1

Prostaatkanker ontwikkelt zich meestal langzaam en veroorzaakt geen symptomen. In de meeste gevallen is prostaatkanker asymptomatisch, wat betekent dat er geen duidelijke zichtbare symptomen zijn. Bij plasklachten kan de huisarts een aantal tests laten doen. Plasklachten kunnen inhouden:

  • Vaker plassen, vooral ’s nachts
  • Problemen om te beginnen met plasse
  • Langere tijd nodig hebben om te plassen
  • Zwakke urinestraal
  • Het gevoel dat de blaas niet volledig leeg is
  • Verhoogde aandrang – de plas niet lang genoeg kunnen ophouden
  • Nadruppelen
  • Pijn bij het plassen

Overige klachten die zich kunnen voordoen:

  • Bloed in de urine of in het sperma
  • Pijn bij de zaadlozing
  • Problemen met het krijgen of behouden van een erectie (een stijve penis)

Vaak wijzen deze symptomen op goedaardige prostaatvergroting of een prostaatontsteking en niet op prostaatkanker. Het is natuurlijk wel van belang dat prostaatkanker wordt uitgesloten, daarom kunnen verschillende tests nodig zijn.

Soms wordt de ziekte pas opgemerkt doordat uitzaaiingen klachten veroorzaken. Uitzaaiingen in de wervelkolom kunnen symptomen veroorzaken zoals ernstige rugpijn, spontane breuken of verdrukking van de zenuwen of het ruggenmerg. Uitzaaiingen kunnen ook asymptomatisch zijn. In zeldzame gevallen kan uitzaaiing naar de longen een aanhoudende hoest veroorzaken.

2

Als prostaatkanker wordt vermoed of als het risico hierop verhoogd is, zijn onderzoeken door de huisarts nodig. Deze onderzoekt:

  • Medische voorgeschiedenis: de arts vraagt naar ziektes of aandoeningen in het heden en verleden en naar de algehele situatie van de patiënt.
  • Lichamelijk onderzoek (rectaal toucher): de arts voelt met zijn vinger via de anus en de endeldarm of de prostaat vergroot is en/of afwijkingen vertoont.
  • Bloedonderzoek: de arts meet de hoeveelheid prostaat specifiek antigeen (PSA) in het bloed.

De huisarts kan de patiënt ook direct doorverwijzen naar het ziekenhuis voor onderzoek, indien de medische voorgeschiedenis en/of het lichamelijk onderzoek al genoeg reden tot bezorgdheid geven.

Hoe werkt een PSA-test?
Bij problemen met de prostaat wordt het niveau van prostaat specifiek antigeen (PSA) in het bloed gecontroleerd. Als het niveau van PSA in het bloed te hoog is, zal de arts meer tests aanbevelen om te zien wat de oorzaak is van deze verhoging. Een PSA-test kan nooit alleen worden gebruikt om prostaatkanker te diagnosticeren.

Indicaties PSA-test?
De hoeveelheid PSA kan om verschillende redenen verhoogd zijn:

  • door goedaardige aandoeningen van de prostaat: bijvoorbeeld bij een ontsteking of prostaatvergroting.
  • bij prostaatkanker: een verhoogde hoeveelheid PSA kan een aanwijzing zijn voor prostaatkanker. Bepaalde vormen van prostaatkanker maken geen PSA aan, dus een laag PSA kan de aanwezigheid van prostaatkanker niet helemaal uitsluiten.

Komt prostaatkanker vaker voor in een familie, dan kan de huisarts op individuele basis besluiten tot regelmatig onderzoek met de PSA-test. Een afwijkende PSA-waarde is alleen een indicatie dat er wat aan de hand kan zijn in de prostaat. PSA is geen echt betrouwbare "marker" voor de eerste diagnose van prostaatkanker.

Bijwerkingen
Een diagnose van kanker kan ook leiden tot angst en stress. Ter voorkoming van onnodige stress, angst en (over)behandeling, zijn urologen daarom voorzichtig met de keuze om te testen op PSA.

Hoe werkt een rectaal toucher?
De arts zal een rectaal onderzoek doen om zo de grootte, vorm en consistentie van de prostaat (afb. 1) te kunnen voelen. Deze test staat bekend als rectaal toucher.

Fig. 1: Rectaal toucher om de grootte, vorm en consistentie van de prostaat te voelen.

Indicaties rectaal toucher
Een tumor in de prostaat kan alleen gevoeld worden door middel van een rectaal toucher als de tumor een groter volume heeft dan 0,2ml. In 18% van de patiënten die een rectaal toucher ondergaan wordt uiteindelijk prostaakanker ontdekt, los van het PSA niveau in het bloed. Een rectaal toucher waarbij een abnormale prostaat wordt gevoeld, brengt een verhoogde kans op een hogere Gleason score met zich mee en is een indicatie om een biopsie te doen.

Bijwerkingen en risico’s
Een rectaal toucher heeft geen bijwerkingen. Het risico is dat de vinger van de arts niet alle zijden rondom de prostaat kan bevoelen, er kan dus gemakkelijk iets gemist worden

Medische voorgeschiedenis, lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek geven geen definitief antwoord op de vraag of er prostaatkanker aanwezig is. De arts gebruikt de resultaten om het risico op prostaatkanker in te schatten. Als het risico hoog is, is er een biopsie van prostaatweefsel nodig. Deze test wordt gedaan om te bevestigen of de patiënt een tumor heeft of niet.

Hoe werkt een biopsie?
Tijdens een biopsie worden tussen de 8 en 12 monsters van het prostaatweefsel genomen. Wanneer de patiënt bloedverdunners gebruikt, moet hier in overleg met de arts eerst mee worden gestopt. De arts verkrijgt, soms na toediening van een plaatselijke verdoving, toegang tot de prostaat door een naald in te brengen door de anus en de endeldarm. De monsters (biopten) worden genomen van verschillende delen van de prostaat. Wanneer de patiënt vooraf een MRI-scan van de prostaat heeft gehad, dan richt de biopsie zich meer op het gebied van de prostaat waar de mogelijke tumor gezien is.

Indicaties biopsie
De arts gebruikt de PSA-waarde, rectaal toucher, leeftijd en familiegeschiedenis om het risico op prostaatkanker in te schatten. Als het risico hoog is, is er een biopsie (afnemen van stukjes weefsel) van prostaatweefsel nodig om te bevestigen of er al dan niet een tumor aanwezig is en om te kunnen onderzoeken hoe agressief de eventueel waargenomen kanker is.

Bijwerkingen en risico’s
Na een prostaatbiopsie, kan wat bloed in de urine of het sperma zitten. Bij koorts, moet direct contact opgenomen worden met de arts. Voor meer informatie zijn informatiefolders in het behandelend ziekenhuis beschikbaar. Veelal wordt tevoren al antibiotica gegeven om het risico van infectie te minimaliseren.

Als uit de biopsie blijkt dat het om prostaatkanker gaat, dan is er verder beeldvormend onderzoek nodig om te zien hoever de kanker gevorderd is (stadiëring). Beeldvorming kan ook worden gebruikt om uitzaaiingen op te sporen. Uitzaaiing naar de botten kan worden gezien op een botscan.

Hoe werkt een CT-scan?
Een CT-scan (Computer Tomografie scan) of CT-urografie werkt via röntgenstraling en is weinig-belastend. Bij een CT-scan wordt een contrastvloeistof vaak toegediend via een infuus in een ader om zo de zichtbaarheid van interne lichaamsdelen te vergroten. Door het uitscheiden van de contrastvloeistof door de nieren kunnen ook de bovenste urinewegen goed worden onderzocht. Het is voor deze scan dus belangrijk dat de nieren goed functioneren en de patiënt niet allergisch is voor de contrastvloeistof. De arts dient daarom van eventuele nierproblemen of allergieën op de hoogte te zijn. Het gebruik van bloedglucose verlagende medicijnen kan op verzoek van de arts voor enkele dagen worden opgeschort.

Klik hier voor een video over de CT-scan.

Indicaties CT-scan
Het gebruik van een CT-scan wordt niet aanbevolen voor de diagnostiek en lokale- en lymfeklierstagering van het prostaatcarcinoom (kankergezwel). Een CT-scan kan eventueel van waarde zijn voor extra beeldvorming en geleiding bij het aanprikken en onderzoeken van verdachte lymfeklieren op uitzaaiingen (metastasen).

Bijwerkingen
Een CT-scan duurt 10 minuten en is (vaak) weinig belastend voor de patiënt. Alleen kan de contrastvloeistof, wanneer de patiënt er allergisch voor is, voor licht ongemak zorgen zoals kriebel in de keel of een warm gevoel.

Hoe werkt een MRI-scan?
Een MRI scan (Magnetic Resonance Imaging) werkt op basis van elektromagnetische straling. Door middel van de techniek kan de dwars- of lengtedoorsneden van het lichaam heel gedetailleerd zichtbaar worden gemaakt. Hierdoor is het mogelijk tumoren goed te zien.

Klik hier voor een video over de MRI-scan.

Indicaties MRI-scan
Als de biopsie negatief is voor prostaatkanker maar er toch verdenking blijft (bijvoorbeeld, omdat het PSA niveau in het bloed omhoog gaat) kan de arts kiezen voor onderzoek met de MRI-scan. Bij voorkeur dan de multiparametrische MRI. Een MRI-scan wordt aanbevolen om te kijken of een 2e biopt nodig is, of om de arts te helpen bij het maken van een dergelijk biopt. Ook is een MRI-scan in sommige gevallen geschikt om te zien hoever de kanker gevorderd is, als dit consequenties kan hebben voor de behandeling met een chirurgische ingreep of radiotherapie.

Bijwerkingen en risico’s
Een MRI-scan is weinig belastend en heeft geen bijwerkingen. Tijdens een MRI-scan ligt de patiënt in een smalle koker die veel lawaai maakt. Het te scannen lichaamsdeel ligt in het midden van de tunnel. Een MRI-scan duurt meestal niet langer dan een uur. Sommige patiënten vinden dit benauwend.

Bij patiënten met verdenking van uitgezaaide prostaatkanker of met botpijn wordt soms een botscan gemaakt. Dit wordt ook wel skeletscintigrafie genoemd en bestaat uit onderzoek van het skelet met een radioactieve vloeistof, waardoor de botstofwisseling en afwijkingen van het bot zichtbaar worden. Als dit apparaat niet beschikbaar is wordt ook wel gekozen voor een PET-scan (Positron Emissie Tomografie) en bestaat uit onderzoek met toediening van een kleine hoeveelheid radioactief glucose. Dit wordt door kankercellen opgenomen waardoor ze zichtbaar worden.

Klik hier voor een video over de PET-scan in zijn werk gaat.

3

Als alle resultaten uit de verschillende onderzoeken verzameld zijn, volgt een gesprek met de patiënt over de diagnose. De uroloog overlegt met de patiënt welke vervolgonderzoeken er eventueel nog nodig zijn en over de mogelijke behandelkeuzes. De volgende resultaten worden besproken:

  • De hoeveelheid PSA in het bloed
  • Stadium en agressiviteit van de tumor
  • Risicogroep
  • De uitslag van de diagnose
  • Het voorlopige behandelplan uit het multidisciplinair overleg (MDO)

Hoe hoger de PSA-waarde, hoe groter de kans dat er inderdaad prostaatkanker aanwezig is.

In de biopten die worden genomen bij mannen met een verhoogd PSA wordt vaak geen prostaatkanker gevonden. Bij een biopsie wordt maar een klein deel van het totale prostaatweefsel onderzocht, dus de kans bestaat dat de tumor wordt gemist. De PSA-waarde kan daarna te hoog blijven of zelfs verder stijgen. Dat is vaak reden om alsnog een MRI van de prostaat te verrichten om (nogmaals) te kijken of er sprake is van prostaatkanker. Als de MRI-scan een afwijking laat zien kan de uroloog hier gericht een biopt van nemen. Als de MRI geen afwijkingen laat zien en het PSA stijgt bij controle toch verder door, kan dat reden zijn om biopten te herhalen. De PSA-waarde zegt niet altijd iets over prostaatkanker, want een prostaatontsteking en een goedaardige vergroting van de prostaat kunnen ook leiden tot verhoogde PSA-waarden.

PCA3-test
De afgelopen jaren is er een test ontwikkeld die gevoelig is voor PCA3, een stof die veel vaker voorkomt in een prostaattumor dan in normaal prostaatweefsel. Deze test, PCA3-test of SelectMDX genoemd, gaat dus specifiek ‘op zoek’ naar prostaatkanker. Na een eerste biopsie zonder kanker te vinden kan bij twijfel de PCA3 test worden ingezet (deze wordt (nog) niet vergoed). Hierdoor kan het aantal onnodige biopsieën worden verminderd.

 

Tumor stadium
De uroloog bepaalt aan de hand van de onderzoeken in welk stadium de kanker zich bevindt. Hiervoor wordt het TNM classificatiesysteem gebruikt. Daarmee wordt bepaald:

  • in welke mate de tumor zich beperkt tot de prostaat (T);
  • of de lymfeklieren in de buurt van de prostaat aangetast zijn (N);
  • of er uitzaaiingen op afstand zijn (M).

Hoe ver gevorderd en hoe invasief de tumor is (T), is hier met versimpelde illustraties weergegeven.

Fig. 2: Een T1 prostaattumor is te klein om tijdens het lichamelijk onderzoek te worden gevoeld of om gezien te worden op een scan.

Fig. 3: Een T2 prostaattumor is beperkt tot de prostaat en bij rectaal toucher voelbaar.

Fig. 4: Een T3 prostaattumor die is uitgezaaid naar de zaadblaasjes.

Fig. 5: Een T4 prostaattumor die zich heeft verspreid naar de blaas nek, urinaire sluitspier en endeldarm.

Voor meer informatie over het TNM classificatiesysteem, klik hier.

Agressiviteit tumor
De patholoog bepaalt met de Gleasonscore de mate van agressiviteit van de kanker na bestudering van het weefsel onder de microscoop. Een Gleasonscore van 6 of minder geeft aan dat de tumor langzaam groeit en de kans op uitzaaiingen laag is. Een Gleasonscore van 7 of hoger betekent dat de tumor sneller en grilliger groeit en uitzaaiingen kan geven. Hoe minder de kankercellen lijken op normaal prostaatweefsel, hoe hoger de Gleasonscore.

De Gleasonscore
De Gleasonscore varieert van 6 tot 10. Tumoren met een hogere score wijken qua kenmerken meer af van gezond prostaatweefsel, zijn agressiever en moeilijker te genezen.
De score komt tot stand door een optelsom van twee getallen te nemen. De patholoog geeft voor het eerste getal (tussen 1 en 5) een gradering aan het meest voorkomende type tumorweefsel. Voor het minder voorkomende type tumorweefsel de tweede gradering.
Bijvoorbeeld: de meest voorkomende heeft een score van 3, en de minder voorkomende een score van 4. In dit geval is de Gleason score 3 + 4 = 7.

Bron: Prostaatkanker richtlijn EAU (2017).

 

Op basis van de PSA-waarde in het bloed, het stadium van de tumor en de agressiviteit (Gleasonscore), bepaalt de uroloog welke vervolgonderzoeken er eventueel nog nodig zijn en wat de mogelijke behandelkeuzes voor de patiënt zijn. Op basis van de PSA-waarde in het bloed, het stadium van de tumor en de agressiviteit (Gleasonscore), kan een lokale prostaatkanker in drie risicogroepen worden ingedeeld. De indeling bestaat uit tumoren met een laag, midden of hoog risico op doorgroeien en uitzaaien. Een lokaal uitgebreide prostaatkanker valt onder hoog risico omdat de kanker dan al buiten het prostaatkapsel is gegroeid.

De indeling bestaat uit tumoren met een laag, midden of hoog risico op doorgroeien en uitzaaien:

Risicogroep PSA ng/ml   Gleason-score   Tumor-stadium
Lokale prostaatkanker Laag risico PSA is lager dan 10 ng/ml en Gleasonscore lager dan 7 en T1-T2a
Midden risico PSA is 10-20 ng/ml of Gleasonscore is 7 of T2b
Hoog risico PSA hoger dan 20 ng/ml of Gleasonscore is hoger dan 7 of T2c
Lokaal uitgebreid   Iedere PSA   Iedere Gleasonscore   T3-4 of N+

Opmerkingen: Ng = nanogram, ml = mililiter. Lokaal uitgebreide prostaatkanker (met T3-T4 tumor-stadium) valt onder hoog risico, ongeacht de PSA- en Gleason waardes. Daarbij kan er sprake zijn van uitzaaiingen naar de lymfeklieren in het bekkengebied (N+).

