Al ons bloed loopt door de nieren. Onze nieren hebben als functie het bloed te zuiveren. Ze zijn een onderdeel van de urinewegen. Via de urinewegen verlaten de afvalstoffen uiteindelijk ons lichaam.

In Nederland wordt ieder jaar bij meer dan 1500 mensen nierkanker vastgesteld. Het komt bij mannen net iets vaker voor dan bij vrouwen en vooral bij mensen tussen de 60 en 75 jaar. De meest voorkomende soort nierkanker is het zogenaamde niercelcarcinoom.

Op deze pagina worden de andere minder voorkomende soorten nierkanker niet besproken.

Mogelijke oorzaken?

Over de oorzaken is nog weinig bekend. Bekend is dat mensen die roken en/of overgewicht hebben, een verhoogde kans op nierkanker hebben. Rokers hebben 2 tot 3 keer zo veel kans om nierkanker te krijgen vergeleken met niet-rokers.

Er zijn bepaalde vormen van deze ziekte die erfelijk zijn, deze komen echter niet vaak voor. Slechts bij 2 procent van alle mensen die nierkanker hebben is sprake van een erfelijke vorm.

Kanker en seks

Kanker heeft invloed op de beleving van seksualiteit en intimiteit in een relatie. Wilt u meer weten over wat voor invloed kanker kan hebben op intimiteit met uw partner, kijk dan voor meer informatie en ervaringen op www.kankerenseks.nl

Meestal zorgt een niertumor in het begin niet voor klachten, waardoor het moeilijk is om nierkanker vast te stellen. Klachten die wel voor kunnen komen (maar niet persé duiden op nierkanker):

  • Bloed in urine
  • Langdurige vermoeidheid zonder reden
  • Aanhoudende koorts
  • Algeheel gevoel van lusteloosheid
  • Pijn in de nierstreek
  • Gewichtsverlies

Vaak wordt een niertumor bij toeval gevonden, als er vanwege andere klachten een echo of een CT-scan van de buik gemaakt wordt. Als uw huisarts vermoedt dat u nierkanker heeft, zal hij u waarschijnlijk lichamelijk onderzoeken en bloed- en urineonderzoek laten doen.

Met het urineonderzoek wordt gekeken of er bloed in de urine aanwezig is. Met het bloedonderzoek kan de werking en de conditie van uw nieren worden gemeten.Eventueel verwijst de huisarts u door naar de uroloog. Vaak zal de uroloog hetzelfde onderzoek nogmaals uitvoeren. Verder kan hij ervoor kiezen om aanvullend onderzoek te doen. Dit aanvullende onderzoek begint meestal met een echografie. Met een echografie kunnen de nieren duidelijk in beeld worden gebracht en kan men een eventuele tumor goed zien.

Mocht de echografie niet voldoende duidelijkheid geven, of als er op de echo vermoeden in op een niertumor, wordt aanvullend een CT scan gemaakt.

Een cystoscopie is een kijkonderzoek van de plasbuis en de blaas. Dit wordt gedaan met een cystoscoop door een uroloog.

Een cystoscopie kan verricht worden indien u bloed plast, bij verdenking van een afwijking van de blaas of plasbuis en bij plasklachten.

Voorbereiding

Voor een cystoscopie hoeft u geen speciale voorbereidingen te treffen. Ondanks het verdovende glijmiddel kan het inbrengen van de cystoscoop als vervelend worden ervaren. Omdat uw blaas wordt gevuld met een zoutoplossing krijgt u aandrang om te plassen.

Als u iemand mee wilt nemen voor steun, overleg dit dan met de arts.

Het onderzoek

Tijdens dit onderzoek ligt u met ontbloot onderlijf op een behandeltafel met uw benen gespreid in beensteunen. We maken uw penis of schede schoon met water en we spuiten verdovend glijmiddel in uw plasbuis.

Als dat is ingewerkt, brengt de uroloog de cystoscoop via de plasbuis in de blaas. Om de wand van de blaas goed te kunnen zien, laten we een steriele zoutoplossing in uw blaas lopen.

Er zijn flexibele en starre cystoscopen. Bij mannen wordt de flexibele cystoscoop gebruikt omdat zij een langere plasbuis hebben. Bij vrouwen wordt de starre cystoscoop gebruikt.

We onderzoeken uw blaaswand, de wand van de plasbuis en (bij mannen) de doorgang in de prostaat. Zien we afwijkingen, dan nemen we een stukje weefsel uit en laten dat onderzoeken door het laboratorium.

Nazorg

Als er geen bijzonderheden zijn, hoort u dat meteen. Zijn er stukjes weefsel afgenomen, dan duurt het onderzoek daarvan ongeveer 10 werkdagen. Uw arts maakt een afspraak met u om de uitslag te bespreken.  Na het onderzoek moet u de zoutoplossing uitplassen. Uw plasbuis is nog een paar dagen gevoelig. Door veel te drinken, wordt het plassen minder branderig. Uw urine kan een paar dagen rood van kleur zijn.

Als u koorts krijgt, veel pijn en de klachten bij het plassen blijven aanhouden, neem dan contact op met uw behandelend arts.

