Alle behandelingen van prostaatkanker hebben gevolgen (bijwerkingen), hoewel nieuwe technieken deze verminderen. Bijwerkingen zoals impotentie, incontinentie en onvruchtbaarheid worden met de patiënt besproken en indien mogelijk behandeld.

Na de behandeling, zullen de resultaten van de behandeling alsook de controle afspraken met de behandelend arts worden besproken. Het is mogelijk een schema van de controle afspraken te ontvangen. Hierop is te zien hoe vaak de arts zal moeten worden bezocht, en welke testen nodig zijn voor elk bezoek. Dit zal afhankelijk zijn van de kenmerken van de ziekte. Onderstaande vragen kunnen bijvoorbeeld tijdens een controle afspraak worden gesteld:

  • Is de kanker weg?
  • Zijn aanvullende behandeling nodig? Zo ja, welke mogelijkheden zijn er?
  • Welke testen zijn nodig voor de controle afspraken?
  • Hoe zal de behandeling en de prostaat kanker van invloed zijn op de kwaliteit van leven?

Het is belangrijk dat alle controle afspraken worden na gekomen. De arts controleert de gezondheid en kan mogelijk tumorrecidief op tijd opsporen. Het is ook belangrijk om de arts te informeren wanneer nieuwe symptomen worden ervaren die kunnen worden gerelateerd aan prostaatkanker. Bij klachten kan de arts al vóór de volgende vervolgafspraak worden gecontacteerd. De controle afspraken worden gepland met de arts. De controles duren ten minste 5 jaar. Bij elk bezoek zal de arts het niveau van de PSA waarde in het bloed testen. In sommige gevallen kan een rectaal onderzoek nodig zijn. Nazorg is belangrijk om het herstel na een operatie te monitoren, de algemene gezondheidstoestand te controleren, en om mogelijke terugkeer (recidief) van de kanker op te sporen.

Controle bij Lokale (uitgebreide) prostaatkanker
Als de patiënt een in opzet genezende behandeling heeft gehad, dan zijn er controles na 6 weken en na 3, 6 en 12 maanden. Tot 3 jaar na de behandeling is er ieder half jaar een controle en tot 5 of 10 jaar na de behandeling ieder jaar. Bij een stabiel laag PSA kan de huisarts deze controles overnemen. Vlak na radicale prostatectomie worden, door de verwijdering van de prostaatkankercellen, niet-opspoorbare PSA-bloedwaarden verwacht. Soms circuleert er nog PSA in het bloed. Dan kan de arts aanraden enkele weken te wachten met het herhalen van de PSA-test.

Na radiotherapie wordt geen dramatische daling van de PSA-waarden verwacht. Dit is een geleidelijk proces. De laagste PSA-waarden worden na 2 jaar bereikt. Maar ze schommelen altijd lichtjes. Een lichte stijging betekent niet dat de kanker is teruggekomen. Het kan een aanwijzing zijn en moet dus wel worden gecontroleerd. Bij brachytherapie kan een zogenaamde ‘bounce’ optreden, een stijging van PSA waarden na 18-24 maanden. Dit is geen teken van een terugkerende tumor, en het PSA niveau zal spontaan weer dalen.

Controle bij uitgezaaide prostaatkanker
Bij uitgezaaide prostaatkanker vindt er eerst iedere 3 maanden een controle plaats. Als de ziekte stabiel is, kan de controle eventueel iedere 6 maanden plaatsvinden.

 

Controle bij CRPC
Bij castratieresistente prostaatkanker zijn de controles afhankelijk van of er een behandeling wordt ingezet en zo ja, welk soort behandeling.