Als de onderzoeksresultaten gecombineerd worden, zijn er verschillende uitslagen mogelijk:

  • Verhoogd PSA
  • Lokale prostaatkanker met (laag, midden of hoog risico)
  • Lokaal uitgebreide prostaatkanker
  • Uitgezaaide prostaatkanker

Om te zorgen dat de patiënt de allerbeste behandeling krijgt, vindt het multidisciplinair overleg (MDO) plaats. Het MDO is een bespreking waarbij zorgprofessionals van verschillende specialisaties, urologen, radiotherapeuten, oncologen en evt. een oncologisch verpleegkundige of andere specialist, zoeken naar de beste behandeling per patiënt. Hierbij wordt gekeken naar de leeftijd, medische voorgeschiedenis en specifieke kenmerken van de prostaatkanker. Ook wordt afgesproken wie als hoofdbehandelaar en/of contactpersoon voor de patiënt fungeert. De uroloog is hoofdbehandelaar indien geopereerd moet gaan worden, de radiotherapeut als radiotherapie wordt gegeven en de oncoloog wanneer chemotherapie gegeven moet worden. Elk van deze specialisten is de hoofdbehandelaar tot een andere specialist het (eventueel) overneemt.

Uit het eerste MDO komt een voorlopig behandelvoorstel. Vaak wordt contact opgenomen met de huisarts, zodat die geïnformeerd is over de huidige situatie. Vervolgens bespreekt de uroloog het voorlopige behandelvoorstel met de patiënt, die tijd krijgt om over het voorstel na te denken. Daarna volgt een besluit over het definitieve behandelvoorstel.

4

De behandeling van prostaatkanker hangt af van het stadium van de ziekte en de individuele voorkeuren en eigenschappen van de patiënt. De verschillende behandelingsmogelijkheden worden hieronder per type prostaatkanker besproken:

  • lokaal
  • lokaal uitgebreide prostaatkanker
  • uitgezaaide prostaatkanker.

Daarnaast wordt aandacht besteed aan patiënten bij wie alleen een verhoogd PSA is gevonden.

Voortdurend worden nieuwe behandelingen ontwikkeld en getest in klinische studies. Sommige van die behandelingen zijn op experimentele basis voor de patiënt in enkele ziekenhuizen beschikbaar, ondanks een gebrek aan wetenschappelijk bewijs om een aanbeveling te doen. Deze experimentele behandelingen zijn in de praktijk veilig gebleken, alleen is de effectiviteit ervan nog niet bewezen aangetoond ten opzichte van de standaardbehandeling, die normaal wordt gegeven. Voor meer informatie over deze experimentele behandelingen, klik hier.

Het besluit over eventuele deelname van de patiënt in een klinische studie wordt samen genomen met de arts. Het is belangrijk dat informatie over de voor- en nadelen eerst grondig wordt doorgenomen, die kunnen verschillen per individuele patiënt en de kenmerken van de ziekte. Voor meer informatie over toegang tot klinische studies, klik hier

In deze richtlijn staat geen informatie over alternatieve geneeswijzen (niet te verwarren met experimentele behandelingen).De samenstellers van de informatie (inhoudelijk deskundigen) zijn van mening dat er geen effectieve alternatieve behandelingen voor prostaatkanker zijn. Dergelijke behandelingen kunnen een reguliere behandeling nooit vervangen en worden dan ook afgeraden.

Mocht er toch behoefte zijn aan verkenning of gebruik hiervan – naast de reguliere behandeling, dan is het zeer belangrijk dat de medisch behandelaar (uroloog of een andere specialist) hiervan op de hoogte is en het bespreekbaar wordt gemaakt. De medisch behandelaar kan een adviserende rol vervullen en eventueel mogelijke gevaren van de alternatieve behandeling vroegtijdig opsporen.

Lokale prostaatkanker is kanker die alleen in de prostaat zit en niet buiten het prostaatkapsel is gegroeid en / of is uitgezaaid. Voor lokale prostaatkanker zijn verschillende behandelingen mogelijk die als doel hebben om de patiënt van prostaatkanker te genezen. De kans op een succesvolle behandeling is in dit stadium het grootst.

Het stadium van de prostaatkanker is in het kort in te delen in:

  • T1 tumor: Bij een T1 prostaattumor beperkt de tumor zich tot één kwab van de prostaat. De tumor is te klein om tijdens het lichamelijk onderzoek te worden gevoeld of om gezien te worden op een scan (fig. 9).
  • T2 tumor: Een T2 prostaattumor is doorgedrongen in de andere kwab en mogelijk de volledige prostaat, maar is niet door het prostaatkapsel gedrongen. De tumor is tijdens het lichamelijk onderzoek eventueel voelbaar en zichtbaar op een scan (fig. 10).

T1 tumoren hebben doorgaans een laag risico op doorgroeien en uitzaaien. T2 tumoren kunnen een laag of midden risico met zich meebrengen.

Fig. 9: Een T1 prostaattumor is te klein om tijdens het onderzoek te worden gevoeld of gezien op een scan. (Gelokaliseerde prostaatkanker)

Fig. 10: Een T2 prostaattumor is beperkt tot de prostaat. (Gelokaliseerde prostaatkanker)

Er kan bij T1 prostaattumoren worden gekozen voor actief volgen (met behoud van de kwaliteit van leven) of voor curatief behandelen (met het risico van bijwerkingen).

Curatieve behandelingen, beschikbaar om de patiënt met lokale prostaatkanker te genezen:

  • operatief verwijderen van de prostaat: radicale prostatectomie
  • radiotherapie uitwendig
  • radiotherapie inwendig
  • hormoontherapie

De behandelkeuze hangt af van in welke risicogroep de patiënt zit, de voorkeur van de patiënt, de inschatting van de bijwerkingen, de levensverwachting en of de patiënt ook andere ziektes heeft (ofwel het risico van co-morbiditeit). De uroloog zal hierbij adviseren. Daarnaast worden niet standaard medische behandelingen aangeboden, zoals experimentele behandelingen en klinische trials.

Er zijn enkele behandelingen voor lokale prostaatkanker waarover (nog) niet voldoende wetenschappelijk bewijs is om ze als aanbeveling op te nemen in de richtlijnen. Ze zijn wel veilig. Ze worden soms aangeboden als andere behandelmogelijkheden niet mogelijk of wenselijk zijn.

Omdat ze nog erg nieuw zijn, is het belangrijk om te beseffen dat over de effectiviteit van de behandelingen op de lange termijn nog minder bekend is. Ook kan het zijn dat niet alle experimentele behandelingen worden vergoed door de verzekeraar.

 

Hoe werkt actief volgen?
Bij een lokale prostaatkanker met laag of midden risico kan de uroloog in overleg met de patiënt besluiten het verloop van de ziekte nauwkeurig te volgen met controle-onderzoeken. Dit heet actief volgen (active surveillance). Tijdens actieve bewaking controleert de arts regelmatig uw tumor en de groei, op basis van een strikt bezoekschema. Bij elk bezoek worden verschillende tests uitgevoerd, waaronder de controle van het niveau van PSA in het bloed. Het doel is om pas over te schakelen naar andere behandelopties als er tekenen zijn dat de ziekte vordert.

Actief volgen is een manier van behandelen waarbij regelmatig een rectaal toucher en een PSA-test worden uitgevoerd. De kans dat de kanker snel groeit, is erg klein en mocht dat wel zo zijn (als de PSA stijgt of er meerdere positieve biopten zijn) dan kan er alsnog een genezende behandeling worden ingesteld.

Actief volgen is dus iets anders dan waakzaam wachten, waarbij men pas gaat behandelen als er symptomen van de prostaatkanker optreden (zie tabel).

Ook bij patiënten met een matig of hoog risico wordt actief volgen overwogen als er naast een hoge leeftijd andere ziektes (co-morbiditeit) bestaan. Sommige patiënten vinden het een vervelend idee dat ze kanker hebben maar geen ‘echte’ behandeling krijgen. De behandelend arts kan precies uitleggen wat de voor- en nadelen van de verschillende behandelingen zijn.

Tabel 1: definities actief volgen en waakzaam wachten

  Actief volgen Waakzaam wachten
Bedoeling behandeling Erop letten dat de kanker niet groeit Betere levenskwaliteit
Follow-up Vast schema Afhankelijk van de patiënt
Bepalingen/markers Rectaal toucher, PSA, herbiopsie, MRI Ligt niet vast
Levensverwachting > 10 jaar < 10 jaar
Doel De door de behandeling veroorzaakte bijwerkingen tot een minimum beperken zonder de overleving te beïnvloeden De door de behandeling veroorzaakte bijwerkingen tot een minimum beperken
Opmerkingen Alleen voor patiënten met laag risico Kan geschikt zijn voor patiënten in alle stadia

Voor meer informatie over onderzoek naar de effecten van actief volgen, klik hier

Indicaties actief volgen

  • Laag risico: Bij patiënten met een laag risico is actief volgen een optie waarbij in een latere fase een radicale prostatectomie of radiotherapie mogelijk is.
  • Midden risico: Bij patiënten met een midden risico komt een radicale prostatectomie of radiotherapie als behandeloptie op de eerste plaats. Actief volgen is alleen een optie indien de patiënt zelf nog geen radicale prostatectomie of radiotherapie wil ondergaan.
  • Hoog risico: Bij patiënten met een hoog risico komt een radicale prostatectomie of radiotherapie als behandeloptie op de eerste plaats. Bij patiënten met een hoog risico is actief volgen alleen een optie wanneer er sprake is van een hoge leeftijd en / of er sprake is van co-morbiditeit. In dat geval wordt gesproken over waakzaam wachten.

Bijwerkingen
Het heeft niet altijd zin om prostaatkanker direct te behandelen, omdat de kanker vaak langzaam groeit en de patiënt al wat ouder is. Direct behandelen betekent ook dat de patiënt te maken krijgt met eventuele bijwerkingen van de behandeling. De uroloog kan daarom in overleg met de patiënt besluiten tot actief volgen.

Hoe werkt een radicale prostatectomie?
Radicale prostatectomie is als chirurgische ingreep een optie bij gelokaliseerde prostaatkanker. Het doel is om de gehele prostaat, inclusief de tumor, en de zaadblaasjes te verwijderen. Een radicale prostatectomie wordt onder algehele verdoving uitgevoerd.

Radicale prostatectomie kan open of laparoscopisch worden uitgevoerd, eventueel geassisteerd door een robot. Bij open chirurgie snijdt de uroloog door de buikwand of het perineum (gebied tussen penis en anus) om direct toegang te krijgen tot de prostaat. De prostaat en de zaadblaasjes worden verwijderd. Vervolgens worden de blaas en de urinebuis aan elkaar gehecht [Fig. 11]. De uroloog brengt een katheter in om de plasbuis en de blaas te helpen genezen. In de meeste gevallen wordt de katheter na 7 dagen verwijderd.

 

Fig. 11: Tijdens radicale prostatectomie verwijdert de uroloog de hele prostaat en de zaadblaasjes.

Welke manier van opereren wordt toegepast is afhankelijk van de beschikbare apparatuur in het ziekenhuis en de ervaring van de uroloog. De verschillende technieken geven dezelfde kans op genezing. Voor een goed resultaat is het van belang dat de uroloog deze operatie jaarlijks veelvuldig uitvoert.

De arts vertelt hoe de patiënt het beste voorbereid kan worden op de procedure. Ter voorbereiding op de narcose (algehele verdoving) dient minimaal 6 uur voor de operatie niet gedronken, gegeten of gerookt te worden. Medicatiegebruik dient besproken te worden met de arts. De arts kan adviseren een aantal dagen voor de operatie te stoppen met de medicatie en deze op een later moment weer te starten. Voorlichting hierover verschilt verder per ziekenhuis. Informatiefolders zijn bij de behandelende ziekenhuizen beschikbaar. 

Er zijn afspraken voor nacontrole (follow-up) na een radicale prostatectomie. Deze kunnen ook door de huisarts gedaan worden in goed overleg (dit willen huisartsen namelijk meestal niet!). De controles duren ten minste 5 jaar. Bij elk bezoek zal de arts het niveau van de PSA-waarde testen. Nazorg is belangrijk om het herstel van de patiënt te volgen en om mogelijke terugkeer (recidief) van de kanker op te sporen.

Als tijdens een controle onderzoek de PSA waarde aangeeft dat de prostaatkanker niet volledig is verwijderd, kan een aanvullende behandeling nodig zijn om alle tumorcellen te verwijderen. De meest voorkomende behandelingen na radicale prostatectomie zijn radiotherapie en hormoontherapie. De uroloog bespreekt de mogelijkheden met de patiënt.

Nazorg

In de eerste dagen of weken na de operatie is hulp nodig bij de dagelijkse activiteiten. Indien mogelijk, vraag familie, vrienden of buren om te helpen met het doen van boodschappen, koken, schoonmaken, wassen, en tuinieren. De arts of verpleegkundige kan tevens informatie geven over professionele thuiszorg. Vermoeid voelen, minder energie hebben en moeite hebben met concentreren, ondanks de nodige nachtrust, zijn veelvoorkomende bijwerkingen na een operatie (wat minder na robotchirurgie). De meeste mensen ervaren vermoeidheid gedurende zes maanden tot een jaar na de operatie. Om beter om te kunnen gaan met deze vermoeidheid kan het volgende worden gedaan:

  • Noteer wat energie geeft en geef die dingen voorrang tijdens de dag of week.
  • Probeer hulp te krijgen bij huishoudelijke taken zoals wassen, schoonmaken of tuinieren.
  • Neem korte dutjes meerdere keren per dag.
  • Probeer zo actief mogelijk te zijn. Elke dag een korte wandeling is beter dan een lange wandeling een keer per week.
  • Houdt bij het plannen van sociale activiteiten, zoals een reis of een bezoek, er rekening mee dat tussendoor wellicht tijd nodig is om uit te rusten. Bespreek dit met familie, vrienden of verzorger, zodat vooruit gepland kan worden. Het is belangrijk dat familie en vrienden over de vermoeidheid worden geïnformeerd.

Indicaties radicale prostatectomie
Radicale prostatectomie is een behandeling van kanker die alleen in de prostaat aanwezig is. Het doel is de patiënt te genezen. Omdat een operatie altijd risico’s met zich meebrengt wordt daar soms niet voor gekozen, bijvoorbeeld omdat de patiënt al ouder is, meerdere ziektes heeft en/of in de laag risicogroep valt. De uroloog bespreekt de optimale behandelkeuze met de patiënt.

Bijwerkingen
De gemiddelde opnametijd in het ziekenhuis voor een prostatectomie schommelt rond de 4 dagen. Gedurende enkele weken na een open radicale prostatectomie kan een lichte pijn in de onderbuik worden ervaren. Daarnaast kan ongecontroleerd urineverlies of erectiestoornissen voorkomen. Er zijn behandelingen hiervoor beschikbaar. In de volgende gevallen wordt geadviseerd de arts te contacteren:

  • koorts
  • zwaar bloedverlies
  • ernstige pijn
  • plasproblemen

Radicale prostatectomie kan incontinentie veroorzaken welke kan verergeren bij inspanning. Dit betekent urineverlies tijdens bepaalde activiteiten, zoals hoesten, lachen, hardlopen, of tillen. Hier zijn enkele tips om te helpen bij het beheersen van de symptomen:

  • Spreek al ruim voor de operatie af met een bekkenfysiotherapeut. Met de bekkenoefeningen die deze opgeeft kan na 3-6 maanden de controle over de bekkenbodemspieren herwonnen worden, wat het urineverlies vermindert.
  • Probeer ervoor te zorgen op de hoogte te blijven van waar het dichtstbijzijnde toilet is. Wees nooit bang of beschaamd om te vragen waar het toilet is.
  • Bij problemen met lekken van urine, kan opvangmateriaal worden gebruikt. Dit kan met de arts of (urologie)verpleegkundige worden besproken.
  • Draag losse kleding voor comfort.
  • Houdt altijd een extra set kleding bij de hand.