Bij kinderen

Als uw kind plasklachten of vaak urineweginfecties heeft, kan worden besloten dat er een kijkoperatie van blaas en plasbuis zal plaats vinden. Deze kijkoperatie vindt plaats op de operatiekamer onder anesthesie. Soms wordt besloten in de blaas én de plasbuis te kijken omdat er bij een ander onderzoek een afwijking is gezien.

Afhankelijk van wat er tijdens de kijkoperatie is gezien, wordt er voor uw kind een controle afspraak gemaakt bij de kinderuroloog.

Afwijkingen in blaas of plasbuis

Tijdens de kijkoperatie wordt in de blaas gekeken of het slijmvlies niet ontstoken is, hoe gespierd de blaaswand is en of de openingen van de urineleiders er normaal uitzien. In de plasbuis wordt gekeken of er geen vernauwingen zijn. Met name de uitgang van de plasbuis (het plasgaatje) kan soms te nauw zijn. In de plasbuis van jongens wordt gekeken of er plasbuiskleppen of andere vernauwingen aanwezig zijn. Plasbuiskleppen (of urethrakleppen) zijn vliesjes die diep in de plasbuis aanwezig kunnen zijn en deze kunnen de plasstraal belemmeren. 
Als er tijdens de kijkoperatie een afwijking in de blaas of plasbuis wordt gezien, kan deze afwijking meestal direct tijdens de kijkoperatie worden verholpen. Zo nodig brengt de arts een blaaskatheter in, deze blijft soms één nacht zitten.

Opname

Uw kind wordt opgenomen op een van de verpleegafdelingen van het ziekenhuis. Afhankelijk van de leeftijd van uw kind en het tijdstip van de operatie vindt opname plaats op de dag van het onderzoek: uw kind moet dan nuchter komen of op de dag vóór het onderzoek: uw kind hoeft dan niet nuchter te komen

De opname duurt meestal een dag, afhankelijk van het herstel van het kind. Als uw kind tijdens de kijkoperatie een blaaskatheter (deze wordt in de blaas ingebracht via de plasbuis) krijgt, dan moet uw kind soms een nacht in het ziekenhuis blijven. Het kan ook voorkomen dat de katheter al een paar uur na de operatie wordt verwijderd. Uw kind kan dan, nadat het een plas heeft gedaan, dezelfde dag mee naar huis.

Medicatie

Indien uw kind thuis dagelijks antibiotica gebruikt dient u hiermee door te gaan tot aan de operatiedag. 
Tijdens de operatie wordt een infuus ingebracht. Via dit infuus krijgt uw kind antibiotica toegediend. Na de operatie hoort u van de kinderuroloog of uw kind thuis moet doorgaan met de antibiotica.

Als uw kind een blaaskatheter krijgt, dan wordt soms driemaal daags een medicijn (meestal Oxybutynine in de vorm van een drankje of een pilletje) voorgeschreven. Dit ter voorkoming van blaaskrampen. Het medicijn wordt gestopt voordat de blaaskatheter wordt verwijderd.

Pijnbestrijding

Om ervoor te zorgen dat uw kind na de operatie zo weinig mogelijk pijn heeft, wordt een plaatselijk verdovingsmiddel ingespoten bij het stuitje. Andere mogelijkheid is dat uw kind pijnmedicatie krijgt toegediend in het infuus of via de mond. Als uw kind, ondanks de pijnmedicatie, aangeeft nog steeds pijn te hebben, dan kan in overleg met de anesthesist extra medicatie worden gegeven. 
Met name plassen kan gevoelig zijn, dit kan een tot meerdere dagen duren. Daarom wordt geadviseerd om uw kind tot 48 uur na de operatie op regelmatige tijden paracetamol te geven, indien nodig kunt u hiermee nog twee dagen langer doorgaan met pijnmedicatie.

Nazorg

Als uw kind geen blaaskatheter heeft en de conditie van uw kind goed is, dan kan uw kind dezelfde dag naar huis. Als uw kind een blaaskatheter voor de nacht heeft, dan wordt deze in principe de volgende ochtend verwijderd. Als uw kind daarna goed heeft geplast en een goede conditie heeft, dan mag uw kind naar huis.
Thuis mag uw kind weer alles doen. Als uw kind zich goed voelt, dan mag het de volgende dag weer naar school.
Heeft uw kind een wondje bij het plasgaatje, of zitten er hechtingen, dan is gymnastiek, sportbeoefening, stoeien en zwemmen de eerste week niet verstandig.
Uw kind mag gewoon douchen of in bad gaan.

Bijwerkingen

Om pijnklachten zoveel mogelijk te voorkomen is het verstandig dat uw kind voldoende drinkt. Het kan voorkomen dat na de kijkoperatie een ‘branderig ‘ gevoel ontstaat tijdens het plassen. Het is belangrijk dat uw kind de urine niet ophoudt. Als uw kind vaker plast verminderen de klachten. Ook kan er soms wat bloed in de urine zitten, dit verdwijnt meestal na enkele uren. 
Bij een wond in de plasbuis kunnen tot een aantal dagen na de operatie enkele zwarte korrels meekomen in de plas, dit zijn korstjes die mee geplast worden.

