroting
  • Wat zijn de mogelijke behandelingen van prostaatkanker

We hopen dat u na het lezen van dit boekje beter begrijpt wat er gedaan kan worden aan prostaatvergroting of prostaatkanker.

Lees hier meer in het Prostaatboek

Heeft u plasklachten door een goedaardige prostaatvergroting (BPH) en wilt u samen met uw specialist beslissen welke behandeling het best bij u past? Maak dan kosteloos een inlogcode aan bij de BPH keuzehulp.