Een ander risico bij radicale prostatectomie is een erectiestoornis. Omdat de uroloog mogelijk weefsel buiten de prostaat moet verwijderen, bijvoorbeeld omdat de tumor agressief is of bijna buiten de prostaat groeit, bestaat het risico dat bloedvaten en zenuwen worden beschadigd tijdens de operatie. Dit is een veel voorkomende oorzaak van erectiestoornissen. Tijdens de operatie zal de uroloog proberen de zenuwen naar de penis onbeschadigd te laten als dit mogelijk is, dit wordt voor de operatie besproken. Het succes hiervan is afhankelijk van de agressiviteit van de kanker en waar de tumor zich bevindt. Indien nodig kan de arts behandeling van een erectiestoornis aanraden. Er zijn verschillende mogelijkheden om een erectiestoornis te behandelen. De meest voorkomende zijn pillen, injecties, of een prothese. Met de arts kan besproken worden wat de beste optie is. Omgaan met urine-incontinentie of een erectiestoornis na een radicale prostatectomie kan moeilijk zijn. Ze kunnen langdurig psychologische effecten veroorzaken. De arts, verpleegkundige of huisarts, kunnen helpen de ondersteuning te vinden die nodig is.

Hoe werkt een lymfeklierverwijdering?
Voor of tijdens de operatie worden soms eerst lymfeklieren in het bekken verwijderd en direct door de patholoog onderzocht op uitzaaiingen. Uitzaaiingen in de lymfeklieren hebben gevolgen voor de behandelkeuze: de slagingskans van radicale prostatectomie is lager als er sprake is van veel uitzaaiingen.

  • Indien er geen uitzaaiingen zijn gaat de uroloog verder met verwijdering van de prostaat.
  • Indien er wel uitzaaiingen zijn besluit de uroloog om wel of niet verder te gaan met verwijdering van de prostaat, afhankelijk van de hoeveelheid uitzaaiingen.

Om de juiste behandeling te kunnen adviseren moet de uroloog dus weten of de prostaatkanker al dan niet is uitgezaaid naar het bekken. Het verwijderen van lymfeklieren (lymfeklierdissectie) kan nodig zijn om dit te bepalen. De uroloog adviseert een lymfeklierverwijdering wanneer hij vermoedt dat de kanker zich zou kunnen verspreiden of is uitgezaaid naar de lymfeklieren in het bekken. Dit wordt gedaan met behulp van een risicoschatting.

Wanneer het risico op voor kanker positieve lymfeklieren laag is (bij mannen met een lage Gleasonscore en een PSA <10 ng/ml) is een lymfeklierdissectie onnodig en kan men direct overgaan op een definitieve behandeling. In hoog-risico patiënten (met hogere Gleasonscore (8-10) of PSA> 10 ng/ml) kan een lymfeklierdissectie tegelijk worden uitgevoerd met bijv. een geplande radicale prostatectomie. De patholoog kan de lymfeklieren net voor de prostatectomie onderzoeken. De uroloog beslist vervolgens op basis van de bevindingen over doorgaan met het verwijderen van de prostaat of niet. De kans op positieve klieren varieert met het stadium van de prostaatkanker, de PSA-waarde en de Gleasonscore. Ongeveer 5-12% van de mannen waarvan wordt gedacht dat ze gelokaliseerde prostaatkanker hebben, heeft uitzaaiingen naar de lymfklieren in het bekken. De arts bespreekt voorafgaand aan de lymfeklierdissectie hoe de behandeling wordt beïnvloed als er uitzaaiingen worden gevonden. Tegenwoordig kan het aantal lymfeklierdissecties worden beperkt door eerst een PSMA PET scan te maken.

Indicaties lymfeklierverwijdering
Verwijdering van de lymfeklieren wordt overwogen als onderzoeken laten zien dat de kans groot is dat de kanker ook verspreid is naar de lymfeklieren in de onderbuik.

Na de operatie wordt het weggenomen weefsel onderzocht in het laboratorium. Als er sprake is van kanker in de lymfeklieren, dan worden na de operatie, zowel de prostaat als het bekkengebied behandeld met uitwendige radiotherapie.

Bijwerkingen
Verwijdering van de lymfklieren kan bijwerkingen met zich meebrengen, zoals:

  • Bloeden van de operatiewond of het ontstaan van een infectie
  • Ophoping van lekkend lymfevocht (lymfocele). Dit kan pijn en/of infectie veroorzaken
  • Beschadiging van zenuwen.

Hoe werkt radiotherapie?
Radiotherapie schaadt en doodt cellen en wordt gebruikt om kankercellen te bestrijden. Prostaatkankercellen reageren in de meeste gevallen op radiotherapie. Er zijn 2 soorten radiotherapie:

  • uitwendige radiotherapie (door de huid heen)
  • inwendige radiotherapie (van binnenuit). Dit wordt ook wel brachytherapie genoemd.

Door continue verbeteringen in de bestralingstechnieken is het een effectieve behandeling voor gelokaliseerde prostaatkanker.

De arts geeft informatie hoe het beste op de procedure kan worden voorbereid. Een eet- en drinkschema wordt vóór elke sessie aangeboden om te zorgen dat de blaas vol en het rectum (dat is het laatste stuk van de darm) leeg is voordat de procedure van start gaat. Medicatiegebruik moet besproken worden met de arts.

Als tijdens controle van de PSA-waarde in het bloed blijkt dat de prostaatkanker niet volledig is weg is, kan de arts aanbevelen om alle tumorcellen te verwijderen. De behandelingsmogelijkheden zijn:

  • Salvage radicale prostatectomie (‘salvage’ naar het Engelse woord voor redding)
  • Salvage brachytherapie (geen optie na radicale prostectomie)
  • Hormoontherapie

Bijwerkingen
Door verdere ontwikkelingen in de bestralingstherapie neemt de precisie van de bundel toe, en kan een hogere dosering van bestraling worden toegepast met minder bijwerkingen. Vaak voorkomende bijwerkingen zijn een branderig gevoel bij het plassen, vaak moeten plassen, en anale irritatie. Dit komt omdat de omliggende organen, met name de blaas en het rectum, ook radioactieve straling ontvangen. Meestal verschijnen deze symptomen halverwege de kuur en verdwijnen deze weer enkele maanden nadat de radiotherapie is beëindigd. Een veel voorkomende bijwerking van radiotherapie is bloeding in de blaas en het rectum, zelfs jaren na de behandeling. U kunt ook lagere urineweg symptomen (LUTS) ervaren (plasklachten), of erectiestoornissen. Hoe hinderlijk de bijwerkingen van stralingstherapie zijn, en wanneer ze verschijnen, dat verschilt van persoon tot persoon. Dit hangt samen met uw algemene gezondheid en met welke bestralingstherapie wordt toegepast.

De patiënt kan tijdens de radiotherapiebehandeling meestal doorgaan met de dagelijkse activiteiten. De behandeling kan leiden tot vermoeidheid door de dagelijkse trips naar het ziekenhuis en kan de lagere urinewegen en de darm beïnvloeden. De huid kan door de bestraling beschadigd raken. De (huis)arts of verpleegkundige kan hier tips over geven. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat de huid niet wordt blootgesteld aan zon of saunabezoek.

Uitwendige radiotherapie

Bij uitwendige bestraling wordt de straling in speciale apparaten opgewekt. De tumor wordt van buitenaf (door de huid heen) bestraald. De stralenbundel wordt zo gericht dat het gezonde weefsel om de tumor heen zo weinig mogelijk straling krijgt. Na de bestraling blijft er geen straling in het lichaam achter. De patiënt hoeft niet in het ziekenhuis opgenomen te worden. Er is een bepaalde dosis straling nodig om een tumor te vernietigen. Dat kan niet in 1 keer omdat het gezonde weefsel daar teveel door beschadigd wordt. De straling wordt in kleine doses gegeven, zodat gezonde cellen zich steeds kunnen herstellen. Kankercellen kunnen dat minder goed en sterven geleidelijk af.

Uitwendige bestraling [Fig. 12] duurt ongeveer 8 weken, 5 dagen per week. Er wordt één stralingsdosis per dag gegeven. De behandeling duurt ongeveer 20 minuten. Alvorens met radiotherapie te starten zal eerst een CT scan worden gemaakt. Dit wordt gedaan om het bestralingsgebied, alsook het omringende weefsel dat níet moet worden behandeld, in kaart te brengen. In de afgelopen jaren is het gebruik van beeldgeleide radiotherapie wereldwijd toegenomen. Voor een dergelijke behandeling lokaliseert de oncoloog met behulp van een röntgenfoto of CT scan de lager gelegen urinewegen die zeer nauwkeurig moeten worden bestraald. Ook worden er gouddeeltjes ingebracht als referentiepunten om de bestraling te optimaliseren.

Fig. 12: Uitwendige bestraling beschadigt en doodt kankercellen.

Indicaties uitwendige radiotherapie
Uitwendige radiotherapie als behandeloptie voor patiënten met gelokaliseerd prostaatcarcinoom wordt afgewogen tegen de verschillende andere behandelopties, waaronder radicale prostatectomie en brachytherapie en ook tegen actief volgen of waakzaam afwachten. Bij gelokaliseerde prostaatkanker met een hoge Gleasonscore, kan de arts uitwendige radiotherapie aanraden in combinatie met hormonale therapie.

Inwendige radiotherapie (brachytherapie)

De meest toegepaste brachy methode maakt gebruik van radioactieve implantaten (zaadjes) die door de bestralingsarts dichtbij of in de tumor in de prostaat worden geplaatst [Fig. 13]. De uit die zaadjes voortkomende straling doodt de kankercellen. Tegenwoordig worden ook wel andere vormen van brachy toegepast (HDR ofwel hoge dosis brachy of brachy met slechts een enkele dosis), maar die maken (nog) geen onderdeel uit van de hier toegelichte richtlijnen.

Inwendige bestraling is alleen mogelijk als de tumor gemakkelijk bereikbaar is. Het voordeel is dat de arts een hoge dosis straling kan geven op een klein gebied. Dit geeft minder risico op schade aan het gezonde weefsel (en dus op bijwerkingen) dan bij uitwendige bestraling.

Fig. 13: Bij inwendige bestraling wordt de stralingsbron rechtstreeks in de prostaat gebracht.

 

Indicaties inwendige radiotherapie
Inwendige bestraling bij prostaatkanker is mogelijk als:

  • de tumor beperkt is gebleven tot de prostaat
  • de prostaat niet te groot is (max. ongeveer 50 ml)
  • de PSA-waarde in het bloed niet hoger is dan ongeveer 15
  • de tumor niet te agressief is: Gleasonscore van maximaal 7
  • er vooraf geen ernstige plasklachten zijn

Combinatie van radiotherapie en hormoontherapie

Hoe werkt de combinatie van radio- en hormoontherapie?
Bij lokale prostaatkanker met een hoge Gleasonscore kan radiotherapie in combinatie met hormoontherapie geadviseerd worden. De resultaten van de behandeling met alleen radiotherapie is voor deze groep teleurstellend. De uroloog zal hierover adviseren.

Indicaties combinatie radio- en hormoontherapie
Bij prostaatkanker in een lage risicogroep is de toevoeging van hormonale therapie aan radiotherapie niet zinvol en is de kans op genezing in ieder geval uitstekend. Voor de hoge risicogroep geeft langdurige hormonale therapie waarschijnlijk een betere kans op overleving. De duur van hormoontherapie ligt niet vast maar is, afhankelijk van de Gleasonscore, minimaal 6 maanden tot maximaal 3 jaar. Als de hormoontherapie zwaar is voor een patiënt kan de duur worden verkort.

 

Hoe werkt focale therapie?
Focale therapie is een term voor verscheidene experimentele technieken om kleine tumoren te vernietigen in de prostaat (fig. 6). Enkele voorbeelden van verschillende technieken zijn: cryotherapie (CSAP), High intensity focused ultrasound (HIFU), fotodynamische therapie (PDT), Irreversibele elektroporatie (IRE).

Voor een overzicht en meer informatie, klik hier

Over de volgende technieken kunnen volgens de richtlijnen nog geen strikte aanbevelingen gedaan worden. Omdat ze in enkele academische ziekenhuizen in Nederland al wel worden toegepast, worden ze hier besproken:

  • Cryotherapie (CSAP)
  • High intensity focused ultrasound (HIFU)

Fig. 6: Focale therapie richt zich direct op de prostaat tumorcellen zodat er minder schade aan andere weefsels ontstaat.

Indicaties focale therapie
Patiënten met laag en midden risico prostaatkanker komen voor focale therapie in aanmerking.

Bijwerkingen
Omdat de tumorcellen direct worden aangepakt worden, blijft de schade aan andere weefsels in de prostaat of de onderste urinewegen beperkt.

Cryotherapie (CSAP)

Hoe werkt Cryotherapie?
Cryochirurgische ablatie (verwijdering) van de prostaat (CSAP) of cryotherapie is een experimentele techniek voor de behandeling van prostaatkanker. Het is een minimaal-invasieve chirurgie waarbij vriestemperaturen direct op de tumorcellen worden toegepast om ze te doden (fig. 7).

Fig. 7: Cryochirurgische ablatie van de prostaat (Cryo Surgical Ablation of the Prostate - CSAP) doodt kankercellen door ze te bevriezen.

Indicaties CSAP
Patiënten met laag en midden risico prostaatkanker komen ervoor in aanmerking.

Bijwerkingen
Door gebruik te maken van echobeelden of (soms) MRI-beelden kunnen de cryotherapienaalden zeer nauwkeurig geplaatst worden. Dat zorgt ervoor dat alleen de tumor wordt behandeld. Hierdoor kan omliggend weefsel gespaard blijven en worden bijwerkingen zoveel mogelijk voorkomen. Bijwerkingen worden dan ook weinig gemeld; CSAP lijkt een haalbare en veilige behandelmethode.

High intensity focused ultrasound (HIFU)

Hoe werkt HIFU?
High intensity focused ultrasound (HIFU) gebruikt de energie van hoogfrequente geluidsgolven om kankercellen te verhitten en te doden (fig. 8). De prostaatkankercellen worden vernietigd zonder dat snijden nodig is. Er zijn weinig bijwerkingen bekend.

Fig. 8: hoge intensiteit gerichte ultrasound (HIFU) gebruikt de energie van hoogfrequente geluidsgolven om kankercellen te verwarmen en te doden.

Indicaties HIFU
Patiënten met laag en midden risico prostaatkanker komen voor HIFU in aanmerking.

Bijwerkingen
Er zijn weinig bijwerkingen bekend. De behandeling is zenuwsparend waardoor een erectie mogelijk blijft. De eerste dagen is plassen moeilijk waardoor een katheter nodig is. Soms treedt tijdelijk stressincontinentie op, d.w.z. (verlies van enkele druppels urine bij druk, hoesten of inspanning).

Lokaal gevorderde prostaatkanker is prostaatkanker die zich buiten het kapsel van de prostaat in het omringende weefsel heeft uitgebreid (stadium T3 of T4). Deze vorm van prostaatkanker valt in een hoge risicogroep, ongeacht de PSA- en Gleasonwaardes. Er kan sprake zijn van uitzaaiingen (metastasen) als de kanker zich heeft verspreid naar de lymfeklieren in het bekken.

Stadium

Het stadium van de prostaatkanker is in te delen in:

  • T3 tumor: Een T3 prostaattumor is doorgegroeid in het prostaatkapsel en eventueel de zaadblaasjes. De kanker kan daarnaast uitgezaaid zijn naar de lymfeklieren in het bekkengebied of naar andere delen van het lichaam (fig 14).
  • T4 tumor: Een T4 prostaattumor is buiten het prostaatkapsel doorgegroeid in andere weefsels in de buurt zoals de blaasnek, de urinesluitspier of de bekkenbodem. De tumor kan ook uitgezaaid zijn naar de lymfeklieren in het bekkengebied (fig 15).

Fig. 14: Een T3 prostaattumor die is uitgezaaid naar de zaadblaasjes.

Fig. 15: Een T4 prostaattumor die zich heeft verspreid naar de blaasnek, urinaire sluitspier en het rectum.