Het is raadzaam om contact met het ziekenhuis op te nemen als:

  • Uw kind koorts krijgt (temperatuur hoger dan 38,5 C)
  • Uw kind langer dan een paar dagen pijn houdt of opnieuw pijn krijgt bij het plassen
  • De pijn niet verdwijnt na het gebruik van pijnmedicatie
  • De urine erg gaat ruiken
  • Uw kind veel bloed verliest bij het plassen
Bij een van deze klachten kunt u in overleg met de arts of verpleegkundige van de polikliniek of van de verpleegafdeling bekijken hoe u uw kind het beste kunt verzorgen. Zo nodig wordt de geplande afspraak voor controle op de polikliniek vervroegd. 

Bij dit onderzoek worden de nieren in beeld gebracht. Afwijkingen in de vorm en grootte van de nieren zijn zo goed te zien.

Afwijkingen kunnen duiden op verminderd nierweefsel of een toename door bijvoorbeeld een niertumor. Als er in de nier stenen zitten, zijn deze goed zichtbaar op de echografie. Ook een vergrootte nier wordt gemakkelijk herkend door de urine die in de nier opgesloten zit.

Voorbereiding

Het onderzoek vindt poliklinisch plaats en duurt ongeveer 10 tot 15 minuten. U moet met een volle blaas komen. Het hangt af van het ziekenhuis of uw uroloog of de radioloog dit onderzoek verricht.

Het onderzoek

Tijdens het onderzoek ligt u op de onderzoekstafel, of zit u op een kruk. De uroloog of radioloog smeert een niet vette gel op u rug of buik.

Letterlijk betekent echoscopie ‘kijken met geluid’. Bij echoscopie wordt gebruik gemaakt van geluid dat zo hoog is, dat het voor mensen niet te horen is. Het geluid veroorzaakt trillingen, die worden teruggekaatst door de organen in het lichaam. De teruggekaatste trillingen worden opgevangen en zichtbaar gemaakt op een beeldscherm. Bij een echografie van de nieren drukt de uroloog met de echo-probe op de buik of de rug om de nieren in beeld te krijgen.

De echografie wordt ook gebruikt om een endoscopische operatie (sleutelgatoperatie) te kunnen doen. Met behulp van de echografie weet de arts waar hij door de buikwand moet gaan om bij de nier uit te komen. Op deze manier worden ook nierstenen verwijderd.

Nazorg

Als u na het onderzoek weer aangekleed bent, bespreekt de uroloog gelijk de uitslag met u. Na afloop kunt u meteen naar huis. Indien de radioloog uw echo heeft verricht, krijgt u een afspraak mee voor de uitslag bij de uroloog.

Een CT-scan is een onderzoek, waarbij met röntgenstralen afbeeldingen worden gemaakt van dwarsdoorsneden van een deel van het lichaam.

De opnamen die door de CT-scanner worden gemaakt, geven een driedimensionaal beeld. Met de scan kan de arts afwijkingen aan de bloedvaten, organen of botten beter opsporen of beter in beeld krijgen. Met een CT scan van de urinewegen kunnen de radioloog en de uroloog de nieren, urineleider en blaas goed beoordelen. Zij kunnen bijvoorbeeld zien of er een tumor, een steen of een aangeboren of verworden afwijking is van en in de nier, urineleider en/of blaas. 

Voorbereiding

Een CT-scan van de urinewegen is altijd met contrast vloeistof. U krijgt via een infuus in uw arm contrastvloeistof toegediend. Deze vloeistof zorgt ervoor dat de nieren en de urineleider beter zichtbaar zijn op de scan. Dit contrastmiddel kan in zeldzame gevallen leiden tot een allergische reactie en/of nierschade. Daarom moet u voordat er wordt begonnen met het onderzoek, een aantal vragen beantwoorden. In sommige gevallen wordt er ook bloed afgenomen om eventuele risicofactoren op te sporen. Daarnaast is het 
noodzakelijk dat er een recente nierfunctie bekend is. Als de nierfunctie niet bekend is, kan het onderzoek vaak niet doorgaan!

Als blijkt dat er risicofactoren aanwezig, kan het zijn dat u op de dag van het onderzoek in het ziekenhuis wordt opgenomen. In het ziekenhuis krijgt u een infuus om nierschade of een allergische reactie te voorkomen.


Bij ondervulling is de kans op nierproblemen na een CT-onderzoek met contrast groter. Ondervulling wil zeggen dat er minder vocht in de bloedvaten aanwezig is. Neemt u daarom contact op met uw behandelend arts als u de dag voorafgaand aan het onderzoek of op de dag van het onderzoek last heeft (gehad) van ernstige diarree/ernstig braken of/en langer dan 3 dagen voorafgaand aan het onderzoek absolute bedrust heeft gehad.

Ook is het belangrijk dat u 12 uur voor het onderzoek geen ontstekingsremmende pijnstillers meer inneemt. Heeft u toch ontstekingsremmende pijnstillers binnen 12 uur voor het onderzoek ingenomen? Geef dit dan aan. Het kan zijn dat het onderzoek naar een later tijdstip wordt uitgesteld.

Onderzoek

De radiologisch laborant haalt u op uit de wachtkamer en brengt u naar de kamer waar het onderzoek plaatsvindt. De laborant stelt u voorafgaand aan het onderzoek een aantal vragen en vertelt u tijdens het onderzoek wat er gaat gebeuren. Daarna neemt u plaats op de onderzoekstafel. De laborant loopt de kamer uit, maar hij kan u wel zien. U kunt met hem praten via de intercom. De onderzoekstafel wordt langzaam door de opening in het midden van het apparaat geschoven. Zo nodig vraagt de laborant u tijdens het onderzoek even uw adem in te houden. U krijgt via een infuus in uw arm contrastvloeistof toegediend. Na het inspuiten van de contrastvloeistof kunt u een warm gevoel in uw keel en soms ook in uw onderbuik krijgen. Dit gevoel verdwijnt na een paar minuten. Het is belangrijk dat u tijdens het onderzoek zo stil mogelijk blijft liggen. Het onderzoek duurt 10 tot 25 minuten. 

Nazorg

Omdat er contrastmiddel is toegediend moet u de rest van de dag meer drinken dan normaal. Hierdoor kan het contrastmiddel uw lichaam sneller via de urine verlaten. Overleg met uw behandelend arts als u een vochtbeperking heeft. U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelend arts.

Bij een nierbiopt wordt een stukje nierweefsel verwijderd voor onderzoek. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving met een lange, speciale naald. Het stukje nierweefsel of niertumorweefsel wordt bekeken onder een microscoop.

Voorbereiding

Uw arts bespreekt met u de noodzaak van een nierbiopt en de mogelijke complicaties die kunnen optreden. Om het risico op bloedingen zoveel mogelijk te verkleinen worden bloedverdunners gestopt. Uw arts bepaalt wanneer u met deze medicijnen moeten stoppen en voor hoe lang.

Daarnaast wordt een stollingsonderzoek gedaan om te kijken of uw bloed voldoende snel stolt. Hiervoor wordt bloed bij u afgenomen.

Wij raden u aan om gemakkelijk zittende kleding of nachtkleding mee te nemen in verband met de bedrust die u na het onderzoek moet houden. U mag van tevoren paracetamol gebruiken. Het onderzoek vindt meestal plaats op de afdeling radiologie. 

Het onderzoek

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een radioloog samen met een laborant van de afdeling radiologie. De nieren liggen achterin de buikholte. U ligt daarom tijdens het onderzoek op uw buik. Meestal ligt u op een kussen, zodat het aanprikken van de nier gemakkelijker wordt. Dit kan voor u een onprettige houding zijn, maar dit is wel noodzakelijk voor het slagen van het onderzoek. Tijdens het onderzoek is het belangrijk dat u zo stil mogelijk blijft liggen.

De juiste plek van het biopt wordt meestal bepaald met een echo-apparaat. Dit apparaat werkt met geluidsgolven, waar u niets van voelt. In enkele gevallen zal het biopt CT geleid plaatsvinden.

De arts maakt het gebied rondom de biopsieplaats goed schoon met alcohol. Vervolgens verdooft de arts de huid rondom de biopsieplaats door met een naald verdovingsmiddel in te spuiten. Deze prik kan iets pijnlijk zijn. De arts vraagt u diep in te ademen. Het middenrif duwt zo de nier onder de ribben vandaan, waardoor de nier makkelijker is aan te prikken. 

Vervolgens maakt de arts een klein sneetje in de huid. Met een speciale naald, haalt hij een stukje weefsel uit de nier. Dit kan soms wat pijnlijk zijn. De arts neemt tenminste twee biopten. De naald heeft een springveer van binnen om een stukje weefsel naar boven te halen. Dit maakt wat lawaai. Direct nadat de naald is verwijderd, wordt de punctieplaats afgedrukt. Dit doen we om een nabloeding te voorkomen. De punctieplaats wordt afgedekt met een pleister.

Nazorg

U moet meestal na het onderzoek 24 uur bedrust houden, waarvan 8 uur platte bedrust. Dit betekent dat u niet actief overeind mag komen. Na 8 uur mag u weer geleidelijk aan overeind komen. Indien er geen problemen zijn opgetreden, mag u na 24 uur weer uit bed komen. De eerste vier uur na het onderzoek meten wij elke 30 minuten de bloeddruk en pols en bekijken we de punctieplaats. Daarna zal er steeds meer tijd zitten tussen de controles.

U mag na het onderzoek gewoon eten en drinken, mits u op uw rug blijft liggen. Het is belangrijk dat u weer gaat plassen na het onderzoek. Dit zullen wij daarom in de gaten houden. De volgende dag mag u weer naar huis, dit is dus minimaal 24 uur na het onderzoek. In zeldzame gevallen moet u langer opgenomen blijven.

Het microscopisch onderzoek in het laboratorium duurt 5-10 werkdagen. U krijgt de uitslag te horen tijdens de eerstvolgende afspraak op de polikliniek of via een telefonisch consult en dus niet direct na de nierbiopsie. In principe krijgt u de uitslag van de arts die u heeft doorverwezen. Indien u bent opgenomen krijgt u de uitslag via uw zaalarts te horen.

U mag gedurende één week na de biopsie niet sporten, springen of zware dingen tillen.

Mogelijke complicaties

U kunt gedurende enkele dagen pijnklachten hebben in de nierstreek.De nier is een bloedrijk orgaan. Hierdoor bestaat de kans dat er door de biopsie een bloeding optreedt. Daarnaast kunt u bloed in de urine hebben na de biopsie. Dit is meestal eenmalig en niet ernstig.

Door bloed in de urine kunnen stolsels ontstaan en de urinewegen verstopt raken. De arts spoelt dan de blaas en de urinewegen via een klein slangetje (een blaaskatheter). Als het bloedverlies ernstig is, treedt soms bloedarmoede op. Dan is een bloedtransfusie nodig. 