Het natuurlijk beloop van lokaal uitgebreide prostaatkanker is niet goed bekend, de cijfers zijn heel wisselend. Er zijn verschillende behandelingen mogelijk:

  • Radicale prostatectomie
  • Lymfeklierverwijdering uit het bekken
  • Combinatie van radiotherapie en hormoontherapie
  • Waakzaam wachten

Welke behandeling het beste is hangt af van de kenmerken van de tumor, de medische geschiedenis, leeftijd en persoonlijke voorkeuren en waarden. Daarnaast speelt de inschatting van risico op uitzaaiingen een belangrijke rol bij de behandelkeuze; dit wordt gedaan op basis van o.a. de hoogte van het PSA, de Gleasonscore en of de tumor door het kapsel heen gegroeid is. Elke behandeling heeft zijn voor- en nadelen die met de arts kunnen worden besproken. De keuze hangt af van de specifieke persoonlijke situatie.

Als een goed alternatief voor een operatie, en soms de enige optie, kan de arts radiotherapie aanraden. Deze therapie beschadigt en doodt de kankercellen. Het is een veelvoorkomende behandeling bij lokaal gevorderde tumoren. Bij lokaal gevorderde prostaatkanker wordt bestraling altijd gecombineerd met hormoontherapie. Hormoontherapie beïnvloedt de productie van testosteron in het lichaam. Het doel is om de groei van de tumor te stoppen. Een andere naam voor hormoontherapie is androgeen deprivatie therapie (ADT).

Hoe werkt een radicale prostatectomie?
Radicale prostatectomie is als chirurgische ingreep een optie bij gelokaliseerde prostaatkanker. Het doel is om de gehele prostaat, inclusief de tumor, en zaadblaasjes te verwijderen. Een radicale prostatectomie wordt onder algehele verdoving uitgevoerd. Tijdens deze procedure worden ook de lymfeklieren in het bekkengebied verwijderd.

Radicale prostatectomie kan open of laparoscopisch worden uitgevoerd, eventueel met behulp van een robot. Bij open chirurgie snijdt de chirurg door de buikwand of het perineum (gebied tussen anus en penis) om direct toegang te krijgen tot de prostaat. De prostaat en de zaadblaasjes worden verwijderd. Vervolgens worden de blaas en de urinebuis aan elkaar gehecht [Fig. 16]. De chirurg brengt een katheter in om de plasbuis en de blaas te helpen genezen. In de meeste gevallen wordt de katheter na 7 dagen verwijderd.

Fig. 16: Tijdens radicale prostatectomie verwijdert de uroloog de hele prostaat en de zaadblaasjes.

Welke manier van opereren wordt toegepast is afhankelijk van de beschikbare apparatuur in het ziekenhuis en de ervaring van de uroloog. De verschillende technieken geven dezelfde kans op genezing. Voor een goed resultaat is het van belang dat de uroloog deze operatie regelmatig uitvoert.

De arts vertelt hoe het beste voorbereid kan worden op de procedure. Ter voorbereiding op de narcose (algehele verdoving) dient minimaal 6 uur voor de operatie niet gedronken, gegeten of gerookt te worden. Medicatiegebruik dient besproken te worden met de arts. De arts kan adviseren een aantal dagen voor de operatie te stoppen met de medicatie en deze op een later moment weer te starten. Voorlichting hierover verschilt verder per ziekenhuis. Informatiefolders zijn bij de behandelenende ziekenhuizen beschikbaar. Klik hier voor meer informatie over ondersteuning na de operatie.

Er zijn afspraken voor nacontrole (follow-up) na een radicale prostatectomie. Deze kunnen ook door de huisarts gedaan worden. De controles duren ten minste 5 jaar. Bij elk bezoek zal de arts het niveau van de PSA-waarde testen en als dat nodig is een rectaal onderzoek doen. Nazorg is belangrijk om het herstel van de patiënt te monitoren en om mogelijke terugkeer (recidief) van de kanker op te sporen.

Als tijdens een controle onderzoek de PSA-waarde aangeeft dat de prostaatkanker niet volledig is verwijderd, kan een aanvullende behandeling nodig zijn om alle tumorcellen te verwijderen. De meest voorkomende behandelingen na radicale prostatectomie zijn radiotherapie en hormoontherapie. De uroloog bespreekt de mogelijkheden met de patiënt.

Indicaties radicale prostatectomie
Bij lokaal uitgebreide prostaatkanker is de operatie een optie voor jonge patiënten met een laag PSA en een lage Gleasonscore. Besloten wordt om geen radicale prostatectomie te doen als:

  • de tumor al teveel doorgegroeid is buiten de prostaat;
  • het om een patiënt gaat met een hoog risico op uitzaaiingen;
  • er uit een lymfeklierverwijdering blijkt dat er sprake is van (veel) uitzaaiingen in de lymfeklieren;
  • de patiënt vanwege leeftijd of conditie veel kans loopt op complicaties.

Patiënten die niet in aanmerking komen voor een radicale prostatectomie kunnen de volgende behandelingen geadviseerd krijgen:

  • Radiotherapie zonder hormoontherapie
  • Radiotherapie met hormoontherapie

Bijwerkingen
De gemiddelde opnametijd in het ziekenhuis voor een prostatectomie varieert gemiddeld tussen de 2 en 3 dagen. Enkele weken na een open radicale prostatectomie kan een lichte pijn in de onderbuik worden ervaren. Daarnaast kan ongecontroleerd urineverlies of erectiestoornissen voorkomen. Er zijn behandelingen hiervoor beschikbaar. In de volgende gevallen wordt geadviseerd de arts te contacteren:

  • koorts
  • zwaar bloedverlies.
  • ernstige pijn
  • plasproblemen

Radicale prostatectomie kan incontinentie bij inspanning veroorzaken. Dit komt omdat de prostaat de plasbuis omringt, waardoor de druk van een volle blaas kan worden weerstaan. Wanneer de prostaat is verwijderd kan dit een effect hebben op hoeveel druk de plasbuis kan hebben. Er zijn meerdere behandelingsmogelijkheden om incontinentie bij inspanning te verbeteren of te genezen. Een ander risico van de operatie is erectieproblemen. Omdat de uroloog mogelijk weefsel buiten de prostaat moet verwijderen, bestaat het risico dat bloedvaten en zenuwen worden beschadigd tijdens de operatie. Dit is een veel voorkomende oorzaak van erectiestoornissen. Tijdens de operatie zal de uroloog proberen de zenuwen naar de penis onbeschadigd te laten. Het succes hiervan is afhankelijk van de agressiviteit van de kanker en waar de tumor zich bevindt. Indien nodig kan de arts behandeling van een erectiestoornis aanraden.

Hoe werkt de combinatie van radio- en hormoontherapie?
Bij lokaal gevorderde prostaatkanker met een hoge Gleasonscore kan radiotherapie in combinatie met hormoontherapie geadviseerd worden. De resultaten van de behandeling met alleen radiotherapie is voor deze groep teleurstellend. De uroloog zal hierover adviseren.

Indicaties combinatie radio- en hormoontherapie
Bij lokaal gevorderde prostaatkanker met een hoge Gleasonscore geeft langdurige hormonale therapie waarschijnlijk een betere kans op overleving. De duur van hormoontherapie ligt niet vast maar is, afhankelijk van de Gleasonscore, minimaal 6 maanden tot maximaal 3 jaar. Als de hormoontherapie zwaar is voor een patiënt kan de duur worden verkort.

Radiotherapie

Hoe werkt radiotherapie?
Radiotherapie schaadt en doodt cellen en wordt gebruikt om kankercellen te bestrijden. Prostaatkankercellen reageren in de meeste gevallen op radiotherapie. Er zijn 2 soorten radiotherapie:

  • uitwendige radiotherapie (door de huid heen)
  • inwendige radiotherapie (van binnenuit). Dit wordt ook wel brachytherapie genoemd.

Door verbeteringen in de bestralingstechnieken is het een effectieve behandeling voor gelokaliseerde prostaatkanker.

De arts geeft informatie hoe het beste op de procedure kan worden voorbereid. Een eet- en drinkschema wordt vóór elke sessie aangeboden om te zorgen dat de blaas vol en het rectum leeg is voordat de procedure van start gaat. Medicatiegebruik moet besproken worden met de arts. Als tijdens controle van de PSA-waarde in het bloed blijkt dat de prostaatkanker niet volledig is weg is, kan de arts aanbevelen om alle tumorcellen te verwijderen. De behandelingsmogelijkheden zijn:

  • Salvage radicale prostatectomie (‘salvage’ naar het Engelse woord voor redding)
  • Salvage brachytherapie (geen optie na radicale prostectomie)
  • Hormoontherapie

Bijwerkingen
Door verdere ontwikkelingen in de bestralingstherapie neemt de precisie van de bundel toe, en kan een hogere dosering van bestraling worden toegepast met minder bijwerkingen. Vaak voorkomende bijwerkingen zijn een branderig gevoel bij het plassen, vaak moeten plassen, en anale irritatie. Dit komt omdat de omliggende organen, met name de blaas en het rectum, ook radioactieve straling ontvangen. Meestal verschijnen deze symptomen halverwege de kuur en verdwijnen deze weer enkele maanden nadat de radiotherapie is beëindigd. Een veel voorkomende bijwerking van radiotherapie is bloeding in de blaas en het rectum, zelfs jaren na de behandeling. U kunt ook lagere urineweg symptomen (LUTS) ervaren (plasklachten), of erectiestoornissen. Hoe hinderlijk de bijwerkingen van stralingstherapie zijn, en wanneer ze verschijnen, verschilt van persoon tot persoon. Dit hangt samen met uw algemene gezondheid en welke bestralingstherapie wordt toegepast.

De patiënt kan tijdens de radiotherapiebehandeling meestal doorgaan met de dagelijkse activiteiten. De behandeling kan leiden tot vermoeidheid door de dagelijkse trips naar het ziekenhuis en kan de lagere urinewegen en de darm beïnvloeden. De huid kan door de bestraling beschadigd raken. De (huis)arts of verpleegkundige kan hier tips over geven. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat de huid niet wordt blootgesteld aan zon of saunabezoek.

Uitwendige radiotherapie

Bij uitwendige bestraling wordt de straling in speciale apparaten opgewekt. De tumor wordt van buitenaf (door de huid heen) bestraald. De stralenbundel wordt zo gericht dat het gezonde weefsel om de tumor heen zo weinig mogelijk straling krijgt. Na de bestraling blijft er geen straling in het lichaam achter. De patiënt hoeft niet in het ziekenhuis opgenomen te worden.

Er is een bepaalde dosis straling nodig om een tumor te vernietigen. Dat kan niet in 1 keer omdat het gezonde weefsel daar teveel door beschadigd wordt. De straling wordt in kleine doses gegeven, zodat gezonde cellen zich steeds kunnen herstellen. Kankercellen kunnen dat minder goed en sterven geleidelijk af.

Uitwendige bestraling [Fig. 17] duurt ongeveer 8 weken, 5 dagen per week. Er wordt één stralingsdosis per dag gegeven. De behandeling duurt ongeveer 20 minuten. Alvorens met radiotherapie te starten zal eerst een CT scan worden gemaakt. Dit wordt gedaan om het bestralingsgebied, alsook het omringende weefsel dat níet moet worden behandeld, in kaart te brengen. In de afgelopen jaren is het gebruik van beeldgeleide radiotherapie wereldwijd toegenomen. Voor een dergelijke behandeling lokaliseert de oncoloog met behulp van een röntgenfoto of CT scan de lager gelegen urinewegen die zeer nauwkeurig moeten worden bestraald. Ook worden er gouddeeltjes ingebracht als referentiepunten om de bestraling te optimaliseren.

Fig. 17: Uitwendige bestraling beschadigt en doodt kankercellen.

Indicaties uitwendige radiotherapie
Uitwendige radiotherapie verdient als behandeloptie voor patiënten met een lokaal uitgebreid prostaatcarcinoom de voorkeur boven inwendige radiotherapie.

Inwendige radiotherapie (brachytherapie)

De meest toegepaste brachy methode maakt gebruik van radioactieve implantaten (zaadjes) die door de bestralingsarts dichtbij of in de tumor in de prostaat worden geplaatst [Fig. 18]. De uit die zaadjes voortkomende straling doodt de kankercellen. Tegenwoordig worden ook wel andere vormen van brachy toegepast (HDR ofwel hoge dosis brachy of brachy met slechts een enkele dosis), maar die maken (nog) geen onderdeel uit van de hier toegelichte richtlijnen.

Inwendige bestraling is alleen mogelijk als de tumor gemakkelijk bereikbaar is. Het voordeel is dat de arts een hoge dosis straling kan geven op een klein gebied. Dit geeft minder risico op schade aan het gezonde weefsel (en dus op bijwerkingen) dan bij uitwendige bestraling.

Fig. 18: Bij inwendige bestraling wordt de stralingsbron rechtstreeks in de prostaat gebracht.

Indicaties inwendige radiotherapie
Inwendige bestraling alleen is niet aan te raden voor de behandeling van lokaal uitgebreide prostaatkanker (hoog risico). Het wordt meestal gebruikt in combinatie met uitwendige bestraling

Hoe werkt hormoontherapie?
Hormoontherapie is een optie voor de behandeling van lokaal gevorderde prostaatkanker, met als doel de groei van de tumor te stoppen. De groei van prostaatkankercellen is afhankelijk van testosteron. Testosteron is een androgeen, een hormoon, dat voornamelijk wordt geproduceerd in de testikels. Hormoontherapie stopt de productie van testosteron of blokkeert de werking ervan. Dit staat bekend als castratie. Een andere naam voor hormoontherapie is androgeen deprivatie therapie (ADT). De volgende hormoonbehandelingen kunnen worden toegepast:

  • Bilaterale orchidectomie (operatie)
  • Chemische castratie (medicatie)
  • LHRH agonisten
  • LHRH antagonisten
  • Antiandrogenen

Alle soorten hormoontherapie resulteren in castratie, waarbij het lichaam op verschillende manieren kan reageren. 

Ondersteuning bij hormoontherapie
Hormoontherapie betekent in veel gevallen castratie (maar niet bij antiandrogenen). De meest voorkomende bijwerkingen van hormoontherapie zijn borstvorming (gynaecomastie) bij antiandrogenen en opvliegers bij LHRH. Dit kan (gedeeltelijk) onder controle worden gehouden door te letten op het gewicht en geen alcohol te drinken. Als de patiënt last heeft van opvliegers kan het helpen natuurlijke stoffen te dragen, zich in lagen te kleden, warmte te vermijden en voldoende water te drinken.

Hoe werkt bilaterale subcapsulaire orchidectomie?
Bilaterale orchidectomie, of chirurgische castratie, is een operatie waarbij de inhoud van beide testikels worden verwijderd. Het is een behandelingsmogelijkheid voor lokaal gevorderde prostaatkanker en is erop gericht om de productie van androgenen, zoals testosteron, te stoppen. De operatie kan worden uitgevoerd onder plaatselijke verdoving of onder algehele verdoving. Als de patiënt een voorgeschiedenis heeft van hart- en vaatziekten, kan de arts adviseren een afspraak met een cardioloog te maken alvorens te beginnen met hormoontherapie.

In de meeste gevallen wordt lokaal verdoofd of een ruggenprik gezet. In sommige gevallen kan de arts algemene verdoving aanbevelen. De uroloog maakt een sneetje in het scrotum (balzak) om de inhoud van beide testikels te verwijderen. Omdat het weefsel dat de testikels omringt niet wordt verwijderd, zal het scrotum er niet helemaal leeg uitzien. Vooraf aan de operatie geeft de arts informatie hoe het beste op de procedure kan worden voorbereid. Ter voorbereiding op de volledige verdoving dient minimaal 6 uur voor de operatie niet te worden gedronken, gegeten of gerookt. Medicatiegebruik dient te worden besproken met de arts. De arts kan adviseren een aantal dagen voor de operatie te stoppen met de medicatie. Uiteindelijk zal de inhoud van het scrotum er net zo uit zien als na 6 maanden hormonale therapie.

Indicatie bilaterale orchidectomie
Bilaterale orchidectomie heeft in eerste instantie de voorkeur boven chemische castratie om op de lange termijn castratieresistentie prostaatkanker tegen te gaan.