Heel zelden komt het voor dat een bloeding na een nierbiopsie niet vanzelf stopt. Dan kan het nodig zijn om onder narcose het aanvoerende bloedvat met een slangetje (katheter) af te sluiten. Als dat niet lukt, moet de nier waaruit bloedverlies optreedt verwijderd worden. Dit komt bij minder dan 1 op de 1000 biopsiën voor.


Afhankelijk van het stadium kiest men ervoor om te behandelen met als doel te genezen, of als genezing niet meer mogelijk is de ziekte zo veel mogelijk te remmen en/of de klachten te verminderen.

Als u in aanmerking komt voor een niersparende behandeling, wordt meestal een partiële nefrectomie verricht. In sommige gevallen kunt u ook een minimaal invasieve behandeling ondergaan zoals een cryoablatie of radiofrequente ablatie (RFA). Als de tumor te groot is om de nier te behouden, dan zal de hele nier met de tumor verwijderd worden. Dit noemt met een radicale nefrectomie. 

Soms is de tumor niet te verwijderen, omdat deze te groot is of al is uitgezaaid. Als het gezwel toch klachten geeft, kan deze door de interventieradioloog geëmboliseerd worden. Hiermee wordt de bloedtoevoer van de niertumor afgesloten.

Hieronder vindt u meer over de behandelingen. U kunt daarnaast ook kijken op thuisarts.nl.

Nefrectomie is het operatief verwijderen van de nier en het vet rondom de nier. Soms worden ook de urineleider of de bijnier en de omringende lymfeklieren weggenomen.

In veel gevallen wordt een nier verwijderd bij nierkanker. Maar ook een ongeval, een infectie van de nier of een niet-werkende nier die klachten geeft kunnen een reden zijn om uw nier te verwijderen. Uw behandelend arts bespreekt met u wat in uw geval de reden is.

De operatie

Voor de operatie wordt u onder algehele narcose gebracht. In veel gevallen ligt u tijdens de operatie op uw zij en maakt de arts een snee ter hoogte van uw ribbenboog. Tegenwoordig voert de arts ook vaak een kijkoperatie uit. U krijgt dan drie tot vijf kleine sneetjes in uw buik/flank. Via deze sneetjes kan de arts zijn instrumenten inbrengen en de operatie uitvoeren. Hij kan de nier verwijderen via een kleine snee onderin uw buik. Deze techniek heeft verschillende voordelen: de operatiewonden zijn kleiner, het bloedverlies is minder en na de operatie hebt u over het algemeen minder (pijn)klachten.

 

Pas je cookie-instellingen aan om deze video te bekijken.

 

Soms is het nodig om ook de urineleider weg te nemen. De operatie wordt dan complexer en groter. De arts maakt dan een extra snede van ongeveer drie centimeter in uw onderbuik. In de meeste gevallen heeft de uroloog dit vooraf al met u besproken.

De weggenomen nier wordt opgestuurd voor nader microscopisch onderzoek. Dit onderzoek neemt enige dagen in beslag. De uitslag van dit weefselonderzoek bespreekt de uroloog met u.

Nazorg

Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer. Op de uitslaapkamer controleren we nauwkeurig uw temperatuur, bloeddruk, polsslag, zuurstofgehalte en hartritme. Als het goed met u gaat, brengen we u naar de verpleegafdeling.

Blaaskatheter en wonddrain: Tijdens de operatie hebt u een blaaskatheter en eventueel een wonddrain gekregen. De blaaskatheter is nodig om na de operatie uw urine te controleren. De wonddrain zorgt ervoor dat overtollig bloed en wondvocht uit de operatiewond wordt afgevoerd. De blaascatheter en de wonddrain worden binnen enkele dagen in overleg met uw uroloog verwijderd.

Maagsonde: Tijdens de operatie zijn uw darmen niet actief. Zij hebben ook na de operatie tijd nodig om goed op gang te komen. Hierdoor kan de maag geen maagsappen afvoeren. In verband hiermee kunt u tijdelijk een maagsonde krijgen. Dat is een slangetje dat via uw neus naar uw maag loopt. Afhankelijk van uw herstel zal ook deze maagsonde voordat u wakker wordt of binnen enkele dagen worden verwijderd.

Pijnstillers: Na de operatie zorgen we constant voor een goede pijnstilling. Het kan zijn dat u pijnstillers krijgt via een slangetje in uw rug. Het kan ook zijn dat u een pompje met pijnstillers krijgt dat u zelf kunt bedienen. Zodra uw pijnklachten afnemen, gaat u over tabletten.

Vochthuishouding: Ook kijken we na de operatie ook goed naar uw vochthuishouding. We houden bij hoeveel u drinkt en hoeveel u plast. Bovendien wordt de functie van de overgebleven nier gecontroleerd door
middel van bloedonderzoek.

Naar huis

Na een open nieroperatie kunt u over het algemeen na vijf tot veertien dagen weer naar huis. De opnameduur na een kijkoperatie varieert van vier tot zeven dagen.

Het verwijderen van een nier is een grote ingreep. Het kan enige tijd duren voordat u weer volledig hersteld bent. Uw leeftijd, algemene conditie en de aard van de operatie spelen hierbij een belangrijke rol. Afhankelijk van uw genezingsproces functioneert u na een tijdje weer zoals u dat gewend was.