Bijwerkingen
Bilaterale orchidectomie resulteert in permanente castratie. Dit heeft fysieke en emotionele gevolgen. Deze problemen kunnen worden besproken met de arts.

De meest voorkomende bijwerkingen zijn:

  • Opvliegers
  • Lager libido
  • Erectiestoornissen
  • Osteoporose
  • Verhoogd risico op hart- en vaatziekten
  • Suikerziekte
  • De patiënt kan ook pijn ervaren, bijvoorbeeld in de gewrichten, rug, botten en spieren. Andere minder frequente bijwerkingen kunnen zijn: hoesten, kortademigheid, hoofdpijn en perifere oedeem.

De effecten van chirurgische castratie zijn permanent. Bij chemische castratie kunnen enkele symptomen na de behandeling verdwijnen. Hoe hinderlijk de bijwerkingen van hormoontherapie zijn en wanneer ze verschijnen, verschilt van persoon tot persoon. Dit hangt samen met iemands algemene gezondheid en de aard van de behandeling die wordt ondergaan. Na verloop van tijd zullen prostaatkankercellen resistent (immuun) worden tegen hormoontherapie en zal de tumor weer beginnen te groeien. Dit staat bekend als castratie-resistente prostaatkanker. Wanneer castratie-resistente prostaatkanker zich begint te ontwikkelen verschilt van persoon tot persoon, maar dit gebeurt in de meeste gevallen 2 tot 3 jaar na het starten van de hormoonbehandeling.

Hoe werkt chemische castratie?
Als een chirurgische hormoontherapie niet wenselijk is, zijn er medicijnen die de productie of het effect van androgenen kunnen stoppen. De meest voorkomende zijn LHRH agonisten, LHRH antagonisten en antiandrogenen. Klik hier voor meer informatie over LHRH. Het doel van deze geneesmiddelen is om de groei van de tumor te stoppen door chemische castratie. De werkzaamheid varieert per groep geneesmiddelen. Elk geneesmiddel wordt op een andere wijze toegepast. Bij een voorgeschiedenis van hart- en vaatziekten, zal geadviseerd worden om een cardioloog te zien alvorens te beginnen met hormoontherapie.

Indicaties chemische castratie
Indien tijdens controle van het niveau van het prostaat-specifiek antigeen (PSA) blijkt dat de prostaatkanker niet volledig is weggehaald kan extra behandeling nodig zijn om alle tumorcellen te verwijderen. Behandelingsmogelijkheden zijn:

  • Nieuwe hormoonmiddelen
  • Chemotherapie
  • Immunotherapie

Bijwerkingen
Hormoontherapie stopt de productie en blokkeert de werking van mannelijke hormonen en veroorzaakt castratie. Castratie heeft fysieke en emotionele gevolgen. De meest voorkomende zijn:

  • Opvliegers
  • Lager libido
  • Erectiestoornissen
  • Osteoporose
  • Verhoogd risico op hart- en vaatziekten
  • Suikerziekte
  • De patiënt kan ook pijn ervaren, bijvoorbeeld in de gewrichten, rug, botten en spieren. Andere minder frequente bijwerkingen kunnen zijn: hoesten, kortademigheid, hoofdpijn en perifere oedeem. Eventuele problemen kunnen worden besproken met de arts.

Hoe hinderlijk de bijwerkingen van hormoontherapie zijn en wanneer ze verschijnen, verschilt van persoon tot persoon. Dit hangt samen met iemands algemene gezondheid en de aard van de behandeling die wordt ondergaan. Na verloop van tijd zullen prostaatkankercellen resistent (immuun) worden tegen hormoontherapie en zal de tumor weer beginnen te groeien. Dit staat bekend als castratie-resistente prostaatkanker. Wanneer castratie-resistente prostaatkanker zich begint te ontwikkelen verschilt van persoon tot persoon, maar dit gebeurt in de meeste gevallen 2 tot 3 jaar na het starten van de hormoonbehandeling.

LHRH-agonisten
LHRH-agonisten stoppen de productie van testosteron in de testikels. Zij zijn de meest gebruikte medicijnen voor de behandeling van lokaal gevorderde en uitgezaaide prostaatkanker. Het geneesmiddel wordt toegediend als een injectie direct onder de huid of in de spier. Deze behandeling kan 1, 3, 6 of 12 maanden duren. In de dagen na de eerste injectie, zal het testosteronniveau eerst omhoog gaan, voordat het daalt. Dit staat bekend als een flare (stijging). De stijging van de testosteronspiegel kan de tumor doen zwellen. In zeldzame gevallen kan dit gevaarlijk zijn en kan het problemen veroorzaken bij het plassen. De arts kan een lage dosis antiandrogeen medicijnen toedienen om de schade als gevolg van de stijgende testosteronniveaus te voorkomen. LHRH antagonisten kunnen een allergische reactie veroorzaken.

LHRH antagonisten
LHRH antagonisten zijn een nieuwe vorm van hormoontherapie. Ze hoeven niet te worden gecombineerd met een antiandrogeen gedurende de eerste weken omdat ze geen flare veroorzaken. Het dient elke maand middels een injectie onder de huid te worden toegediend.

Antiandrogenen
Antiandrogenen blokkeren de werking van testosteron. Hierdoor zullen de tumor en uitzaaiingen langzamer groeien of volledig stoppen met groeien. De meest gebruikte antiandrogenen zijn cyproteronacetaat, flutamide, bicalutamide. Ze zijn allemaal verkrijgbaar als een pil, en dienen elke dag te worden ingenomen.

  • Cyproteronacetaat wordt meestal ingenomen in twee of drie dagelijkse doseringen.
  • Flutamide wordt driemaal daags ingenomen.
  • Bicalutamide is de meest voorkomende antiandrogeen, en wordt eenmaal daags ingenomen.

Antiandrogenen kunnen zwelling van de borsten veroorzaken. Dit heet gynaecomastie en kan in sommige gevallen pijnlijk zijn. Om gynaecomastie te voorkomen kan de arts radiotherapie aanraden alvorens de hormoontherapie gestart wordt. In zeldzame gevallen kan een operatie nodig zijn om de melkklieren te verwijderen. Daarnaast kunnen antiandrogenen opvliegers verergeren. Deze kunnen worden behandeld met lage doses oestrogenen. Orale oestrogenen kunnen het risico op hart- en vaatziekten verhogen; de variant die als een sticker op de huid gedragen wordt niet. Flutamide kan diarree veroorzaken.

Hoe werkt waakzaam wachten?
Waakzaam wachten is een vorm van symptoom-geleide behandeling. Het doel is om de gezondheid regelmatig te controleren en alleen verdere behandeling toe te passen wanneer de symptomen verschijnen. Dit is onderdeel van een palliatieve behandeling. De arts kan waakzaam wachten aanraden wanneer er geen symptomen zijn, maar wel sprake is van een verhoging van het prostaat specifiek antigeen (PSA) in het bloed, die snel toeneemt. Waakzaam wachten kan een optie zijn als andere vormen van behandeling niet tot de mogelijkheden behoren, of als de patiënt kiest voor een afwachtend beleid als gevolg van bepaalde voorkeuren en waarden. Geadviseerd wordt met de arts te bespreken wat de beste optie is. Bij waakzaam wachten zal de arts een bezoekschema vaststellen om de gezondheid te controleren en, indien bij aanwezigheid van symptomen, verdere behandeling aanbevelen. Deze vorm van behandeling wordt meestal toegepast als radicale prostatectomie, radiotherapie of hormoontherapie geen optie zijn, bijvoorbeeld vanwege hoge leeftijd of als sprake is van een medische aandoening die een andere behandeling onmogelijk maakt.

Indicaties waakzaam wachten
Waakzaam wachten wordt per individueel geval bekeken en kan in ieder stadium van prostaatkanker door de uroloog worden geadviseerd. Een belangrijke indicator is een kortere levensverwachting van 10 jaar. Bijvoorbeeld, bij oudere patiënten kan het beter zijn om niet te kiezen voor ingrijpende behandelingen (met veel bijwerkingen).

Prostaatkanker kan uitzaaien naar andere organen of lymfeklieren buiten het bekkengebied. Dit heet gemetastaseerde ziekte. De tumoren in andere organen of lymfeklieren worden uitzaaiingen genoemd. Het is belangrijk te weten dat metastatische (uitgezaaide) ziekte niet kan worden genezen. In plaats daarvan zal de arts proberen om de groei van de tumor en de uitzaaiingen te vertragen. Hiermee kan de levensduur worden verlengd met minder klachten.

Als prostaatkanker uitzaait, spreidt het zich meestal uit naar de botten of de wervelkolom. In een later stadium kan prostaatkanker ook uitzaaien naar de longen, de lever, verre lymfeklieren en de hersenen [Fig. 19]. Uitzaaiingen in de botten van de wervelkolom kunnen symptomen veroorzaken zoals ernstige rugpijn, spontane breuken of verdrukking van de zenuwen of het ruggenmerg. Uitzaaiingen kunnen ook asymptomatisch zijn, d.w.z. zonder merkbare ziekteverschijnselen. In zeldzame gevallen kan uitzaaiing naar de longen een aanhoudende hoest veroorzaken.

Fig. 19: Gemetastaseerde prostaatkanker kan uitzaaien naar de botten, wervelkolom, longen of hersenen.

Beeldvorming kan worden gebruikt om uitzaaiingen op te sporen. Uitzaaiing naar de botten kan worden gezien op een FDG-, Choline-, PSMA PET-CT- of botscan.

De beste behandeling verschilt per patiënt en hangt af van verschillende factoren, zoals lichamelijke conditie, leeftijd, naar welke plek de kanker is uitgezaaid, persoonlijke voorkeur en welke behandeling beschikbaar is in het behandelend ziekenhuis. De arts zal de patiënt in het multidisciplinair overleg bespreken en vervolgens een behandeling voorstellen. Mogelijke behandelingen zijn:

  • Hormoontherapie gecombineerd met chemotherapie (hormoontherapie en docetaxel): De patiënt komt hiervoor in aanmerking als hij bij de eerste diagnose hoog-volume uitgezaaide prostaatkanker heeft en in goede conditie is.
  • Alleen hormoontherapie (chirurgie - , LHRH-agonist of LHRH-antagonist): geschikt voor patiënten die niet in aanmerking komen voor hormoontherapie gecombineerd met chemotherapie of dit niet willen
  • Hormoontherapie gecombineerd met lokale behandeling (radiotherapie, chirurgie): dit is alleen geschikt voor patiënten die deelnemen aan een onderzoek

Bij uitgezaaide prostaatkanker, zal de arts hormoontherapie aanbevelen. Dit is onderdeel van een palliatieve behandeling. De behandeling zal de groei van de primaire tumor alsook van de uitzaaiing vertragen en helpen om de symptomen te beheersen. Een andere naam voor hormoontherapie is androgeen deprivatie therapie (ADT). De groei van prostaatkankercellen is afhankelijk van mannelijke geslachtshormonen genaamd androgenen. Testosteron is het belangrijkste androgeen. Androgenen worden voornamelijk geproduceerd in de testikels. Hormoontherapie stopt de productie van androgenen of blokkeert de werking ervan. Dit staat bekend als castratie. De volgende hormoonbehandelingen kunnen worden toegepast:

  • Bilaterale orchidectomie (operatie)
  • Chemische castratie (medicatie)
  • LHRH agoniste
  • LHRH antagonisten
  • Antiandrogenen

Alle soorten hormoontherapie resulteren in castratie, waarbij het lichaam op verschillende manieren kan reageren. Voor meer informatie over het omgaan met de bijwerkingen van hormoontherapie, klik hier. Het effect van hormoontherapie duurt niet lang en zal uiteindelijk leiden tot castratie-resistente prostaatkanker. Om castratie-resistentie te vertragen, kan de arts aanraden om de hormoonbehandeling met medicijnen te onderbreken. Dit heet intermitterende hormoontherapie. Tijdens deze onderbreking onderzoekt de arts de patiënt om de 3 maanden. De arts zal het niveau van het prostaat-specifiek antigeen (PSA) in het bloed controleren en de testosteron waarden.

Hoe werkt bilaterale subcapsulaire orchidectomie?
Bilaterale orchidectomie, of chirurgische castratie, is een operatie waarbij de inhoud van beide testikels worden verwijderd. Het is een behandelingsmogelijkheid voor uitgezaaide prostaatkanker en is erop gericht om de productie van androgenen, zoals testosteron, te stoppen. De operatie kan worden uitgevoerd onder plaatselijke verdoving of onder algehele verdoving. Als de patiënt een voorgeschiedenis heeft van hart- en vaatziekten, kan de arts adviseren een afspraak met een cardioloog te maken alvorens te beginnen met hormoontherapie.

In de meeste gevallen wordt lokaal verdoofd of een ruggenprik gezet. In sommige gevallen kan de arts algemene verdoving aanbevelen. De uroloog maakt een sneetje in het scrotum (balzak) om de inhoud van beide testikels te verwijderen. Omdat het weefsel dat de testikels omringt niet wordt verwijderd, zal het scrotum er niet helemaal leeg uitzien. Vooraf aan de operatie geeft de arts informatie hoe het beste op de procedure kan worden voorbereid. Ter voorbereiding op de volledige verdoving dient minimaal 6 uur voor de operatie niet te worden gedronken, gegeten of gerookt. Medicatiegebruik dient te worden besproken met de arts. De arts kan adviseren een aantal dagen voor de operatie te stoppen met de medicatie. Uiteindelijk zal de inhoud van het scrotum er net zo uit zien als na 6 maanden hormonale therapie.

Indicatie bilaterale orchidectomie
Bilaterale orchidectomie heeft in eerste instantie de voorkeur boven chemische castratie om op de lange termijn castratieresistentie prostaatkanker tegen te gaan.

Bijwerkingen
Bilaterale orchidectomie resulteert in permanente castratie. Dit heeft fysieke en emotionele gevolgen. Deze problemen kunnen worden besproken met de arts.

De meest voorkomende gevolgen zijn:

  • Opvliegers
  • Lager libido
  • Erectiestoornissen
  • Osteoporose
  • Verhoogd risico op hart- en vaatziekten
  • Suikerziekte
  • De patiënt kan ook pijn ervaren, bijvoorbeeld in de gewrichten, rug, botten en spieren. Andere minder frequente bijwerkingen kunnen zijn: hoesten, kortademigheid, hoofdpijn en perifere oedeem.

De effecten van chirurgische castratie zijn permanent. Bij chemische castratie kunnen enkele symptomen na de behandeling verdwijnen. Eventuele problemen kunnen worden besproken met de arts.

Hoe hinderlijk de bijwerkingen van hormoontherapie zijn en wanneer ze verschijnen, verschilt van persoon tot persoon. Dit hangt samen met iemands algemene gezondheid en de aard van de behandeling die wordt ondergaan. Klik hier voor meer informatie over het omgaan met de bijwerkingen van hormoontherapie. Na verloop van tijd zullen prostaatkankercellen resistent (immuun) worden tegen hormoontherapie en zal de tumor weer beginnen te groeien. Dit staat bekend als castratie-resistente prostaatkanker. Wanneer castratie-resistente prostaatkanker zich begint te ontwikkelen verschilt van persoon tot persoon, maar dit gebeurt in de meeste gevallen 2 tot 3 jaar na het starten van de hormoonbehandeling.

Complicaties na een bilaterale orchidectomie zijn zeldzaam en omvatten pijn rond de balzak, bloedingen, infectie of een vertraagde genezing van de wond. In de meeste gevallen heeft de operatie weinig tot geen invloed op het uiterlijk van het scrotum. Aanbevelingen voor 2-3 weken na de operatie:

  • Vermijd zware lichamelijke oefening
  • Vermijd warme baden en de sauna

Bij onderstaande symptomen dient contact opgenomen te worden met de arts:

  • Koorts
  • Ernstige pijn
  • De wond begint te bloeden of een transparante vloeistof begint te lekken

Voor meer informatie over het omgaan met de bijwerkingen van hormoontherapie, navigeer in het behandelpad naar 'Algemene informatie -> Ondersteuning'

 

Hoe werkt chemische castratie?
Als een chirurgische hormoontherapie niet wenselijk is, zijn er medicijnen die de productie van androgenen kunnen stoppen. De meest voorkomende zijn LHRH agonisten, LHRH antagonisten en antiandrogenen. Klik hier voor meer informatie over LHRH. Het doel van deze geneesmiddelen is om de groei van de tumor te stoppen door chemische castratie. De werkzaamheid varieert per groep geneesmiddelen. Elk geneesmiddel wordt op een andere wijze toegepast. Bij een voorgeschiedenis van hart- en vaatziekten, zal geadviseerd worden om een cardioloog te zien alvorens te beginnen met hormoontherapie.