Het is van belang dat u in de eerste weken na ontslag niet te veel en niet te zwaar tilt. Na zes weken kunt weer sporten. De wonden hebben bij normale genezing geen speciale verzorging nodig. Hechtingen zijn vaak oplosbaar en hoeven dus niet verwijderd te worden.

U krijgt een afspraak mee voor controle bij uw uroloog. Tijdens deze controle vraagt de uroloog hoe het met u gaat. Ook bespreekt hij met u de uitslag van het weefselonderzoek en eventuele behandelingsmogelijkheden.

Verwijderen van een stukje van de nier.

Pas je cookie-instellingen aan om deze video te bekijken.

Cryoablatie is het behandelen van een tumor door middel van bevriezing. Cryo betekent bevriezing, ablatie betekent verwijderen. Cryoablatie wordt toegepast bij kleine niertumoren (<4 cm).

Een cryoablatie wordt alleen uitgevoerd in een aantal gespecialiseerde centra in Nederland. De urologen, interventieradiologen en anesthesisten werken nauw samen bij deze behandeling.

Cryoablatie wordt toegepast bij behandeling van kleine niertumoren ( <4cm), bij patiënten in matige conditie waar een operatie risicovol is, bij patiënten met nierfunctiestoornissen, meerdere tumoren of
terugkerende tumoren, bij patiënten met nog maar 1 nier of bij patiënten die er, na uitleg, bewust voor kiezen.

Voorbereiding 

U krijgt een behandeling onder sedatie en zal dus meestal tevoren door een anesthesioloog gezien worden op de Pre-operatieve screenings poli. Als u medicijnen gebruikt, neem dan een actueel medicijnoverzicht of medicijnenpaspoort mee. Bespreek het gebruik van bloedverdunners ook altijd met uw behandelend arts. 

De behandeling

U krijgt een infuus en er wordt bloed afgenomen. Er wordt met stift een markering aangegeven op de te behandelen zijde. U wordt met een bed naar de CT of MRI kamer gebracht; waar de behandeling plaats vindt. De procedure duurt meestal ongeveer een uur. Op deze kamer wordt u ontvangen door de anesthesist, de radioloog en de röntgenlaboranten. Zij nemen de procedure nog een keer met u door.

De radioloog is de arts die het onderzoek uitvoert. U komt op de CT of MRI tafel te liggen waarna u in slaap wordt gebracht. Vervolgens wordt met behulp van de beelden bepaald waar de radioloog gaat prikken. De radioloog plaatst de dunne holle naalden in de tumor op basis van de beelden die tijdens de behandeling 
worden gemaakt. De naalden worden door piepkleine sneetjes door de huid geplaatst. Als de naalden op de juiste positie zitten wordt door de naalden het gas Argon geperst. Aan de punt van de naald wordt dan een temperatuur bereikt van ongeveer -180° Celsius. Hierdoor bevriest het tumorweefsel en sterven de cellen af.

Dit bevriezen word 10 minuten lang gedaan waarna de ijsbal die ontstaat weer wordt ontdooid. Vervolgens wordt de procedure van bevriezen nog een keer herhaald dus nog een keer 10 minuten bevriezen. De naalden worden daarna door de radioloog verwijderd en is de behandeling klaar en wordt u weer wakker

Nazorg

De meeste mensen hebben weinig pijn. Als u toch pijn heeft kunt u pijnstillers krijgen. Door de sedatie kunt u zich misselijk voelen. Na de behandeling kan er een beetje bloed bij de urine zitten. Dit gaat in de meeste gevallen vanzelf over.

Als de procedure ongecompliceerd verloopt, mag u dezelfde dag weer naar huis. Zijn er wel complicaties dan moet u in het ziekenhuis blijven. 

In de eerste week na de behandeling mag u niet sporten, zwaar tillen en/of zwaar (huishoudelijk) werk doen.

Er wordt een controle CT scan gepland en een afspraak bij de uroloog gemaakt voor de uitslag van deze scan.

Bijwerkingen

Ondanks dat er zorgvuldig gewerkt wordt, bestaat er altijd een kans op een complicatie. Mogelijke complicaties zijn:

  • een wondinfectie, dit is meestal maar heel oppervlakkig omdat de sneetjes piep klein zijn
  • er kan een bloeding ontstaan, deze worden gelijk verholpen
  • is de tumor aan de binnenkant van de nier gelokaliseerd dan kan er bloed in de urine voorkomen de eerste dagen na de ingreep.
  • heel soms ontstaat er een urinelekkage vanuit de nier inwendig naar de buik toe
  • een urineweginfectie

Wanneer het bloeden langer duurt dan enkele dagen of klachten veroorzaakt of u heeft koorts hoger dan 38 graden en langer dan 24 uur neem dan contact op met uw behandeld arts. 

Radiofrequente ablatie (RFA) is een behandeling waarbij de interventieradioloog de tumor met hitte vernietigt. Dit heet ook wel ‘thermische ablatie’ of ‘warmteablatie’. Radiofrequent betekent dat er gebruik wordt gemaakt van de energie van radiogolven. Ablatie betekent verwijderen van weefsel.

Om de behandeling uit te voeren, prikt de arts een of meerdere naalden in de tumor. Dit kan via een klein prikgaatje in de huid. Door middel van beeldvorming (echografie of CT) kan de interventieradioloog de naald of naalden heel precies in de tumor plaatsen.