Indicaties chemische castratie
Indien tijdens controle van het niveau van het prostaat-specifiek antigeen (PSA) blijkt dat de prostaatkanker niet volledig is weggehaald kan extra behandeling nodig zijn om alle tumorcellen te verwijderen. Behandelingsmogelijkheden zijn:

  • Nieuwe hormoonmiddelen
  • Chemotherapie
  • Immunotherapie

Bijwerkingen
Hormoontherapie stopt de productie en blokkeert de werking van mannelijke hormonen en veroorzaakt castratie. Castratie heeft fysieke en emotionele gevolgen. De meest voorkomende zijn:

  • Opvliegers
  • Lager libido
  • Erectiestoornissen
  • Osteoporose
  • Verhoogd risico op hart- en vaatziekten
  • Suikerziekte

De patiënt kan ook pijn ervaren, bijvoorbeeld in de gewrichten, rug, botten en spieren. Andere minder frequente bijwerkingen kunnen zijn: hoesten, kortademigheid, hoofdpijn en perifere oedeem. De effecten van chirurgische castratie zijn permanent. Bij chemische castratie kunnen enkele symptomen na de behandeling verdwijnen. Eventuele problemen kunnen worden besproken met de arts.

Hoe hinderlijk de bijwerkingen van hormoontherapie zijn en wanneer ze verschijnen, verschilt van persoon tot persoon. Dit hangt samen met iemands algemene gezondheid en de aard van de behandeling die wordt ondergaan. Klik hier voor meer informatie over het omgaan met de bijwerkingen van hormoontherapie. Na verloop van tijd zullen prostaatkankercellen resistent (immuun) worden tegen hormoontherapie en zal de tumor weer beginnen te groeien. Dit staat bekend als castratie-resistente prostaatkanker. Wanneer castratie-resistente prostaatkanker zich begint te ontwikkelen verschilt van persoon tot persoon, maar dit gebeurt in de meeste gevallen 2 tot 3 jaar na het starten van de hormoonbehandeling.

De productie van testosteron wordt gereguleerd door de hersenen. De hersenen produceren verschillende hormonen die weer helpen bij de regulatie van andere hormonen. Dit zijn de zogenaamde ‘releasing’ hormonen. De specifieke androgene hormonen worden ook wel luteïniserend hormoon releasing hormonen (LHRH) genoemd. Bij de behandeling van prostaatkanker worden medicijnen gebruikt die invloed uitoefenen op LHRH zodat de productie van androgenen wordt gestopt.

LHRH-agonisten
LHRH-agonisten stoppen de productie van testosteron in de testikels. Zij zijn de meest gebruikte medicijnen voor de behandeling van lokaal gevorderde en uitgezaaide prostaatkanker. Het geneesmiddel wordt toegediend als een injectie direct onder de huid of in de spier. Deze behandeling kan 1, 3, 6 of 12 maanden duren. In de dagen na de eerste injectie, zal het testosteronniveau eerst omhoog gaan, voordat het daalt. Dit staat bekend als een flare (stijging). De stijging van de testosteronspiegel kan de tumor doen zwellen. In zeldzame gevallen kan dit gevaarlijk zijn en kan het problemen veroorzaken bij het plassen. De arts kan een lage dosis antiandrogeen medicijnen toedienen om de schade als gevolg van de stijgende testosteronniveaus te voorkomen. LHRH antagonisten kunnen een allergische reactie veroorzaken.

LHRH antagonisten
LHRH antagonisten zijn een nieuwe vorm van hormoontherapie. Ze hoeven niet te worden gecombineerd met een antiandrogeen gedurende de eerste weken omdat ze geen flare veroorzaken. Degarelix is de meest gebruikte LHRH antagonist. Het dient elke maand middels een injectie onder de huid te worden toegediend.

Antiandrogenen
Antiandrogenen blokkeren de werking van testosteron. Hierdoor zullen de tumor en uitzaaiingen langzamer groeien of volledig stoppen met groeien. De meest gebruikte antiandrogenen zijn cyproteronacetaat, flutamide, bicalutamide. Ze zijn allemaal verkrijgbaar als een pil, en dienen elke dag te worden ingenomen.

  • Cyproteronacetaat wordt meestal ingenomen in twee of drie dagelijkse doseringen.
  • Flutamide wordt driemaal daags ingenomen.
  • Bicalutamide is de meest voorkomende antiandrogeen, en wordt eenmaal daags ingenomen.

Antiandrogenen kunnen zwelling van de borsten veroorzaken. Dit heet gynaecomastie en kan in sommige gevallen pijnlijk zijn. Om gynaecomastie te voorkomen kan de arts radiotherapie aanraden alvorens de hormoontherapie gestart wordt. In zeldzame gevallen kan een operatie nodig zijn om de melkklieren te verwijderen. Daarnaast kunnen antiandrogenen opvliegers veroorzaken. Deze kunnen worden behandeld met lage doses oestrogenen. Oestrogenen in oraal ingenomen vorm kunnen het risico op hart- en vaatziekten verhogen; de oestrogenen die middels een pleister via de huid worden genomen niet. Flutamide kan specifiek diarree veroorzaken.

Hoe werkt chemotherapie?
Chemotherapie is een behandeling waarbij chemische middelen worden gebruikt om kankercellen te vernietigen. Deze medicijnen worden ook cytostatica genoemd. Chemotherapie kan worden geïnjecteerd in de bloedstroom om cellen door het hele lichaam aan te vallen. Chemotherapie kan ook direct op de tumor worden toegepast.

De arts kan de chemotherapie docetaxel voor de behandeling van uitgezaaide prostaatkanker aanbevelen. Dit medicijn verlicht de pijn veroorzaakt door de tumor of de uitzaaiingen. Indien effectief, kan het de levensduur verlengen met minder symptomen en klachten. Docetaxel wordt toegediend via een infuus in een polikliniek of het ziekenhuis. De behandeling duurt 1 uur en het wordt meestal 10 keer herhaald, éénmaal elke 3 weken. Gedurende deze behandeling wordt het steroïde medicijn prednison, meestal in de vorm van een pil, toegediend. Prednison dient twee keer per dag ingenomen te worden gedurende kuren.

Indicaties chemotherapie
Een patiënt komt in aanmerking voor chemotherapie:

  • als hij bij de eerste diagnose uitgezaaide prostaatkanker. De chemotherapie wordt dan gegeven in combinatie met hormoontherapie. Uit onderzoek blijkt dat de combinatie chemotherapie – hormoontherapie betere kansen op overleving biedt dan hormoontherapie alleen. Het is een zware behandeling waar de patiënt fit genoeg voor moet zijn. De uroloog zal hierover adviseren.
  • wanneer hormoontherapie niet meer werkt. Kankercellen worden hier op den duur resistent voor. Artsen noemen dit castratie-resistente prostaatkanker (CRPC).

Er zijn verschillende soorten chemotherapie, maar als eerste keuze wordt docetaxel gebruikt voor uitgezaaide prostaatkanker. Als de ziekte na verloop van tijd vordert, dan kan cabazitaxel worden ingezet.

Bijwerkingen
Het is moeilijk te voorspellen hoe een patiënt op chemotherapie reageert. Sommigen hebben veel last van bijwerkingen, anderen merken er minder van. Chemotherapie komt in het hele lichaam zodat normale, gezonde cellen ook kunnen worden beschadigd, vooral snel delende cellen. Schade aan gezonde cellen veroorzaakt bijwerkingen. Meestal is de schade tijdelijk en herstellen de gezonde cellen zich vanzelf, maar dat is niet altijd het geval. Welke bijwerkingen de patiënt kan hebben, hangt af van:

  • soort chemotherapie
  • dosis
  • combinatie met andere medicijnen en/of behandelingen
  • combinatie met andere soorten chemotherapie
  • manier van toediening
  • duur van de behandeling
  • lichamelijke conditie

De meeste patiënten met uitgezaaide prostaatkanker worden behandeld met docetaxel. Dit wordt toegediend via een infuus in een polikliniek of het ziekenhuis. De behandeling duurt 1 uur en wordt meestal 10 keer herhaald, éénmaal elke 3 weken. Dit is een belastende periode waarin de patiënt zich moe en ziek kan voelen. Ondersteuning door familie en vrienden is waardevol. Op chemotherapie.nl is meer informatie over chemotherapie te vinden. De behandeling kan, ook op de langere duur, bijwerkingen geven zoals botontkalking, gehoor- of hartschade en geheugen- en concentratieproblemen. Deze kunnen tijdelijk zijn. De huisarts of oncoloog heeft de laatste informatie over omgaan met (de gevolgen van) chemotherapie.

Hoe werkt radium-233?
Uitzaaiingen in de botten kunnen ook behandeld worden met Radium-233. Dit is een radio-actieve stof die wordt toegediend met een injectie. De straling wordt in kleine doses gegeven, zodat gezonde cellen zich steeds kunnen herstellen. Kankercellen kunnen dat minder goed en sterven geleidelijk af.

Radium-223 wordt gegeven in injectievorm, iedere vier weken, voor in totaal zes keer.

Bijwerkingen
Radium-223 heeft relatief weinig bijwerkingen; er kan na de injectie sprake zijn van misselijkheid, braken of diarree en tijdelijke toename van pijnklachten.

 

Castratieresistente prostaatkanker (CRPC) is een vorm van prostaatkanker die zich voornamelijk ontwikkelt tijdens de behandeling van uitzaaiingen. In dit stadium van de ziekte reageert de prostaatkanker niet meer op de gebruikelijke hormoonbehandeling. Het PSA-niveau stijgt opnieuw en het testosteronniveau is op het niveau van voor de castratie. Dit gebeurt over het algemeen 2 tot 3 jaar nadat de hormoonbehandeling gestart is. Waarom het gebeurt is onbekend. CRPC kan niet worden genezen.

De arts zal de diagnose castratie-resistente prostaatkanker stellen wanneer bij 3 testen binnen een periode van 3 weken een toename van het PSA-gehalte in het bloed is aangetoond, en het testosteron weer op castratieniveau is. Het kan ook worden gediagnosticeerd als symptomen worden ervaren die veroorzaakt worden door de groeiende tumor of uitzaaiingen. Er vindt doorlopend onderzoek naar CRPC plaats en de behandelingsmethoden veranderen in snel tempo.

Behandelingsmogelijkheden
Als er sprake is van CRPC wordt de patiënt opnieuw besproken in het multidisciplinair overleg. Bij de diagnose castratie-resistente prostaatkanker zal de arts een behandeling aanbevelen die de klachten zal verminderen en de levensverwachting kan verlengen. Het is belangrijk te weten dat castratie-resistente prostaatkanker niet kan worden genezen. Er zijn verschillende behandelmogelijkheden:

  • Doorgaan met hormoontherapie
  • Nieuwe hormoonmedicijnen: abirateron acetaat / enzalutamide
  • Chemotherapie
  • Radium-233
  • Radiotherapie

Omdat castratie-resistente prostaatkanker nog steeds reageert op androgenen, zal de arts aanraden om de hormonale behandeling voort te zetten om het niveau van uw testosteron laag te houden. Naast standaard medische behandelingen worden ook experimentele behandelingen en klinische trials aangeboden.

Omdat castratie-resistente prostaatkanker nog steeds reageert op androgenen, zal de arts aanraden om de hormonale behandeling voort te zetten om het niveau van uw testosteron laag te houden.

Hormoontherapie met abirateron acetaat

Hoe werkt abirateron acetaat
Het lichaam heeft een enzym genaamd CYP17 (17α-hydroxylase) nodig om testosteron te produceren. CYP17 wordt gevonden in de testikels, bijnieren en prostaatkankercellen. Het nieuwe hormoonmiddel abirateron acetaat blokkeert CYP17, zodat er geen testosteron wordt geproduceerd. Abirateron acetaat vertraagt de groei van de tumor en uitzaaiingen. Het kan de levensverwachting verlengen met minder klachten.

Indicaties abirateron acetaat
Bij patiënten bij wie de ziekte verder vordert na het gebruik van docetaxel kan de arts hormonale behandeling met o.a. abirateron of enzalutamide al of niet in combinatie met prednison voorschrijven.Het kan eventueel ook al voor docetaxel worden ingezet.

Bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen van abirateron acetaat zijn lagere niveaus van kalium in het bloed, hoge bloeddruk, opvliegers (warmtegevoel), zwelling of pijn in de gewrichten, en zwelling veroorzaakt door vochtophoping. Veranderingen in het bloed kunnen een snelle of onregelmatige hartslag en vermoeidheid veroorzaken. Abirateron acetaat wordt eenmaal daags als een tablet ingenomen, en altijd in combinatie met het 2xdd 5mg prednison. En het allerbelangrijkste is dat dit op een nuchtere maag moet gebeuren.

Voor meer informatie over bijwerkingen klik hier

Hormoontherapie met enzalutamide

Hoe werkt enzalutamide?
Prostaattumoren hebben androgeenreceptoren nodig om te groeien. Enzalutamide is een nieuw hormoonmiddel dat deze receptoren blokkeert. Doel is het PSA gehalte in uw bloed te verlagen en de groei van de tumor te vertragen. In tegenstelling tot abirateron acetaat, is het niet nodig extra steroïden in te nemen tijdens behandeling met enzalutamide.

Indicaties enzalutamide
Bij patiënten bij wie de ziekte verder vordert na het gebruik van docetaxel kan de arts hormonale behandeling met o.a. enzalutamide of abirateron al dan niet met prednison voorschrijven. Het kan eventueel ook al voor docetaxel worden ingezet.

Bijwerkingen
Net als bij Abirateron zijn opvliegers en vermoeidheid bekende bijwerkingen. Daarnaast komen diarree en hoofdpijn als bijwerkingen voor. Overigens wordt Enzalutamide in de regel goed verdragen.

Voor meer informatie over bijwerkingen klik hier

Immunotherapie

Indicaties immunotherapie
Het wordt gebruikt bij CRPC wanneer de chemische of chirurgische castratie niet meer werkt en wanneer de patiënt bij voorkeur liever niet behandeld wil worden met chemotherapie.

Bijwerkingen
Vaak voorkomende bijwerkingen zijn koorts, vermoeidheid, misselijkheid en hoofdpijn. Enzalutamide wordt eenmaal daags (4 pillen) ingenomen. En het allerbelangrijkste is dat dit op een nuchtere maag moet gebeuren.

Hoe werkt chemotherapie?
Chemotherapie is een behandeling waarbij chemische middelen worden gebruikt om kankercellen te vernietigen. Chemotherapie kan worden geïnjecteerd in de bloedstroom om cellen door het hele lichaam aan te vallen. Chemotherapie kan ook direct op de tumor worden toegepast. De arts kan de chemotherapie docetaxel voor de behandeling van castratie-resistente prostaatkanker aanbevelen. Dit medicijn verlicht de pijn veroorzaakt door de tumor of de uitzaaiingen. Indien effectief, kan het de levensduur verlengen met minder symptomen en klachten. Docetaxel wordt toegediend via een infuus in een polikliniek of het ziekenhuis. De behandeling duurt 1 uur en het wordt meestal 10 keer herhaald, éénmaal elke 3 weken. Gedurende deze behandeling wordt het steroïde medicijn prednison, meestal in de vorm van een pil, toegediend. Prednison dient twee keer per dag ingenomen te worden gedurende 5 tot 10 cycli.

Indicaties chemotherapie
Als de patiënt slecht reageert op de hormonen of ernstige symptomen vertoont, kan chemotherapie worden ingezet. Meestal wordt docetaxel, in combinatie met prednison, voorgeschreven.

Bijwerkingen
Docetaxel kan bijwerkingen veroorzaken. Veel van deze zijn mild en kunnen vrij eenvoudig thuis onder controle worden gebracht. Bijwerkingen van docetaxel kunnen zijn:

  • Lagere niveaus van witte bloedcellen
  • Anemie (bloedarmoede)
  • Haaruitval, eventueel te bestrijden met hoofdhuidkoeling tijdens het toedienen van de chemo
  • Vochtophoping
  • Braken
  • Allergische reacties
  • Vermoeidheid
  • Diarree
  • Nagelveranderingen
  • Verlies van eetlust

Na behandeling met docetaxel, kan de arts aanraden de behandeling voort te zetten met hormoontherapie of een andere chemotherapie. De belangrijkste hormoonbehandelingen zijn abirateron acetaat en enzalutamide. Cabazitaxel is de chemotherapie die in dit geval het meest gebruikt wordt. Het is ook mogelijk dat de behandeling met docetaxel herhaald wordt. De arts zal de verschillende behandelingsmogelijkheden bespreken en bepalen wat de beste optie is.

Als docetaxel niet aanslaat, kan de arts chemotherapie met het medicijn cabazitaxel of mitoxantrone aanraden. Indien effectief, kan Cabazitaxel / mitoxantrone de pijn verlichten, het PSA gehalte in het bloed verlagen, de groei van de tumor en de uitzaaiingen vertragen, en de levensverwachting verlengen. De bijwerkingen van cabazitaxel zijn onder meer een sterke daling van de witte bloedcellen, en diarree. Bij mitoxantrone zijn dit vermoeidheid, haarverlies, misselijkheid, braken, diarree en afwijkingen in het bloedbeeld.

De arts zal medicijnen voorschrijven om deze effecten te beheersen. Bespreek met de arts welke behandeling na docetaxel het beste is.

Ondersteuning tijdens chemotherapie
De meeste patiënten met uitgezaaide prostaatkanker worden behandeld met docetaxel. Dit wordt toegediend via een infuus in een polikliniek of het ziekenhuis. De behandeling duurt 1 uur en wordt meestal 10 keer herhaald, éénmaal elke 3 weken. Dit is een belastende periode waarin de patiënt zich moe en ziek kan voelen. Ondersteuning door familie en vrienden is waardevol.

Op chemotherapie.nl is meer informatie over chemotherapie te vinden. De behandeling kan, ook op de langere duur, bijwerkingen geven zoals botontkalking, gehoor- of hartschade en geheugen- en concentratieproblemen. Deze kunnen tijdelijk zijn. De huisarts of oncoloog heeft de laatste informatie over omgaan met (de gevolgen van) chemotherapie.

Castratie-resistente prostaatkanker kan worden behandeld met uitwendige radiotherapie. De straling schaadt en doodt kankercellen. Bij metastasen in het bot wordt de plek van uitzaaiingen bestraald om de pijn te bestrijden.

De behandeling is alleen bedoeld om de pijn te verlichten en de levensverwachting te verlengen.

Hoe werkt radiotherapie?
Radiotherapie schaadt en doodt cellen en wordt gebruikt om kankercellen te bestrijden. Prostaatkankercellen reageren in de meeste gevallen op radiotherapie.

De arts geeft informatie hoe het beste op de procedure kan worden voorbereid. Een eet- en drinkschema wordt vóór elke sessie aangeboden om te zorgen dat de blaas vol en het rectum leeg is voordat de procedure van start gaat. Medicatiegebruik moet besproken worden met de arts.

Bijwerkingen
Door verdere ontwikkelingen in de bestralingstherapie neemt de precisie van de bundel toe, en kan een hogere dosering van bestraling worden toegepast met minder bijwerkingen. Vaak voorkomende bijwerkingen zijn een branderig gevoel bij het plassen, vaak moeten plassen, en anale irritatie. Dit komt omdat de omliggende organen, met name de blaas en het rectum, ook radioactieve straling ontvangen. Meestal verschijnen deze symptomen halverwege de kuur en verdwijnen deze weer enkele maanden nadat de radiotherapie is beëindigd. Een veel voorkomende bijwerking van radiotherapie is bloeding in de blaas en het rectum, zelfs jaren na de behandeling. U kunt ook lagere urineweg symptomen (LUTS) ervaren (plasklachten), of erectiestoornissen. Hoe hinderlijk de bijwerkingen van stralingstherapie zijn, en wanneer ze verschijnen, verschilt van persoon tot persoon. Dit hangt samen met uw algemene gezondheid en welke bestralingstherapie wordt toegepast.

De patiënt kan tijdens de radiotherapiebehandeling meestal doorgaan met de dagelijkse activiteiten. De behandeling kan leiden tot vermoeidheid door de dagelijkse trips naar het ziekenhuis en kan de lagere urinewegen en de darm beïnvloeden. De huid kan door de bestraling beschadigd raken. De (huis)arts of verpleegkundige kan hier tips over geven. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat de huid niet wordt blootgesteld aan zon of saunabezoek.

Uitwendige radiotherapie

Bij uitwendige bestraling wordt de straling in speciale apparaten opgewekt. De tumor wordt van buitenaf (door de huid heen) bestraald. De stralenbundel wordt zo gericht dat het gezonde weefsel om de tumor heen zo weinig mogelijk straling krijgt. Na de bestraling blijft er geen straling in het lichaam achter. De patiënt hoeft niet in het ziekenhuis opgenomen te worden.

Er is een bepaalde dosis straling nodig om een tumor te vernietigen. Dat kan niet in 1 keer omdat het gezonde weefsel daar teveel door beschadigd wordt. De straling wordt in kleine doses gegeven, zodat gezonde cellen zich steeds kunnen herstellen. Kankercellen kunnen dat minder goed en sterven geleidelijk af.

Uitwendige bestraling [Fig. 20] duurt ongeveer 8 weken, 5 dagen per week. Er wordt één stralingsdosis per dag gegeven. De behandeling duurt ongeveer 20 minuten. Alvorens met radiotherapie te starten zal eerst een CT scan worden gemaakt. Dit wordt gedaan om het bestralingsgebied, alsook het omringende weefsel dat níet moet worden behandeld, in kaart te brengen. In de afgelopen jaren is het gebruik van beeldgeleide radiotherapie wereldwijd toegenomen. Voor een dergelijke behandeling lokaliseert de oncoloog met behulp van een röntgenfoto of CT scan de lager gelegen urinewegen die zeer nauwkeurig moeten worden bestraald. Ook worden er gouddeeltjes ingebracht als referentiepunten om de bestraling te optimaliseren.

Fig. 20: Uitwendige bestraling beschadigt en doodt kankercellen.

 

Hoe werkt radium-233?
Uitzaaiingen in de botten kunnen ook behandeld worden met Radium-233. Dit is een radio-actieve stof die wordt toegediend met een injectie. De straling wordt in kleine doses gegeven, zodat gezonde cellen zich steeds kunnen herstellen. Kankercellen kunnen dat minder goed en sterven geleidelijk af.

Radium-223 wordt gegeven in injectievorm, iedere vier weken, voor in totaal zes keer.

Bijwerkingen
Radium-223 heeft relatief weinig bijwerkingen; er kan na de injectie sprake zijn van misselijkheid, braken of diarree en tijdelijke toename van pijnklachten.

Prostaatkankercellen kunnen uitzaaien naar de botten, in de meeste gevallen is dit de wervelkolom. De behandeling van botuitzaaiingen kan ernstige bijwerkingen hebben. De arts zal helpen om mogelijke complicaties en bijwerkingen te voorkomen en te behandelen. Dit kan de levensverwachting verlengen met minder klachten. Uitzaaiing naar de botten kan weer leiden tot pijn die met pijnstillers onder controle gehouden kan worden. In sommige gevallen kan de arts een zeer sterke pijnstiller aanraden, zoals morfine.

Wanneer tumoren in de wervelkolom groeien, kunnen ze ruggengraatcompressie veroorzaken. Dit is een zeldzame maar ernstige complicatie, omdat het kan leiden tot verlamming van de benen. De belangrijkste symptomen van ruggengraatcompressie zijn:

  • Pijn in een specifieke plek in de wervelkolom, die anders is dan de gebruikelijke pijn
  • Nieuwe pijn in de wervelkolom die erger is en niet reageert op pijnstillers
  • Een tintelend gevoel in de wervelkolom, armen of benen
  • Pijn in de wervelkolom, die verandert als van positie wordt veranderd
  • Gevoelloosheid in de benen
  • Stijfheid of zwaarte in de benen waardoor het evenwicht wordt verloren
  • Pijn in de armen of benen
  • Zwakte in de benen of armen

Wanneer wordt vermoed dat de ruggengraat wordt samengedrukt, dient direct contact opgenomen te worden met de arts. Botten die door tumoren aangetast zijn, breken gemakkelijker. Als het risico op botbreuken bestaat, kan de arts medicijnen voorschrijven die de botten stabiliseren. De meest voorkomende zijn bisfosfonaat en denosumab. Bisfosfonaten worden elke 4 weken met een infuus toegediend. Hierdoor neemt de botmassa toe, vermindert de pijn en kunnen botbreuken worden voorkomen. Omdat bisfosfonaten de kaken kunnen beschadigen, zal de arts adviseren om een tandarts te bezoeken alvorens met de behandeling wordt gestart. Denosumab wordt onder de huid toegediend. Hierdoor neemt de botmassa toe met over het algemeen minder bijwerkingen dan bij bisfosfonaten het geval is. Als uitzaaiing naar de botten symptomen veroorzaken terwijl wordt behandeld met geneesmiddelen, kan radiotherapie helpen om deze symptomen te verlichten en botbreuken te voorkomen.

Om de botten gezond te houden dient regelmatig bewogen te worden. Probeer ook een gezond gewicht te houden, stop met roken en drink alcohol met mate. Het risico op botcomplicaties neemt toe naarmate de leeftijd toeneemt. Om complicaties als gevolg van uitzaaiing naar de botten te voorkomen, kan het raadzaam zijn om voedingssupplementen zoals calcium of vitamine D3 te nemen.

5

Alle behandelingen van prostaatkanker hebben gevolgen (bijwerkingen), hoewel nieuwe technieken deze verminderen. Bijwerkingen zoals impotentie, incontinentie en onvruchtbaarheid worden met de patiënt besproken en indien mogelijk behandeld.

Na de behandeling, zullen de resultaten van de behandeling alsook de controle afspraken met de behandelend arts worden besproken. Het is mogelijk een schema van de controle afspraken te ontvangen. Hierop is te zien hoe vaak de arts zal moeten worden bezocht, en welke testen nodig zijn voor elk bezoek. Dit zal afhankelijk zijn van de kenmerken van de ziekte. Onderstaande vragen kunnen bijvoorbeeld tijdens een controle afspraak worden gesteld:

  • Is de kanker weg?
  • Zijn aanvullende behandeling nodig? Zo ja, welke mogelijkheden zijn er?
  • Welke testen zijn nodig voor de controle afspraken?
  • Hoe zal de behandeling en de prostaat kanker van invloed zijn op de kwaliteit van leven?

Het is belangrijk dat alle controle afspraken worden na gekomen. De arts controleert de gezondheid en kan mogelijk tumorrecidief op tijd opsporen. Het is ook belangrijk om de arts te informeren wanneer nieuwe symptomen worden ervaren die kunnen worden gerelateerd aan prostaatkanker. Bij klachten kan de arts al vóór de volgende vervolgafspraak worden gecontacteerd. De controle afspraken worden gepland met de arts. De controles duren ten minste 5 jaar. Bij elk bezoek zal de arts het niveau van de PSA waarde in het bloed testen. In sommige gevallen kan een rectaal onderzoek nodig zijn. Nazorg is belangrijk om het herstel na een operatie te monitoren, de algemene gezondheidstoestand te controleren, en om mogelijke terugkeer (recidief) van de kanker op te sporen.

Controle bij Lokale (uitgebreide) prostaatkanker
Als de patiënt een in opzet genezende behandeling heeft gehad, dan zijn er controles na 6 weken en na 3, 6 en 12 maanden. Tot 3 jaar na de behandeling is er ieder half jaar een controle en tot 5 of 10 jaar na de behandeling ieder jaar. Bij een stabiel laag PSA kan de huisarts deze controles overnemen. Vlak na radicale prostatectomie worden, door de verwijdering van de prostaatkankercellen, niet-opspoorbare PSA-bloedwaarden verwacht. Soms circuleert er nog PSA in het bloed. Dan kan de arts aanraden enkele weken te wachten met het herhalen van de PSA-test.

Na radiotherapie wordt geen dramatische daling van de PSA-waarden verwacht. Dit is een geleidelijk proces. De laagste PSA-waarden worden na 2 jaar bereikt. Maar ze schommelen altijd lichtjes. Een lichte stijging betekent niet dat de kanker is teruggekomen. Het kan een aanwijzing zijn en moet dus wel worden gecontroleerd. Bij brachytherapie kan een zogenaamde ‘bounce’ optreden, een stijging van PSA waarden na 18-24 maanden. Dit is geen teken van een terugkerende tumor, en het PSA niveau zal spontaan weer dalen.

Controle bij uitgezaaide prostaatkanker
Bij uitgezaaide prostaatkanker vindt er eerst iedere 3 maanden een controle plaats. Als de ziekte stabiel is, kan de controle eventueel iedere 6 maanden plaatsvinden.

 

Controle bij CRPC
Bij castratieresistente prostaatkanker zijn de controles afhankelijk van of er een behandeling wordt ingezet en zo ja, welk soort behandeling.

6

Bij zo’n 30% van de patiënten die aan prostaatkanker zijn geopereerd of bestraald komt de kanker terug. Dat heet een recidief of terugval. De behandeling hangt af van de omvang van het recidief.

De kanker kan terugkomen in de prostaat, in weefsel rond de prostaat of bekken lymfeknopen, of elders in het lichaam. Wanneer behandeld met radicale prostatectomie en de PSA waarde in het bloed stijgt tot >0.2, kan dit een teken van een recidief zijn. De arts kan salvage radiotherapie aanraden. Bij deze behandeling wordt het gebied waar voorheen de prostaat zat, bestraald om kankercellen te doden. Indien al reeds radiotherapie is ondergaan, kan de arts aanraden om het recidief te behandelen met salvage prostatectomie. Als de PSA-waarde snel stijgt, of symptomen aanwezig zijn, zal hormoontherapie worden aanbevolen. Soms wordt bij recidief focale brachytherapie (interne bestraling) toegepast als alternatief voor hormoontherapie, of een andere focale therapie, zoals laser, cryo of HIFU. Bij een eerder ondergane experimentele behandeling, wordt geadviseerd met de arts te bespreken wat een goede volgende stap is.

Terugkeer naar een normaal leven
Het kan moeilijk zijn te leven met de gedachte dat de kanker kan terugkomen. Momenteel is nog onbekend hoe men het risico op een terugval na de behandeling kan verminderen, behalve dan het vermijden van gewichtstoename en regelmatige lichaamsbeweging. Als gevolg van de kanker zelf en van de behandeling kan voor sommige mensen een terugkeer naar een normaal leven moeilijk zijn. Vooral oudere mannen worden door prostaatkanker getroffen en zij kunnen al vóór de behandeling last hebben gehad van impotentie en darm- en blaasproblemen. Sommige mensen vinden het een veilig idee om regelmatig voor controle naar het ziekenhuis terug te gaan. Anderen zien juist erg op tegen de controles. De controles zijn niet verplicht. De patiënt kan ervoor kiezen van de afspraken af te zien, in overleg met de arts. Maar hij kan er ook voor kiezen langer onder controle te blijven.

 

Prostaatkanker is een kwaadaardige tumor in de prostaat. Het is de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen in Nederland. De kans op prostaatkanker stijgt met de jaren. Het is daarom niet zo gek dat ouder wordende mannen zich zorgen maken over hun prostaat. Als dat het geval is, is het goed eens te kijken op de Prostaatwijzer om de kans op prostaatkanker te voorspellen. Hier is geen medische kennis voor nodig. Deze wijzer geeft een handvat om het risico op prostaatkanker in te schatten maar vervangt de beoordeling van een arts niet. De arts kan bepaalde tests doen om het risico te bepalen.

Vaak wijzen deze symptomen op goedaardige prostaatvergroting of een prostaatontsteking en niet op prostaatkanker. Het is natuurlijk wel van belang dat prostaatkanker wordt uitgesloten, daarom kunnen verschillende tests nodig zijn.