In sommige gevallen wordt gekozen voor microwave (MW) ablatie. Deze techniek is vergelijkbaar met RFA. Alleen wordt bij MW de tumor verhit met behulp van microgolven. Welke methode wordt toegepast, hangt af van de voorkeur van de interventieradioloog.

Voorbereiding

  • De procedure vindt over het algemeen plaats onder sedatie (lichte slaap). In een enkel geval zal de RFA worden uitgevoerd onder narcose (bij patiënten jonger dan 18 jaar). Van uw arts krijgt u hier meer informatie over. 
  • Het is voor u prettig wanneer u kleding aan hebt waarin u zich makkelijk kunt bewegen en die u makkelijk aan en uit kunt trekken.
  • De behandeling vindt meestal plaats in dagopname. Dit betekent dat u dezelfde dag weer naar huis gaat, maar dat u voor en na de ingreep op de verpleegafdeling verblijft. Afhankelijk van het tijdstip van het onderzoek kan worden besloten dat u de nacht moet blijven.
  • Over het algemeen kunt u uw medicijnen op de gebruikelijke manier en tijd innemen. Kan dat niet, dan hoort u dit van tevoren van uw behandelend arts. Meld het als u bloedverdunners gebruikt of recent gebruikt hebt. Ook wanneer u een stollingsziekte hebt, moet u dit altijd van tevoren doorgeven aan uw behandelend arts.
  • Voor deze behandeling gebruikt de interventieradioloog jodiumhoudend contrastmiddel. Dit middel maakt bloedvaten en organen beter zichtbaar. Voor de meeste mensen is het gebruik van contrastvloeistof ongevaarlijk, binnen een paar uur plast u het weer uit. Bij een klein aantal patiënten treedt een allergische reactie op, waar in de meeste gevallen geen behandeling voor nodig is. Hebt u ooit zo’n reactie gehad? Meld dit dan van tevoren bij uw arts.
  • U mag geen RFA ondergaan als u een pacemaker of een AICD (Automatisch Implanteerbare Cardioverter/Defibrillator) hebt. Is dit het geval, dan moet u dit zo snel mogelijk laten weten aan uw arts.

De behandeling

U neemt plaats op de onderzoekstafel, waarbij de laborant ervoor zorgt dat u zo comfortabel mogelijk ligt. Na het uitvoeren van een veiligheidscontrole, krijgt u sedatie via een infuusnaaldje. Door het slaapmiddel wordt uw bewustzijn verlaagd. Dit slaapmiddel werkt snel en kort, daarom worden er tijdens het onderzoek continu kleine beetjes van het slaapmiddel bijgegeven. Naast het slaapmiddel krijgt u ook pijnstillende medicijnen. Bij sedatie blijft u zelf ademhalen, maar soms kunt u in een diepere slaap terechtkomen. Daarom worden uw hartslag, bloeddruk, ademhaling en zuurstofgehalte gecontroleerd.

Wanneer u in slaap bent, kan het zijn dat u van positie wordt veranderd. Het kan zijn dat het team uw handen boven uw hoofd plaatst, of dat u een beetje op uw zij gedraaid wordt. Hierna wordt de huid gedesinfecteerd en afgedekt met steriele doeken. Met behulp van echografie of CT bepaalt de interventieradioloog de precieze plek waar de naaldelektrode geplaatst moet worden. Wanneer de tip van de naaldelektrode zich in de tumor bevindt, verhit de interventieradioloog de tumor. Aansluitend aan de RFA maken we een CT-scan met contrastvloeistof.

Soms is het nodig om aanvullend nog een naaldelektrode te plaatsen en de procedure te herhalen. De plek waar geprikt is (de punctieplaats), wordt met een pleister afgeplakt. Hierna maken we u wakker.

De gemiddelde duur van de behandeling is 120 minuten.

Nazorg

Eenmaal thuis moet u het in het begin rustig aan doen. In de eerste dagen na de RFA komen er afvalstoffen vrij. Hierdoor kunnen de ontstekingswaarden in het bloed stijgen en kan de lichaamstemperatuur de eerste dagen na de behandeling verhoogd zijn. Treden er problemen op, zoals onwel worden of heftige pijn, neemt u dan contact op met de arts of huisarts.

Het succes van de RFA – dus of de tumor in zijn geheel is vernietigd – hangt af van verschillende factoren. Het aantal tumoren, de ligging en de grootte van de tumor(en) in de nier spelen een rol. Om te bepalen of de niertumor in zijn geheel is vernietigd, maken we meestal aansluitend aan de RFA een CT-scan van de nieren gemaakt. 

Bijwerkingen

Aan elke ingreep kleven risico’s en dat geldt ook voor een RFA. Het is een veilige ingreep die meestal zonder problemen verloopt. Een enkele keer treden er complicaties op, zoals grote bloedingen rondom de nier of in de vrije buikholte. Maar ook beschadiging van aangrenzende darmstucturen, nierfalen of infecties komen voor. Ook is er een kleine kans op residu. Dit betekent dat de tumor niet geheel verhit is geraakt en er resttumorcellen zijn achtergebleven.

Bij embolisatie wordt een bloedvat dat naar de tumor gaat afgesloten. Embolisatie is een optie als patiënten blijven bloeden uit de nier, wat zichtbaar is in de urine, en als opereren (nog) geen optie is. 

Bij embolisatie worden bloedvaten naar de tumor afgesloten waardoor het bloedverlies stopt. Doordat de nier na een embolisatie kleiner wordt (door verminderde bloedtoevoer) kan dit ook de pijn verlichten. Embolisatie is palliatief - het stopt of vermindert de symptomen. Het is niet curatief (genezend), wat een operatie wel kan zijn. Het wordt toegepast bij patiënten die om medische redenen niet geopereerd kunnen worden bijvoorbeeld vanwege een slechte conditie en/of bij wie de ziekte is uitgezaaid. 

Voorbereiding

Voor het onderzoek is het nodig om contrastmiddel in uw bloedbaan te spuiten. Moderne jodiumhoudende contrastmiddelen zijn veilige middelen, waarbij slechts zelden bijwerkingen worden gezien. Wanneer bij eerder onderzoek is gebleken dat u overgevoelig bent voor jodiumhoudend contrastvloeistof, moet u dit doorgeven aan uw behandelend arts en de laborant die u ophaalt voor het onderzoek.

Het contrastmiddel kan bij bepaalde patiëntengroepen een verhoogd risico geven op een allergische reactie of nierschade. Als u in de risicogroep valt, kan het nodig zijn dat extra maatregelen getroffen worden ter voorbereiding op het onderzoek. Dit hoort u dan van uw arts.

Voor deze behandeling wordt u opgenomen op de dagbehandeling. In verband met deze behandeling kan het zijn dat u vooraf diverse onderzoeken moet laten doen. Het is belangrijk om de dag vóór het onderzoek voldoende te drinken. Vanaf twee uur voor het onderzoek mag u niet meer eten, drinken en roken.

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, overleg dan met uw arts of u met deze medicijnen moet stoppen. Komt u bij de trombosedienst, geef dan tijdig aan dat en wanneer u dit onderzoek ondergaat.

De behandeling

U wordt naar een onderzoeksruimte op de afdeling radiologie gebracht. In deze ruimte gaat u liggen op de onderzoektafel. Uw huid wordt gedesinfecteerd en u krijgt een steriel laken over uw borst, buik en benen. De huid van de lies wordt plaatselijk verdoofd. Vervolgens maakt de radioloog een sneetje in de huid en prikt met een holle naald in de ader. Via deze naald wordt een katheter (een dun buigzaam slangetje) in het bloedvat geschoven en in het juiste vat gepositioneerd. Het bewegen van de katheter door het bloedvat doet geen pijn. Via de katheter wordt ter controle (eventueel meerdere malen) contrastvloeistof ingespoten.

Tijdens het inspuiten van de contrastvloeistof kunt u het even warm krijgen. Dit is normaal en verdwijnt na één of twee minuten. Door deze vloeistof is goed te zien of de katheter goed ligt. Ligt de katheter goed dan wordt het embolisatie materiaal in het bloedvat ingebracht. Dit embolisatie materiaal sluit het desbetreffende bloedvat af. 

De meest voorkomende reden om een embolisatie te doen is een bloeding. Soms wordt uit voorzorg een embolisatie gedaan om de kans op bloedingen tijdens een operatie te verkleinen. Ook wordt een embolisatie uit voorzorg gedaan om tumoren te verkleinen of de bloedstroom te beïnvloeden.

Als het onderzoek klaar is moet het gaatje in de slagader dicht. Afhankelijk van uw situatie wordt gekozen met de hand af te drukken gedurende 5-10 minuten, waarna de bloeding stopt. Hierna krijgt u een drukverband, of er wordt gekozen voor het plaatsen van een stopje waarbij een drukverband niet nodig is. Hierna wordt u weer terug naar de verpleegafdeling gebracht.

Hoelang het onderzoek duurt hangt sterk af van de situatie. Gemiddeld duurt het één à twee uur.

Nazorg

Het ingespoten contrastmiddel verdwijnt uit uw lichaam via de nieren en blaas. Het is belangrijk dat u na het onderzoek ook weer extra drinkt! Als er geen complicaties zijn opgetreden, mag u na één tot twee uur naar huis. U moet er voor zorgen dat iemand u komt ophalen. Dit in verband met de medicijnen die u heeft gehad.

Wanneer er een ‘stopje’ is geplaatst, waarbij een drukverband niet nodig is, moet u twee uur plat in bed blijven liggen. U mag dezelfde dag nog naar huis.

Bij een drukverband moet u vier uur plat in bed blijven liggen en voor controle nog 1 nacht blijven. Deze controle is nodig gezien het risico op een nabloeding. Bij deze problemen is het belangrijk dat u direct medische zorg krijgt. De verpleegkundige komt regelmatig bij u kijken en geeft u de benodigde instructies. De volgende ochtend verwijdert de verpleegkundige het drukverband. U moet dus een nachtje in het ziekenhuis blijven.

Bijwerkingen

Na de embolisatie kan er een aantal bijwerkingen optreden zoals koorts, plaatselijke, pijn, een onwel gevoel en misselijkheid. Deze symptomen verdwijnen meestal na 36 tot 48 uur. Voor deze klachten schrijft de arts zo nodig medicijnen voor. 

Meer informatie over nierkanker vindt u op thuisarts.nl.