De prostaat is een klier in de lagere urinewegen, onder de blaas en rond de plasbuis (fig. 1). Alleen mannen hebben een prostaat. Het produceert een deel van de vloeistof die sperma draagt. De prostaat bevat gladde spieren die helpen met het duwen van sperma tijdens een zaadlozing. Een gezonde prostaat heeft ongeveer de grootte van een grote walnoot en heeft een volume van 15-25 ml. De prostaat groeit langzaam als mannen ouder worden. De prostaat kan dus ook vergroot zijn zonder dat een tumor aanwezig is.

Fig. 1: Een gezonde prostaat.

Een tumor ontstaat wanneer cellen sneller beginnen te groeien dan normaal. De groei van prostaatkankercellen is gerelateerd aan het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Hormonen zijn stoffen die ons lichaam zelf maakt. Zij geven ‘signalen’ af. Hiermee beïnvloeden ze organen of processen in ons lichaam. De prostaat groeit onder invloed van het mannelijk geslachtshormoon testosteron. Dit hormoon zorgt er ook voor dat tumorcellen vaker delen, waardoor de tumor groeit.

Prostaatkanker ontwikkelt zich meestal langzaam en veroorzaakt geen symptomen. Snel groeiende prostaatkanker komt minder vaak voor. Als mannen sterven op latere leeftijd is dat meestal met prostaatkanker en niet aan prostaatkanker.

Stadia van de ziekte
Er zijn verschillende stadia van prostaatkanker. Als de tumor is beperkt tot de prostaat en zich niet heeft verspreid, heet dit gelokaliseerde prostaatkanker. In lokaal gevorderde prostaatkanker beperkt de tumor van de prostaat zich tot het omringende weefsel zoals de zaadblaasjes, de blaashals of lymfeklieren rond de prostaat. Artsen spreken van uitzaaiing als de kanker zich heeft verspreid naar verre lymfeklieren buiten het prostaatgebied of andere organen.

Hoe vaak komt prostaatkanker voor?
Het risico op prostaatkanker stijgt met de leeftijd. De gemiddelde leeftijd waarop prostaatkanker wordt gediagnosticeerd is 69. Door de ontwikkeling van steeds betere middelen om een diagnose te stellen en een langere levensverwachting worden nu meer prostaatkankers opgespoord. De overleving voor prostaatkanker in Europa is relatief hoog en gaat nog steeds omhoog. In 2015 werd deze diagnose bij 10.500 mannen gesteld. Prostaatkanker komt vooral voor in de leeftijdsklasse 60-85 jaar. Klik hier voor meer informatie over (het ontstaan van) kanker.

Risicofactoren
Sommige mannen lopen meer risico prostaatkanker te krijgen dan anderen. Hoe ouder men is, hoe groter de kans. Prostaatkanker is zeldzaam bij mensen jonger dan 40 jaar. Als het vaak voorkomt in de familie is het risico wel verhoogd. Prostaatkanker komt vaker voor bij mannen van Afrikaanse afkomst, en minder vaak bij Aziatische mannen. Het is nog onbekend wat de oorzaak is van deze verschillen. Het eten van meer vlees en zuivel zou het risico op prostaatkanker verhogen, maar dit wordt nog onderzocht.

De kans op prostaatkanker stijgt met de jaren. Het is daarom niet zo gek dat ouder wordende mannen zich zorgen maken over hun prostaat. Als dat het geval is, is het goed eens te kijken op de Prostaatwijzer om de kans op prostaatkanker te voorspellen. Hier is geen medische kennis voor nodig. Deze wijzer geeft een handvat om het risico op prostaatkanker in te schatten maar vervangt de beoordeling van een arts niet. De arts kan bepaalde tests doen om het risico te bepalen.

De meeste patiënten krijgen een ‘standaardbehandeling’ geadviseerd. Dat is de behandeling die op dat moment voor een bepaalde soort kanker de beste resultaten geeft en daarom het meest gebruikelijk is. Sommige patiënten hebben twijfels of bezwaren over de voorgestelde behandeling. De patiënt wil soms meer zekerheid. In al die gevallen kan men om een ‘second opinion’ vragen, dat is een oordeel van een andere deskundige dan de behandelend arts. De behandelend arts kan de patiënt doorverwijzen voor een second opinion als hierom gevraagd wordt.

Een second opinion wordt vergoed vanuit de basisverzekering. Dit betekent wel dat het valt onder het eigen risico. Het gaat hierbij alleen om de kosten die gemaakt worden voor deze mening. Vaak stelt de zorgverzekeraar een aantal voorwaarden aan een second opinion. Een voorwaarde kan zijn dat de second opinion alleen vergoed wordt bij een zorgaanbieder waar de zorgverzekeraar een contract mee heeft. De voorwaarden kunnen per zorgverzekeraar verschillen, dus informeer hier goed naar.

Voor meer informatie over een second opinion, klik hier.

Als iemand de diagnose prostaatkanker krijgt heeft dat een enorme impact, zowel op hemzelf als op zijn naaste omgeving. De diagnose kan gevoelens van machteloosheid, angst, woede of zelfs depressie veroorzaken. De behandeling van kanker is intens en zal invloed hebben op werk, sociaal leven en seksualiteit.

Het is zeker na de diagnose belangrijk een consult goed voor te bereiden. Het kan helpen bij het bespreken van vragen en zorgen. Het is handig:

  • Vragen van tevoren op te schrijven.
  • Iemand mee te nemen; twee horen meer dan een. Vraag uitleg bij moeilijke woorden.
  • Te vragen naar meer informatie over de kanker en eventuele behandelingen.
  • De arts te informeren over gebruik van eventuele (alternatieve) medicijnen; deze kunnen de behandeling beïnvloeden.
  • Tijdens de voorbereiding op het consult kan het helpen om eens te kijken op http://3goedevragen.nl
  • Zoeken op het internet / in de bibliotheek naar meer informatie. Niet alle online informatie is van goede kwaliteit, daarom is er een lijstje sites aan dit hoofdstuk toegevoegd. Ook de uroloog, huisarts of verpleegkundige kent de betrouwbare websites.
  • Neem contact op met de patiëntenorganisatie ProstaatKankerStichting.nl voor ondersteuning en informatie.
  • Bij psychische problemen kan het Helen Dowling Instituut, het Ingeborg Douwescentrum of het Integraal Kankercentrum Nederland

Onderstaande factoren helpen bij het voorkomen van (de terugkeer van) kanker en het bevorderen van de kwaliteit van leven voor mensen met kanker.

  • Niet roken: Roken is een belangrijke risicofactor voor kanker. Stoppen is essentieel om terugkeer van kanker te voorkomen. De huisarts kan hierbij helpen met informatie. Voor online informatie kijk naar rokeninfo.nl en thuisarts.nl.
  • Een gezond lichaamsgewicht: Door overgewicht is de kans op diverse vormen van kanker beduidend hoger. Hoe dat precies werkt, is nog niet bekend. Voor online informatie ga naar voedingscentrum.nl.
  • Eet een evenwichtig dieet met (klik hier voor meer informatie):
    • voldoende groenten, fruit en zuivel,
    • zetmeelrijk voedsel zoals brood, aardappelen, rijst of pasta
    • eiwitrijk voedsel, zoals vlees, vis, eieren of peulvruchten.
    • Eet minder suiker, zout en vet voedsel. Bij vragen kan de arts een doorverwijzing geven naar een diëtist.
  • Voldoende lichaamsbeweging :Het positieve effect van meer bewegen is aangetoond in wetenschappelijk onderzoek: bewegen houdt de vaten soepel, het hart sterk en het immuunsysteem actief.
  • Hulp bij de dagelijkse activiteiten. Daarbij kunnen familie, vrienden of buren een belangrijke steun zijn. Er kan ook thuiszorg geregeld worden via de (huis)arts of verpleegkundige. Als er met een robot geopereerd is zijn deze klachten minder ernstig, en kan er sneller begonnen worden met wandelen en andere activiteiten.
  • Een belangrijke klacht bij kankerpatiënten, zeker na een operatie, is vermoeidheid. Klik hier voor tips over omgaan met vermoeidheid.
  • Incontinentie bij inspanning. Onder ‘Veelgestelde vragen’ staan enkele tips.
  • Erectiestoornissen/seksualiteit. Er zijn mogelijkheden om een erectiestoornis te behandelen met pillen, injecties of een prothese. Kijk onder ‘Veelgestelde vragen’

De patiënt kan tijdens de radiotherapiebehandeling meestal doorgaan met de dagelijkse activiteiten. De behandeling kan leiden tot vermoeidheid door de dagelijkse trips naar het ziekenhuis en kan de lagere urinewegen en de darm beïnvloeden. De huid kan door de bestraling beschadigd raken. De (huis)arts of verpleegkundige kan hier tips over geven. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat de huid niet wordt blootgesteld aan zon of saunabezoek.

Hormoontherapie betekent castratie. De meest voorkomende bijwerkingen van hormoontherapie zijn borstvorming (gynaecomastie) en opvliegers. Dit kan (gedeeltelijk) onder controle worden gehouden door te letten op het gewicht en geen alcohol te drinken. Als de patiënt last heeft van opvliegers kan het helpen natuurlijke stoffen te dragen, zich in lagen te kleden, warmte te vermijden en voldoende water te drinken.

De meeste patiënten met uitgezaaide prostaatkanker worden behandeld met docetaxel. Dit wordt toegediend via een infuus in een polikliniek of het ziekenhuis. De behandeling duurt 1 uur en wordt meestal 10 keer herhaald, éénmaal elke 3 weken. Dit is een belastende periode waarin de patiënt zich moe en ziek kan voelen. Ondersteuning door familie en vrienden is waardevol. Op chemotherapie.nl is meer informatie over chemotherapie te vinden. De behandeling kan, ook op de langere duur, bijwerkingen geven zoals botontkalking, gehoor- of hartschade en geheugen- en concentratieproblemen. Deze kunnen tijdelijk zijn. De huisarts of oncoloog heeft de laatste informatie over omgaan met (de gevolgen van) chemotherapie.

 

Na de diagnose prostaatkanker en de behandeling ervan kan de patiënt zich zorgen maken over de prognose, de gevolgen van kanker op zijn verdere sociale leven of financiële situatie of andere zaken. Dat is normaal, maar het kan soms blokkerend werken. Sommige patiënten vinden het moeilijk hun naasten met hun zorgen te belasten. Als de patiënt angstig blijft of zich geïsoleerd voelt, kan hij het best contact opnemen met zijn arts om te informeren naar hulp. Een verwijzing naar een psycholoog kan een uitkomst zijn. Een patiëntenorganisatie zoals ProstaatKankerStichting.nl kan ook ondersteuning bieden.

Tijdens de behandeling kan de patiënt vaak niet werken. Het is verstandig om van tevoren met een leidinggevende te overleggen over wanneer en hoe men weer aan het werk kan/zal gaan. Misschien is werken in deeltijd of in een andere functie mogelijk. De mogelijke financiële gevolgen van een behandeling kunnen worden besproken met arts of verpleegkundige. Zij kunnen verwijzen naar instanties waar individueel advies wordt gegeven. Ze kunnen ook helpen juridisch advies in te winnen over uw testament en aanverwante zaken.

 

Een ziekte heeft vaak ook financiële gevolgen. Naast familie en vrienden kan de patiënt te raden gaan bij:

  • Huisarts
  • Leidinggevende
  • Bedrijfsmaatschappelijk werker of andere hulpverlener

Op de website van het NIBUD is veel te vinden over financiële hulp en wat men zelf kan doen. Een kankerpatiënt komt soms voor onverwachte uitgaven te staan, bijvoorbeeld het aanschaffen van een pruik of een vergoeding voor ziekenvervoer. Het is belangrijk te weten of de zorgverzekering deze kosten dekt. Zo niet, dan kan men ieder jaar in december veranderen van zorgverzekering. Klik hier voor informatie over het afsluiten van een nieuwe zorgverzekering. Daarnaast mogen veel zorgkosten worden afgetrokken van de belasting als ze niet vergoed worden.

 

Er bestaan veel initiatieven in Nederland om kankerpatiënten financieel of in natura te ondersteunen.

Bijvoorbeeld:

  • Stichting kans tegen kanker – levert een bijdrage in de kosten van behandelingen in het buitenland die niet door de zorgverzekeraar vergoed worden.
  • Roparun vakantiebungalows – stelt vakantiebungalows gratis ter beschikking aan kankerpatiënten en hun familieleden.

 

Om ervoor te zorgen dat de patiënt de allerbeste behandeling krijgt, is overleg tussen artsen met verschillende specialisaties nodig. Dit wordt het multidisciplinair overleg (MDO) genoemd. Het MDO is een bespreking waarbij urologen, radiotherapeuten, oncologen en een oncologisch verpleegkundige per patiënt zoeken naar de beste behandeling. Hierbij wordt gekeken naar de leeftijd, medische voorgeschiedenis en specifieke kenmerken van de prostaatkanker. Ook wordt afgesproken wie als hoofdbehandelaar en/of contactpersoon voor de patiënt fungeert. Uit het eerste MDO komt een voorlopig behandelvoorstel. Vaak wordt contact opgenomen met de huisarts, zodat die geïnformeerd is over de huidige situatie. De uroloog bespreekt het voorlopige behandelvoorstel samen met de patiënt die de tijd heeft om hierover na te denken. Daarna kan een besluit volgen over het definitieve behandelvoorstel. Indien alleen beeldvormend onderzoek heeft plaatsgevonden, kan de uroloog al direct met de patiënt besloten hebben tot het weghalen van de prostaat. Als dan tijdens de operatie en uit weefselonderzoek door de patholoog blijkt dat de tumor verder gevorderd is dan aanvankelijk gedacht, kan de behandelkeuze herzien worden.

 

Dit informatie in dit zorgpad is opgesteld door de European Association of Urology (EAU) en het Athena Instituut in samenwerking met de patiëntenverenigingen Leven met Blaas of Nierkanker en de ProstaatKankerStichting. Artsen, verpleegkundigen en patiënten zijn intensief betrokken bij de ontwikkeling van het document. Het document is het eindproduct van een door ZonMW gefinancieerd project en houdt een blauwdruk van een digitale informatiebron (website) in. Dat wil zeggen dat het een schriftelijke weergave is van de inhoud van de toekomstige website. Het doel van de digitale informatiebron is het aanbieden van patiënteninformatie gebaseerd op de klinische richtlijn van prostaatkanker. De informatie in het document is gebaseerd op de meest recente Europese klinische richtlijn (ontwikkeld door de EAU) en de richtlijn op oncoline.

De digitale zorgpaden zijn mogelijk gemaakt met financiële ondersteuning door IpsenJanssen en Bayer.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: EAU 026 389 0680 of bureau NVU 030 282 3218

Naam Functie
Aart Vorstenburg Ervaringsdeskundige
Felix van Metselaar Ervaringsdeskundige
Henk van de Poel Uroloog, AVL
Inge van Oort Uroloog, Radboudumc
Joost de Baaij Verpleegkundig specialist, CWZ
Jurriaan Oosterman Projectmanager, EAU
Maarten van Elst Verpleegkundig specialist, UMC Utrecht
Piet Bijmold Ervaringsdeskundige
Rob Pelger Uroloog, LUMC
Sally Wildeman Ervaringsdeskundige
Violet Petit-Steeghs Onderzoeker, Athena Instituut, VU
Naam Functie Functie werkgroep
Axel Bex Uroloog AVL Nierkanker, voorzitter
Chris Laarakker Coördinator lotgenotencontact, ProstaatKankerStichting Prostaatkanker, ervaringsdeskundige (patiënt)
Corinne Tillier Oncologisch verpleegkundige, AVL Nierkanker
Henk van der Poel Uroloog, AVL Prostaatkanker, voorzitter
Jacqueline Broerse Afdelingshoofd Athena instituut, VU Amsterdam Begeleider
Jurriaan Oosterman Projectmanager, EAU Coördinator
Katja Goossens-Laan Uroloog Alrijne ziekenhuis Leiden / Leiderdorp Spierinvasieve blaaskanker, voorzitter
Kees Hendricksen Uroloog, AVL Niet-spierinvasieve blaaskanker, voorzitter
Violet Petit Onderzoeker, Athena Instituut, VU Coördinator, onderzoeker
Wim Nak Redactielid nieuws 
ProstaatKankerStichting
Prostaatkanker, ervaringsdeskundige (patiënt)